Het menselijk lichaam: een wonder van volmaaktheid

Wanneer wij het menselijk lichaam alleen al uiterlijk bekijken, moeten wij tot onszelf zeggen: Wat is het menselijk lichaam toch een wonder van volmaaktheid! Wie bijvoorbeeld gewoon als anatoom of fysioloog het wonderbaarlijke bouwsel van het menselijk hart bekijkt, zal zeggen: Wat is alle menselijk verstand, wat is alle technische vaardigheid, vergeleken met wat daar aan wijsheid spreekt uit de bouw van het menselijk hart! Wat is al onze ingenieurstechniek, die bruggen en dergelijke bouwt, vergeleken met de structuur van het bot uit het menselijk bovenbeen, dat, wanneer wij het door de microscoop bekijken, zich aan ons voordoet als een prachtige constructie van kruislings aangebrachte balken. De mens geeft blijk van een tomeloze hoogmoed, wanneer hij zou willen geloven dat hij ook maar kan tippen aan wat als wijsheid is neergelegd in de bouw van het fysieke lichaam.

Bron: Rudolf Steiner  – GA 59 – Metamorphosen des Seelenlebens/Pfade der Seelenerlebnisse – Berlijn, 5 mei 1910 (bladzijde 252-253)

Ook te vinden in de Nederlandse uitgave Metamorfosen van het zieleleven.

 Eerder geplaatst op 11 april 2012.

De mens geeft blijk van een tomeloze hoogmoed, wanneer hij zou willen geloven dat hij ook maar kan tippen aan wat als wijsheid is neergelegd in de bouw van het menselijk lichaam

Wanneer wij het menselijk lichaam alleen al uiterlijk bekijken, moeten wij tot onszelf zeggen: Wat is het menselijk lichaam toch een wonder van volmaaktheid! Wie bijvoorbeeld gewoon als anatoom of fysioloog het wonderbaarlijke bouwsel van het menselijk hart bekijkt, zal zeggen: Wat is alle menselijk verstand, wat is alle technische vaardigheid, vergeleken met wat daar aan wijsheid spreekt uit de bouw van het menselijk hart! Wat is al onze ingenieurstechniek, die bruggen en dergelijke bouwt, vergeleken met de structuur van het bot uit het menselijk bovenbeen, dat, wanneer wij het door de microscoop bekijken, zich aan ons voordoet als een prachtige constructie van kruislings aangebrachte balken.

De mens geeft blijk van een tomeloze hoogmoed, wanneer hij zou willen geloven dat hij ook maar kan tippen aan wat als wijsheid is neergelegd in de bouw van het fysieke lichaam.

Bron: Rudolf Steiner  – GA 59 – Berlijn 5 mei 1910 (bladzijde 252-253)

Ook te vinden in de Nederlandse uitgave Metamorfosen van het zieleleven