De Dood / Verandering van Waarneming en Bewustzijn

Het eerste wat men in gedachten moet houden is dat de andere werelden niet in andere plaatsen zijn, maar dat ze om ons heen zijn net zoals de fysieke wereld en deze doordringen. Daarom gaat de mens na de dood ook niet naar andere plaatsen, alleen de soort en wijze van zijn waarneming en zijn bewustzijn verandert.

Net als bij een blindgeborene, die plotseling kan zien en die dan immers ook niet naar een andere wereld is verplaatst, maar dan slechts een nieuw zintuig heeft geopend, zo is het hetzelfde met mensen wanneer ze sterven of worden ingewijd. Dan is er geen nieuwe, totaal andere wereld om hem heen, alleen zijn dan de zintuigen voor de fysieke wereld uitgeschakeld; daarentegen ziet hij nu wat hem eerder ontging, wat tot dan verborgen was.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Populärer  Okkultismus – Leipzig,29 juni 1906 (bladzijde 134)

Wereldontvluchtende ascese deugt niet voor de helderziendheid

De meditatie leidt eerst weg uit de zintuiglijke waarneming. Door innerlijke arbeid van de ziel wordt de mens vrij van de zintuigen. Iets vergelijkbaars doet zich bij een mens voor bij de operatie van een blindgeborene. Een soort operatie vindt plaats, die spirituele ogen en oren opent. Deze ontwikkeling zal over langere tijd de gehele mensheid bereiken. Het aardse mag men daarom echter niet verloochenen, als men zich hoger ontwikkelen wil. Wereldontvluchtende ascese deugt niet voor de helderziendheid. Helderziendheid is de vrucht van wat de ziel in de zintuiglijke wereld verzamelt. Op mooie wijze vergelijkt de Griekse filosofie de mensenziel met een bij. De wereld van kleuren en licht biedt de ziel de honing die zij meebrengt in de hogere wereld. Zintuiglijke ervaring moet de ziel vergeestelijken en omhoogdragen in hogere werelden.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 55 –  Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben – Berlijn, 22 november 1906 (bladzijde 92-93)

Zie ook: De zintuiglijke wereld is de school

Eerder geplaatst op 8 december 2014

Sociale hervormingen mislukken als de mensen zichzelf niet hervormen

Wie in de geestelijke wereld waarneemt, ziet de samenhangen die aan het aardse leven ten grondslag liggen. Hij ziet de mensen, hoe ze samenleven: in diepste ellende de ene, arm en terneergedrukt door arbeid en ontberingen, de andere zwelgend in overvloed, van dit of dat genietend. Men kan zich gemakkelijk voorstellen hoe dat zou zijn te veranderen, als men enkel op het fysieke plan blijft. Dat doen de meesten, die zich tegenwoordig geroepen voelen tot sociaal hervormen. Zij bevinden zich niet in dezelfde toestand als een met succes geopereerde blindgeborene, die plotseling de wereld om hem heen in kleuren ziet, want anders zouden zij achter al het materieel zichtbare de talrijke, verschillende wezens zien. Als zij hun goedbedoelde hervormingsplannen proberen te verwezenlijken, maar daarbij de geestelijke wezens buiten beschouwing laten, dan zal het binnen vijftig jaar nog veel erger zijn dan het ooit tevoren is geweest. Alle hedendaagse sociale idealen zouden in groteske tegenspraak zijn met de zielenwereld, als niet deze zielen, dat wil zeggen de menselijke hartstochten, begeerten en wensen tegelijk een verandering ondergaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 96 – Ursprungsimpulse der Geisteswissenschaft – Berlijn, 1 oktober 1906 (bladzijde 83)

Eerder geplaatst op 11 september 2014

De andere werelden zijn niet in andere plaatsen, maar omgeven ons evenzo als de fysiek-zintuiglijke wereld

Het eerste wat men zich moet realiseren is dat de andere werelden niet in andere plaatsen zijn, maar dat ze ons evenzo omgeven als de fysiek-zintuiglijke wereld en deze doordringen. Daarom reist de mens na de dood ook niet naar andere plaatsen, maar de manier en de aard van zijn waarneming en zijn bewustzijn verandert.

Net als bij een blindgeborene die plotseling kan zien en dan ook niet naar een andere wereld verplaatst is, maar bij wie zich alleen een nieuw zintuig ontsloten heeft, zo is het ook bij de mens wanneer hij sterft of ingewijd wordt. Dan is om hem heen niet een nieuwe, geheel andere wereld, maar dan zijn alleen de zintuigen voor de fysieke wereld uitgeschakeld, daarentegen neemt hij nu waar wat hem voorheen ontging, wat voor hem tot dan toe verborgen was gebleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – POPULÄRER OKKULTISMUS – Leipzig, 29 juni 1906  (bladzijde 134)

Eerder geplaatst op 20 januari 2016

De andere werelden zijn niet in andere plaatsen, maar omgeven ons evenzo als de fysiek-zintuiglijke wereld

Het eerste wat men zich moet realiseren is dat de andere werelden niet in andere plaatsen zijn, maar dat ze ons evenzo omgeven als de fysiek-zintuiglijke wereld en deze doordringen. Daarom reist de mens na de dood ook niet naar andere plaatsen, maar de manier en de aard van zijn waarneming en zijn bewustzijn verandert.

Net als bij een blindgeborene die plotseling kan zien en dan ook niet naar een andere wereld verplaatst is, maar bij wie zich alleen een nieuw zintuig ontsloten heeft, zo is het ook bij de mens wanneer hij sterft of ingewijd wordt. Dan is om hem heen niet een nieuwe, geheel andere wereld, maar dan zijn alleen de zintuigen voor de fysieke wereld uitgeschakeld, daarentegen neemt hij nu waar wat hem voorheen ontging, wat voor hem tot dan toe verborgen was gebleven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – POPULÄRER OKKULTISMUS – Leipzig, 29 juni 1906   (bladzijde 134)