Ex Deo Nascimur

De goden gaven de mens, toen ze hem schiepen, ook fouten, opdat hij aan hen zijn krachten kan beproeven. Daarom moeten we de goden ook dankbaar zijn voor onze fouten; want de bestrijding daarvan maakt ons sterk en vrij. Geen moment echter moeten we daarom van deze fouten houden. Goden, die ons zuiver en zonder gebreken zouden hebben geschapen, zouden we niet kunnen danken; want ze zouden ons tegelijk tot zwakkelingen hebben gemaakt. En we moeten onszelf zeggen: Al was de wereld vol duivels, we zijn toch uit God geboren (Duits: von Gott entstammt): Ex Deo Nascimur.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266 b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden –Gedächtnisaufzeichnungen von Teilnehmern – Band II: 1910 – 1912 – München, 11 december 1910 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 21 juni 2014  (17 reacties)

Gemaskeerde afgunst

Als we proberen een uit een vroegere incarnatie voortkomende neiging tot afgunst te bestrijden, dan neemt de afgunst een masker aan. […] En er treedt een andere werking op, die een gevolg is van de bestrijding van de jaloezie. Bestreden eigenschappen komen gemaskerd naar voren. En de afgunst die we bestrijden, treedt dan dikwijls in het leven zo op dat we de begeerte krijgen de fouten van andere mensen op te zoeken en zeer veel aanmerkingen te maken (Duits: tadeln). We ontmoeten in het leven menig mens die als met een soort helderziende kracht steeds de fouten en schaduwkanten van andere mensen te weten komt, en als we de oorzaak van dit verschijnsel nagaan, dan ligt het in de afgunst die zich in zucht tot kritiseren (Duits: Tadelsucht) omgevormd heeft, en dit schijnt de betrokken mens een heel goede eigenschap te zijn. Het is goed, zo zeggen ze, dat men op de aanwezigheid van deze slechte eigenschappen opmerkzaam maakt. Achter dergelijke vitzucht schuilt echter niets anders dan omgezette, gemaskeerde afgunst.

Bron: Rudolf Steiner – GA 125 – Wege und Ziele des geistigen Menschen – Bremen, 26 november 1910 (bladzijde 194-195)

Zie ook: Wie kent niet de spotters die zo gaarne kritiek leveren op de tekortkomingen van een ander

Eerder geplaatst op 11 november 2014

Erfelijke belasting (2 van 3)

Wie zich echter niet in zijn geestelijke wezen versterkt, wie zegt: het geestelijke is slechts een product van het fysieke -, die is dan, omdat hij geen sterk innerlijk heeft, overgeleverd aan de erfelijke belastingen, bij hem moeten ze schadelijk werken. Het is geen wonder dat tegenwoordig wat men erfelijke belasting noemt zulke vreselijke gevolgen heeft, omdat men eerst de mensen de macht van de erfelijke belasting aanpraat en van hem afneemt wat daar tegenin werkt.

Men kweekt eerst het geloof aan de erfelijke belasting en neemt dan de mensen met deze wereldbeschouwing de beste bestrijdingsmethode tegen de erfelijke belasting uit handen. Men vindt eerst de almacht van de erfelijke belasting uit en daardoor werkt deze dan. Men heeft niet alleen een verkeerd inzicht dat levensvijandig werkt en de mensen de wapens uit de handen slaat, maar hier begint een theorie die geheel en al op materialistische opvattingen is gebaseerd. Hier begint een materialistische wereldbeschouwing op het morele in te werken en ze werkt niet alleen theoretisch verkeerd, maar ook in moreel opzicht.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 116 – Der Christus-Impuls und die Entwickelung des Ich-Bewußtseins – Berlijn, 22 december 1909 (bladzijde 54-55)

Ex Deo Nascimur

De goden gaven de mens, toen ze hem schiepen, ook fouten, opdat hij aan hen zijn krachten kan beproeven. Daarom moeten we de goden ook dankbaar zijn voor onze fouten; want de bestrijding daarvan maakt ons sterk en vrij. Geen moment echter moeten wij daarom van deze fouten houden. Goden, die ons zuiver en zonder gebreken zouden hebben geschapen, zouden we niet kunnen danken; want ze zouden ons tegelijk tot zwakkelingen hebben gemaakt. En we moeten onszelf zeggen: Al was de wereld vol duivels, we zijn toch door God ontstaan: Ex Deo Nascimur.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 266 b – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden –Gedächtnisaufzeichnungen von Teilnehmern – Band II: 1910 – 1912 – München, 11 december 1910 (bladzijde 116)

Over vaccinatie en fanatisme

Het fanatieke zich opstellen tegen deze dingen, bijvoorbeeld de vaccinatie, is iets dat ik, niet om medische, maar om algemeen antroposofische redenen, helemaal niet aanraden zou. De fanatieke stellingname tegen deze dingen is niet waar wij naar streven, maar we willen door inzicht de dingen in het groot anders maken. Ik heb dat altijd, als ik met artsen bevriend was, als iets om te bestrijden gezien, bijvoorbeeld bij Dr. Asch, die absoluut niet ingeënt heeft. Ik heb dat altijd bestreden. Want als hij niet inent, dan ent een ander nu eenmaal in. Het is een volkomen onding om zo in individuele gevallen fanatiek te werk te gaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 314 – Physiologisch-Therapeutisches auf Grundlage der Geisteswissenschaft – Dornach, 22 april 19124 (bladzijde 288)