Heerschappij van het Ik

Men kan zien, hoe de mens aan deze arbeid (Steiner heeft het hier over de arbeid van het Ik aan de eigen ziel) bezig is, als men een mens, die nog geheel aan lagere begeerten en zogenaamd zinnelijk genot is overgegeven, met een edel idealist vergelijkt. De laatste groeit uit de eerstgenoemde, wanneer hij zich van lagere neigingen afwendt en zich op hogere richt. Hij heeft daardoor van het Ik uit veredelend, vergeestelijkend op zijn ziel ingewerkt. Het Ik is heerser geworden in het zieleleven. Dit kan zover gaan, dat er in de ziel geen begeerte, geen verlangen opkomt, zonder dat het Ik de macht is, die de toegang mogelijk maakt. 

Op deze wijze wordt dan de gehele ziel een openbaring van het Ik, zoals voordien alleen de bewustzijnsziel dat was. Welbeschouwd bestaat de gehele beschaving en al het geestelijke streven van de mensen uit een arbeid, die deze heerschappij van het Ik ten doel heeft. Iedere thans levende mens is met die arbeid bezig, om het even of hij wil of niet, of hij zich al van dit feit bewust is of niet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS: Wesen der Menschheit – bladzijde 70-71

Deze vertaling is van F. Wilmar 

1896-1

Alles leidt naar decadentie, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving

Het moet steeds meer en meer benadrukt worden: dat het zeer noodzakelijk is om vandaag de dag de dingen zeer ernstig te nemen! De mensen vinden het ongemakkelijk, dit ernstig nemen. Ze willen steeds maar weer geloven dat het wel in de oude sleur verder zal gaan. Nee, het zal niet in de oude sleur verder gaan!

Als er zo verder geleefd wordt, zoals geleefd wordt zonder de aansporingen die uit de geestelijke wereld komen, dan kan verder industrie bedreven worden, er kunnen banken zijn, er kunnen universiteiten zijn, waar alle mogelijke wetenschappen geleerd worden, er kunnen andere beroepen verder uitgeoefend worden – alles leidt naar decadentie, naar barbarij, naar de ondergang van de beschaving.

Wie niet rechtstreeks dat in het leven wil brengen, wat uit de geesteswetenschap kan komen, die wil in feite niet de vooruitgang, maar de achteruitgang. En het merendeel van de mensen wil vandaag de dag de neergang en maakt zichzelf wijs dat uit de neergang nog een opgang zou kunnen komen. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 202 – Die Brücke zwischen der Weltgeistigkeit und dem Physischen des Menschen/Die Suche nach der neuen Isis, der göttlichen Sophia – Dornach, 26 december 1920 (bladzijde 275-276)

Eerder geplaatst op 13 januari 2017  (4 reacties)