Moraal/Angst/Beloning

Niet degene is een moreel mens die de morele geboden uit angst of vanwege een beloning opvolgt, maar degene die ze opvolgt omdat hij ze liefheeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93 – Die Tempellegende und die Goldene Legende/Aus den Inhalten der Esoterischen Schule – Berlijn, 29 mei 1905 (bladzijde 168)

Eerder geplaatst op 15 september 2017  (9 reacties)

il_340x270.3423570372_gpz3

Karma/Ziekte/Gezondheid

Zoals in alle dingen die de mensen betreffen, mag met betrekking tot gezondheid en ziekte de zaak niet zo opgevat worden, alsof ze zonder meer “straf” en “beloning” zouden zijn voor wat de mens in een vroeger of wellicht zelfs in dit leven heeft begaan. Er kan bijvoorbeeld een persoon door een ziekte getroffen worden, waarvoor geheel geen oorzaak aangewezen kan worden, noch in het voorgaande, noch in het huidige leven. Dan treedt de ziekte in zekere zin als eerste gebeurtenis in de mens zijn levensloop op, zij is zelf een eerste oorzaak. Zij zal dan haar uitwerking op enigerlei wijze in de volgende levensloop met zich meebrengen. De wet van karma werkt zeer zeker overal; men moet echter niet geloven dat men overal alleen werkingen heeft, waarvan de oorzaken in het verleden liggen; men kan ook met oorzaken te maken hebben, waarvan de gevolgen in de toekomst zullen liggen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 – LUCIFER- GNOSIS 1903-1908 – GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE (bladzijde 404-405)

Eerder geplaatst op 8 oktober 2014

Egoïsme/Armoede/ Ellende (6 van 11) – Zo absurd dit klinkt, zo waar is het

Van de erkenning van dit beginsel, dat iemand de opbrengst van zijn arbeid niet in de vorm van een persoonlijke beloning zal ontvangen, hangt uitsluitend de sociale vooruitgang af. Naar geheel andere doelen leidt iemand een onderneming als hij weet dat hij niets voor zichzelf zal krijgen voor zijn werk, maar dat hij de sociale gemeenschap arbeid is verschuldigd en dat hij voor zichzelf op niets aanspraak zal maken en dat, omgekeerd, zijn levensonderhoud uitsluitend is beperkt tot wat de sociale gemeenschap hem schenkt. Zo absurd dit vandaag de dag voor velen klinkt, zo waar is het.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 99)

Eerder geplaatst op 19 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (4 van 11) – Arbeid op zichzelf heeft geen belang en kan onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn

Men zou zich eens moeten afvragen of arbeid die persoonlijk beloond wordt, als zodanig voor het levensbehoud zorgt, als het om deze arbeid gaat. […] Als de arbeid enkel arbeid is, dan kan zij onder omstandigheden absoluut nutteloos zijn. Stelt u zich eens voor, dat een mens op een eiland zat en veertien dagen lang niets anders zou doen dan stenen gooien. Dat zou een inspannende arbeid zijn en naar gewone menselijke begrippen zou hij daarmee een goed loon kunnen verdienen. Niettemin staat deze arbeid niet in de geringste samenhang met het leven. […] Arbeid op zichzelf heeft geheel geen belang voor het leven, maar alleen arbeid die wijs geleid wordt. Alleen door met verstand gevoerde arbeid is voort te brengen en te creëren wat de mensen dient. […] Het komt er niet op aan dat ergens iemand mooie, abstracte theorieën uitdenkt, de werkelijke vooruitgang hangt ervan af dat iedere individuele mens in sociale zin denken leert. […] Het komt er niet op aan werk te verschaffen, maar dat de arbeid enkel en alleen gebruikt wordt om waardevolle zaken voort te brengen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 97-98)

Eerder geplaatst op 16 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (3 van 11) – Men zegt: Het is heel natuurlijk dat de mens voor zijn arbeid beloond wordt

In de huidige tijd is men overtuigd dat een groot deel, verreweg het grootste deel van het menselijk leven op egoïsme moet zijn gebouwd. Weliswaar wil men het met woorden en theorieën niet toegeven, maar in de praktijk zal men het meteen toegeven. Men geeft het op de volgende wijze toe. Men zegt: Het is heel natuurlijk dat de mens voor zijn arbeid beloond wordt, dat de mens de opbrengst van zijn arbeid persoonlijk ontvangt – en toch is dit niets anders dan de omzetting van het egoïsme in het economische leven. We leven onder het egoïsme zodra we leven volgens het principe: Wij moeten persoonlijk beloond worden; voor mijn werk moet mij betaald worden.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 96-97)

Eerder geplaatst op 15 januari 2012