Niets belangrijker dan dit

Wat de geestelijke wereld betreft, komt het er werkelijk op aan dat men er gedachten over ontwikkelt. En ook al staan we schijnbaar ver weg van de doden en staat ons eigen leven dichtbij: dat we de gedachten die vandaag zijn ontwikkeld door onze ziel laten stromen, dat we iets doordenken dat vreemd lijkt aan het onmiddellijke uiterlijke leven, dat is iets wat onze zielen hoger brengt, wat onze zielen geestelijke kracht en geestelijke voeding geeft.

Want niet datgene wat dichtbij lijkt, brengt iemand de geestelijke wereld binnen, maar datgene wat eerst uit de geestelijke wereld komt. Twijfel daarom niet om juist zulke gedachten steeds te doordenken, deze gedachten vaker in de ziel te laten leven.

Want er is niets belangrijker voor het leven, ook zelfs voor het materiële leven, dan grondige overtuigingen te kunnen hebben over onze samenhang met het geestelijke. Als de mensen van de moderne tijd de verbinding met het geestelijke niet zo veel hadden verloren, dan zouden deze moeilijke tijden van nu niet zijn gekomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Nürnberg, 10 februari 1918 (blz. 56)

rudolf-steiner-german-austrian-philosopher-260nw-1663000651

Even belangrijk  

We moeten duidelijk inzien dat vanuit een bepaald gezichtspunt het kleinste en het grootste wat we kunnen doen even belangrijk is voor het geheel. Het leven kan men zich voorstellen als een mozaïek afbeelding dat uit afzonderlijke steentjes samengevoegd is. Wie een enkel steentje toevoegt is niet minder belangrijk dan degene die het plan voor de mozaiekafbeelding bedacht heeft. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Düsseldorf, 20 februari 1910 (bladzijde 75)

Eerder geplaatst op 2 december 2017

Jaqueline-mozaik-kl-e1457429033877-300x300

Niets is belangrijker voor het leven dan dit

Er is niets belangrijker voor het leven, ook zelfs voor het materiële leven, als grondige (Duits: durchgreifende) overtuigingen van het samenzijn met het geestelijke te kunnen hebben. Zouden de mensen de laatste tijd niet de samenhang met de geestelijke wereld zo zeer verloren hebben, dan zouden de zware tijden van tegenwoordig niet gekomen zijn. Deze diepere samenhang zien maar heel weinig mensen tegenwoordig in; in de toekomst zal het wel ingezien worden.

Tegenwoordig gelooft men: Als de mens door de poort van de dood gegaan is, houdt zijn activiteit met betrekking tot de fysieke wereld op. Nee, die houdt niet op. Een voortdurend levendig verkeer vindt plaats tussen de zogenaamde doden en de zogenaamde levenden. En we kunnen zeggen: Degenen die door de poort van de dood zijn gegaan, ze zijn niet opgehouden er te zijn, slechts onze ogen zijn opgehouden ze te zien; maar ze zijn er. Onze gedachten, onze gevoelens, onze wilsimpulsen, ze staan met hen in verbinding. Want juist ook voor de doden geldt het Evangeliewoord: ‘Zoek ze niet in uiterlijke gebaren, het rijk van de geest is midden onder u.’

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Neurenberg, 10 februari 1918 (bladzijde 56-57)

Eerder geplaatst op 22 september 2016  (1 reactie)

Even belangrijk

We moeten duidelijk inzien dat vanuit een bepaald oogpunt het kleinste en het grootste wat we kunnen doen even belangrijk is voor het geheel. Het leven kan men zich voorstellen als een mozaïekafbeelding dat uit afzonderlijke steentjes samengevoegd is. Wie een enkel steentje toevoegt is niet minder belangrijk dan degene die het plan voor de mozaiekafbeelding bedacht heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Düsseldorf, 20 februari 1910 (bladzijde 75)

Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft, betekent nog niet dat hij ook van deze wereld iets weet

Dat een gestorvene in de geestelijke wereld leeft, betekent nog niet dat hij ook van deze wereld iets weet, hoewel hij die kan waarnemen. Wat in de geesteswetenschap verworven wordt, dat wordt enkel op de aarde verworven, het kan niet in de geestelijke wereld verworven worden. [….] Dat is een belangrijk geheim van de spirituele werelden, dat men in deze wereld kan zijn, haar aanschouwen kan, maar dat wat als weten over de geestelijke werelden noodzakelijk is, op aarde verworven moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 140 – Okkulte Untersuchungen über das Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Bergen, 10 oktober 1913 (bladzijde 338)

Eerder geplaatst op 3 februari 2012.