Waartoe al dit gedenk over het leven na de dood?

Wat er in zijn geestelijke omgeving aanwezig is, dat kan de overledene alleen voor zover beleven, als hij zich al hier op aarde de voor de mens mogelijke gedachten over de geestelijke wereld gemaakt heeft. Er zijn zo veel mensen die zeggen: Ach, waarom zouden we ons om het leven na de dood bekommeren? We kunnen het immers afwachten. Als we gestorven zijn, zullen we wel zien, wat er na de dood is. – Maar dat is een volstrekt onmogelijk idee. Men ziet eenvoudig niets na de dood, als men zich in het leven helemaal geen gedachten over de geestelijke wereld heeft gemaakt, als men alleen maar materialistisch geleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 29-30)

Zie ook: Waarom zou ik mij bekommeren om wat zich na de dood afspeelt?

Eerder geplaatst op 28 november 2017  (10 reacties)

300px-GA226

Slapend

Ik heb er vaak over gesproken dat de mensen, hoewel zij wakker zijn, in de belangrijkste aangelegenheden eigenlijk hun leven slapend laten voorbijgaan. Dit is geen bijzonder verheugend verschijnsel, maar ik kan u de verzekering geven dat je tegenwoordig werkelijk, als je bewust door het leven gaat, vele, zeer vele slapende mensen ziet. Zij laten gebeuren wat er in de wereld gebeurt zonder zich ervoor te interesseren. Zij bekommeren zich er niet om en verbinden zich er niet mee. Slapend laten zij grote wereldgebeurtenissen aan zich voorbijgaan, hoewel zij schijnbaar wakker zijn.

Bron: Hoe werken de engelen in ons astrale lichaam? (bladzijde 7) – Vertaling Martien Ockeloen

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Zürich, 9 oktober 1918 (bladzijde 146-147)

Eerder geplaatst op 23 maart 2017 (3 reacties)

Waarom zou ik mij bekommeren om wat zich na de dood afspeelt?

Dat is iets wat de mens tegenwoordig maar heel moeilijk inziet. De mens denkt: waarom zou ik mij bekommeren om wat zich in de geestelijke wereld afspeelt? Als ik sterf ga ik hoe dan ook de geestelijke wereld in, dan zal ik wel zien en horen, wat daar is! – In ontelbare variaties kunt u dat horen, die gemakkelijke manier: Ach, wat zou ik mij voor mijn dood druk maken om het geestelijke! Ik zal wel zien wat daar is; want dat kan immers niets veranderen aan mijn verhouding tot de geestelijke wereld, of ik mij er hier mee bezighoud of niet! – Zo is het echter niet. De mens die zo denkt, zal een schemerachtige en duistere wereld kennen leren. Hij zal niet veel kunnen onderscheiden van wat u beschreven vindt in mijn boeken over de geestelijke werelden. Want dat de mens hier in de aardse wereld zijn geest en ziel verbindt met de geestelijke wereld, dat maakt hem pas vaardig tot zien, doordat hij zich hier daarop voorbereidt. De geestelijke wereld is daar; de vaardigheid erin te zien, moet u zich hier op aarde verwerven, anders bent u blind in de geestelijke wereld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 107 – Geisteswissenschaftliche Menschenkunde – Berlijn, 22 maart 1909 (bladzijde 257)

Eerder geplaatst op 7 augustus 2013

Waartoe al dit geprakkiseer over het leven na de dood?

Wat er in zijn geestelijke omgeving aanwezig is, dat kan de overledene alleen voor zover beleven, als hij zich al hier op aarde de voor de mens mogelijke gedachten over de geestelijke wereld gemaakt heeft. Er zijn zo veel mensen die zeggen: Ach, waarom zouden we ons om het leven na de dood bekommeren? We kunnen het immers afwachten. Als we gestorven zijn, zullen we wel zien, wat er na de dood is. – Maar dat is een volstrekt onmogelijk idee. Men ziet eenvoudig niets na de dood, als men zich in het leven helemaal geen gedachten over de geestelijke wereld heeft gemaakt, als men alleen maar materialistisch geleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 29-30)

Zie ook: Waarom zou ik mij bekommeren over wat er zich na de dood afspeelt?

Eerder geplaatst op 27 februari 2017

Waartoe al dit geprakkiseer over het leven na de dood?

Wat er in zijn geestelijke omgeving aanwezig is, dat kan de overledene alleen voor zover beleven, als hij zich al hier op aarde de voor de mens mogelijke gedachten over de geestelijke wereld gemaakt heeft. Er zijn zo veel mensen die zeggen: Ach, waarom zouden we ons om het leven na de dood bekommeren? We kunnen het immers afwachten. Als we gestorven zijn, zullen we wel zien, wat er na de dood is. – Maar dat is een volstrekt onmogelijk idee. Men ziet eenvoudig niets na de dood, als men zich in het leven helemaal geen gedachten over de geestelijke wereld heeft gemaakt, als men alleen maar materialistisch geleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiana (Oslo), 17 mei 1923 (bladzijde 29-30)

Zie ook: Waarom zou ik mij bekommeren om wat zich na de dood afspeelt?