Moet men zich van alle kritiek onthouden? (2 van 5)

Ten eerste is hierop te zeggen, dat de gedragsregels voor de leerling der geestelijke scholing eisen zijn, die overeenstemmen met strenge wetten. En ze zeggen als zodanig alleen iets over de samenhang tussen de vervulling van een overeenkomende eis en het opwaarts stijgen van de leerling. U zult zich van kritiek onthouden, betekent: zoveel als je in gevallen, waarbij de gebeurtenissen tot een berisping, een veroordeling prikkelen, deze prikkel niet volgt, maar zonder alle kritiek aan de verbetering van het schadelijke, slechte enz. werkt, in dezelfde mate kom je vooruit. Onthouding van kritiek betekent volstrekt niet, dat men onverschillig aan het slechte, verkeerde enz. voorbijgaat en alles laat zoals het is. Men moet alleen proberen het slechte in dezelfde mate vanuit zijn oorzaken te begrijpen, zoals men het goede begrijpt. Door het begrijpen van de oorzaken zal men zich zelfs het beste toerusten voor het werken aan de verbetering.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 34 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis» –  juni 1905 (bladzijde 389)

Eerder geplaatst op 13 juni 2018

Wijsheid

Wanneer de mens wijsheid nodig heeft om de dingen te begrijpen, dus wijsheid uit de dingen te voorschijn haalt, dan toont dit aan dat in de dingen wijsheid zit. Want al zou de mens nog zo zijn best doen om met van wijsheid vervulde ideeën de dingen te begrijpen: hij zou geen wijsheid uit de dingen kunnen halen als die er niet eerst in was gelegd. Wie met behulp van wijsheid dingen wil doorgronden waarvan hij niet gelooft dat ze die wijsheid eerst hebben ontvangen, kan evengoed geloven dat hij water uit een glas kan drinken zonder dat het er eerst in is gegoten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS (Seite 214)

Nederlandstalige bron: De wetenschap van de geheimen der ziel / De kosmische ontwikkeling en de mens (blz. 150)

Vertaald door Wijnand Mees

Rudolf Steiner / Werken en voordrachten

© 1998 Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

523x840

Eerder geplaatst op 17 maart 2018  (1 reactie)

Tegenstrijdigheden

De werkelijkheid bestaat uit tegenstrijdigheden. We begrijpen de werkelijkheid niet, wanneer we niet de tegenstrijdigheden in de wereld zien.

Bron (Duits): Rudolf Steiner – GA 293 – Allgemeine Menschenkunde als Grundlage der Pädagogik – Stuttgart, 29 augustus 1919 (bladzijde 124)

Vertaling: Marijke Buursink, overgenomen uit Antroposofische menskunde (bladzijde 113)

_ (1)

Eerder  geplaatst  op 8 oktober 2015  (8 reacties)

Begrijpen belangrijker dan helderziend waarnemen 

Men zou gemakkelijk kunnen denken dat het helderziende waarnemen een betere voorbereiding op de dood is dan het alleen aanhoren van de feiten uit de spirituele wereld. En toch heeft de mens na de dood weinig nut van wat hij alleen maar visionair heeft gezien. Daarentegen begint hij zich onmiddellijk van een feit bewust te worden door wat hij aan geestelijke mededelingen ontvangen heeft, als hij deze met zijn verstand heeft begrepen.

Juist dat heeft de waarde na het overlijden: wat men heeft begrepen, ongeacht of het waargenomen is of niet. En al kan de hoogste ingewijde door zijn helderziendheid de hele spirituele wereld zien, dat vergroot zijn betekenis na de dood niet, als hij deze feiten niet in menselijke begrippen kan uitdrukken. Na de dood helpen alleen die dingen die hij hier als begrippen heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 117 – Die  tieferen  Geheimnisse des  Menschheitswerdens im  Lichte  der  Evangelien – Stuttgart, 13 november 1909 (bladzijde 83-84)

Zie ook: Duizend keer beter

Ooordeelsvermogen / Herinnering in de volgende incarnatie

51GmFafEfsL._SX355_BO1,204,203,200_

Eerder geplaatst op 10 juli 2020   (7 reacties)

Een zeer belangrijke gebeurtenis

Een zeer belangrijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden […] aan het einde van de zeventiger jaren van de 19de eeuw. […] Er begint nu een tijd waarin andere wezens, die niet mensen zijn, maar die voor de verdere ontwikkeling van  hun bestaan ervan afhankelijk zijn om op de aarde te komen en op de aarde een relatie aan te gaan met mensen, in wie deze wezens  van de buitenaardse wereldgebieden ook afdalen (Duits: herunterkommen).

Sinds het einde van de jaren tachtig van de 19e eeuw willen bovenaardse wezens het aardse bestaan ingaan. [….] We hebben al bovenaardse wezens in ons bestaan op aarde. En aan dit feit dat bovenaardse wezens mededelingen (Duits: Botschaften) dit aardse bestaan binnenbrengen, aan deze omstandigheden is het te danken dat we überhaupt een coherente geesteswetenschap kunnen hebben.

Maar over het algemeen, hoe gedraagt de mensheid zich? Het menselijk ras gedraagt zich, men zou willen zeggen, op een bruuske (Duits: kosmisch-rüpelhaften) manier tegenover deze vanuit de kosmos op de aarde, weliswaar langzaam, maar toch verschijnende wezens. De mensheid bekommert zich niet om hen, de mensheid negeert hen.

En dit is wat de aarde in steeds tragischere en tragischere toestanden zal brengen; want onder ons zullen in de loop van de volgende eeuwen steeds meer geestwezens wandelen, van wie we de taal zouden moeten begrijpen. En we begrijpen ze alleen als we proberen te begrijpen wat er van hen komt: de inhoud van de geesteswetenschap. Dat willen ze ons geven, en ze willen dat er in de zin van de geesteswetenschap te werk wordt gegaan, dat de geesteswetenschap wordt omgezet in het sociale gedrag op aarde.

Bron: Rudolf Steiner – GA 204 – Perspektiven der  Menschheitsentwickelung / Der  materialistische  Erkenntnisimpuls und  die Aufgabe  der  Anthroposophie – Dornach, 13 mei 1921 (bladzijde 242-243)

9783727420405-de

Eerder geplaatst op 27 december 2019  (6 reacties)