Over zelfdoding

Wanneer een mens zelfmoord pleegt, heeft hij zijn Ik met het fysieke lichaam vereenzelvigd. Daardoor ontstaat nadien des te heviger de begeerte naar het fysieke lichaam. Hij komt zichzelf dan voor als een uitgeholde boom, als iemand die zijn Ik verloren heeft. Hij heeft dan een voortdurende dorst naar zichzelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93a – Grundelemente der Esoterik – Berlijn, 7 oktober 1905 (bladzijde 95-96)

1484903_orig

Eerder geplaatst op 12 februari 2017  (6 reacties)

Kamaloka

Voor de laagste en de hoogste aandriften heeft de mens zijn zintuigen nodig. Ook in de kunst gebruikt hij ze. Als de mens eenmaal alles uit de wereld als het ware opgezogen heeft, heeft hij geen zintuigen meer nodig. Tussen geboorte en dood went de mens zich eraan om de wereld door zijn zintuigen waar te nemen. Deze gewenning moet hij na de dood langzaam afleggen. Wil hij ook dan nog zijn zintuigen gebruiken voor het bezien van de wereld, dan bevindt hij zich in de toestand die men kamaloka noemt.

Het is een toestand waarin de begeerte er nog is om door de organen waar te nemen, die er echter dan niet meer zijn. Als de mens zich na de dood zou kunnen zeggen dat hij geen lichaamsorganen meer nodig heeft, dan zou er voor hem geen kamaloka meer zijn. In het devachan nu wordt alles van binnenuit waargenomen, zonder organen, wat de mens voorheen in het leven in zijn omgeving door zijn organen heeft waargenomen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93a – Grundelemente der Esoterik – Berlijn, 27 september 1905 (bladzijde 25-26)

Eerder geplaatst op 8 februari 2017 (5 reacties)

Over zelfdoding

Wanneer een mens zelfmoord pleegt, heeft hij zijn Ik met het fysieke lichaam vereenzelvigd. Daardoor ontstaat nadien des te heviger de begeerte naar het fysieke lichaam. Hij komt zichzelf dan voor als een uitgeholde boom, als iemand die zijn Ik verloren heeft. Hij heeft dan een voortdurende dorst naar zichzelf.

Bron: Rudolf Steiner – GA 93a – Grundelemente der Esoterik – Berlijn, 7 oktober 1905 (bladzijde 95-96)

Eerder geplaatst op 31 december 2015

Schrikwekkende astrale wereld  

Voor een onervarene is de astrale wereld een grote wirwar. Hij kan beleven dat allerlei dierlijke gestalten op hem afkomen, ook afschrikwekkende mensengestalten en dergelijke. Er zijn mensen die zulke belevenissen vertellen. Zij zijn werkelijk in een zeer betreurenswaardige toestand, als door een ziekte voor hen de astrale wereld op ongeregelde wijze zichtbaar is geworden. Als men begint ernstig te mediteren, zich te scholen, dan ontwikkelt de helderziendheid zich regelmatig en dan weet men wat het is in de astrale wereld. Bij die andere mensen heeft zich de blik in de astrale wereld door een ziekte van de hersenen of iets dergelijks ongeregeld geopend. Verschrikkelijke gestalten die ze op zich toe zien komen, die zich op hen storten, zijn in werkelijkheid hun eigen hartstochten, die van hen uitgaan en die zich in de astrale wereld in spiegelbeeld tonen. Omdat in de astrale wereld alles omgekeerd is en zij het lezen daarin niet kennen, stormt alles op hen af. Daar verschijnt alles in beelden. Uitbrekende woede bijvoorbeeld kan verschijnen in een beeld van een tijger, die hen aanvalt. Zo is het met al deze wilde gestalten. Want elke begeerte, elke hartstocht wordt tot een demon. De ongeoefende mens weet daarmee echter niets te beginnen en houdt de waarneming voor een inbeelding, een fantasterij, maar dat is het beslist niet. Het is een beeld, een spiegelbeeld.

Bron: Rudolf Steiner – GA 94 – Kosmogonie – Leipzig 29 juni 1906 (bladzijde 135)

Eerder geplaatst op 4 juni 2012