Overal waar we zijn, zijn ook de drie werelden

Alleen diegene heeft inzicht in de zichtbare wereld, die ook weet heeft van de andere twee werelden. De drie werelden zijn:

  1. de fysieke wereld, het toneel van alle mensen
  2. de astrale of zielenwereld
  3. de devachanische of geestelijke wereld.

Deze drie werelden zijn niet ruimtelijk van elkaar gescheiden. De dingen van de fysieke wereld, die we waarnemen met de uiterlijke zintuigen, zijn in onze omgeving; maar in dezelfde ruimte met ons is ook de astrale wereld. Evenals in de fysieke wereld leven we ook tegelijk in de twee andere werelden, in de astrale en in de devachanische wereld. Overal waar we zijn, zijn ook de drie werelden. Maar we zien alleen de hogere werelden nog niet, zoals de blinde, die de fysieke wereld niet ziet. Maar wanneer de “zintuigen van de ziel” worden geopend voor de mens, dan verschijnt de nieuwe wereld met de nieuwe eigenschappen en de nieuwe wezens voor hem. Als hij nieuwe waarnemingsorganen krijgt, krijgt hij ook nieuwe fenomenen te zien.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 23 augustus 1906 (bladzijde 20-21)

rudolfsteinerlecture2011_07-2013_08_19-08_19_05-utc

Schilderij door David Newbatt

Eerder geplaatst op 20 augustus 2019

Voortdurende verandering

Een mens die u vandaag hebt gezien, zult u morgen of overmorgen of zelfs na jaren nog herkennen, doordat zijn uiterlijke verschijning bestaan is gebleven. Net zo is dat het geval bij het dier, bij de plant, bij het mineraal. Dat is echter geheel niet het geval bij de wezens die alleen op het onstoffelijk gebied (Duits: astralischen Plan) belichaamd zijn. Die hebben voortdurend een wisselende gestalte, een vorm die bij veel wezens op elk moment een andere wordt; want de gestalte die op het astrale plan waargenomen wordt, is een nauwkeurige afdruk van de innerlijke zielservaringen en zielsactiviteiten van deze wezens.

Denkt u zich eens in, dat u uw ziel beschouwt in de morgen als u net een verheugende brief hebt ontvangen, en het prettige bericht u vervuld heeft met vreugde en plezier, en dit gevoel in uw ziel leeft, en stelt u zich nu voor hoe uw uiterlijke verschijning iedere keer overeenkomend met het zielenleven verandert, hoe anders deze beelden eruit zouden zien in de middag, als u bijvoorbeeld een overlijdensbericht ontvangt, of op het moment dat woede en angst door u heen trekken. Als dan iedere keer uw uiterlijke vorm veranderd zou worden en dit tot uitdrukking zou brengen wat er in de ziel gaande is, dan zou u een beeld hebben van wat er op het astrale vlak gebeurt. Vandaar dus het verwarrende, het wegglippende en zich voortdurende veranderende van de vormen van de astrale wezens.

Bron: Rudolf Steiner – GA 108 – Die Beantwortung von Welt- und Lebensfragen durch Anthroposophie – Wenen 21 november 1908 (bladzijde 16)

Logisch denken

Parallel met de occulte scholing gaat een zekere scholing van het denken samen, zonder welke men zo’n spirituele scholing niet kan doormaken. Dat komt doordat het denken een eigenschap heeft, die de andere dingen niet hebben. Zijn we bijvoorbeeld op het fysiek-zintuiglijk gebied, dan nemen we met de fysieke zintuigen waar wat zich op het zintuiglijk gebied bevindt, niets anders. Op het zielsgebied (Astralplan) gelden de astrale waarnemingen, en het geestelijke (devachanische) horen geldt alleen in het geestesgebied (Devachan); kort gezegd, ieder gebied heeft zijn eigen waarnemingen. Maar een ding loopt door alle werelden heen en dat is het logisch denken. De logica is hetzelfde op alle drie gebieden. En dus kan men op het fysiek-zintuiglijk gebied iets leren, wat ook voor de hogere gebieden geldigheid heeft. […] In het eigen scherpe denken heeft men de zuiverste innerlijke gids. Dan is de goeroe alleen nog een vriend van de leerling, die raadgevingen geeft, want de beste goeroe vormt men in zichzelf met het eigen verstand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart 2 september 1906 (bladzijde 121-122)

Zie ook: Eén ding is hetzelfde voor alle werelden: het logisch denken