Armoede / Ellende / Egoïsme

Alle menselijke ellende is louter een gevolg van het egoïsme en in een gemeenschap van mensen zal te eniger tijd onontkoombaar ellende, nood en armoede komen opdagen, wanneer deze gemeenschap op de een of andere manier op het egoïsme is gebaseerd.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 34Geisteswissenschaft und soziale Frage (bladzijde 212)

(Overgenomen uit het boekje Antroposofie en het sociale vraagstuk – 1982 – vertaling Edithe Boeke)

xxl

Eerder geplaatst op 19 februari 2018  (2 reacties)

 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (11-slot) – Sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden

Wat u ook gestudeerd hebt in het uiterlijke leven, bestudeert u ook ijverig de wetten van de menselijke samenleving. Als mensen samenleven, leven niet enkel lichamen, maar ook zielen, geesten samen. Daarom kan alleen spiritueel inzicht de basis voor een sociale wereldbeschouwing zijn.

En zo zien we dat inderdaad de verdieping van de geest ons biedt wat voor ieder van ons datgene kan brengen, wat ons geschikt maakt vanuit onze geringe positie in onze situatie mee te werken aan de grote sociale vooruitgang. Want deze sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden, maar is een som van wat de individuele zielen doen. En enkel en alleen een wereldbeschouwing als de geesteswetenschap werkt zodanig aan de individuele ziel, dat zij zich werkelijk boven zichzelf verheft.

Doordat onze sociale ellende zijn basis heeft in persoonlijk eigenbelang, in plaats van in onze sociale regelingen, daarom kan alleen een wereldbeschouwing die het Ik verheft boven het persoonlijke eigenbelang, helpen. Hoe vreemd het lijkt, voedsel komt niet alleen van onze arbeid; voeding in plaats van armoede, leed en ellende komt van de geesteswetenschappelijke verdieping. Spirituele wetenschap is een middel om de mensen voeding en welzijn te geven, in de ware zin van het woord.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 103-104)

Eerder geplaatst op 24 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (10 van 11) – Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen

Alleen een wereldbeschouwing die tot in de kern gaat en daar de waarheid vandaan haalt, kan ons het ware gezicht van de wereld tonen. Het is nimmer juist, dat wij door ware kennis, als wij het ware gezicht van de wereld zien, slecht zouden kunnen worden. Waar is het dat het slechte in de mens alleen van dwaling, alleen van vergissingen kan komen. Daarom bouwt de geesteswetenschap vanuit de kennis van de menselijke natuur erop dat door haar bereikt kan worden waarover de edele sociale hervormer Owen zich zo vergist heeft. Hij zegt: ‘Het is noodzakelijk dat de mensen eerst voorgelicht worden, dat de moraal verbeterd wordt.’

De spirituele kennis zegt echter: De nadruk op dit beginsel doet het niet alleen, maar de middelen waardoor de ziel veredeld kan worden, moeten erbij gegeven worden. Want als door een geestelijk gerichte wereldbeschouwing de zielen veredeld en gescherpt zijn, dan zullen de omstandigheden en uiterlijke verhoudingen, die altijd een spiegelbeeld zijn van wat de mens denkt, navolgen. Niet door de omstandigheden worden de mensen bepaald, maar, in zoverre de omstandigheden sociaal zijn, worden deze omstandigheden door mensen gemaakt. Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen.

En alle ellende die door de industriële ontwikkeling is gekomen – dat moet wie de waarheid zoekt toegeven -, dat kwam uitsluitend doordat de mensen dezelfde geestkracht die zij hebben gebruikt voor de heilzame uiterlijke vooruitgang, niet nodig gevonden hebben aan te wenden voor de verbetering van het lot van de mensen die gebruikt werden voor deze vooruitgang.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 102-103)

Eerder geplaatst op 23 januari 2012

Egoïsme/Armoede/ Ellende (9 van 11) – Het is verkeerd alles op persoonlijk eigenbelang in te richten

Nu zou iemand kunnen zeggen: ‘Dat is een mooi staaltje over de sociale problemen; dat is ook wat moois! Hebben wij niet altijd verkondigd’, zou iemand kunnen zeggen, ‘dat de mensen nu eenmaal egoïstisch zijn en dat men met hun egoïsme rekening moet houden? En dan komt nu die spirituele wereldbeschouwing en zegt dat het anders zou kunnen worden.’

Nu, zeker is dat altijd verkondigd, dat dit niet anders zou kunnen en men heeft hieraan zowat zijn hart opgehaald en gezegd: ‘Hij is de ware practicus, die op het menselijke egoïsme rekent.’  Zeker, aber hier kehrt sich leider im Denken der Menschen der Spieß nicht um. (??) Want degenen die alles op de omstandigheden schuiven, die alles op de instellingen (Einrichtungen) schuiven, zouden toch op zijn minst moeten toegeven dat juist doordat de omstandigheden zo waren zoals zij die tot op heden gevormd hebben, ook deze neiging en impuls in de mensen is gekomen. Daar echter schiet het denken te kort. Want anders zouden ze moeten zeggen: Ja, er wordt onder alle omstandigheden een heel andere omgeving gecreëerd als de voorstelling ingeburgerd raakt, dat het onfatsoenlijk is alles op persoonlijk eigenbelang te bouwen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 101-102)

Eerder geplaatst op 22 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (8 van 11) – Scheiding van loon en arbeid

Dit principe, dat wat men persoonlijk krijgt of verkregen heeft, onafhankelijk maakt van het werk dat men voor de gemeenschap verricht, moet in het individuele mensenleven bewerkstelligd worden. En hoe wordt dit bewerkstelligd? Er is slechts een manier waardoor het bewerkstelligd kan worden, een manier die de zogenaamde practici zeer onpraktisch zal voorkomen. Er moeten redenen zijn waarom de mens toch werkt, en zelfs vlijtig en vol toewijding werkt, als niet meer het eigenbelang het motief voor zijn arbeid is. Iemand die een patent aanvraagt op een of andere uitvinding schept niets werkelijk goeds met betrekking tot het sociale leven en toont daarmee dat hij het eigenbelang voor het belangrijkste in het leven houdt.

Wie echter door zijn krachten tot goede prestaties komt en uitsluitend door liefde geleid wordt, door liefde voor de hele mensheid, die hij graag en gewillig zijn arbeid geeft, die schept werkelijk voor de samenleving. Daarom moet de impuls tot werken in iets geheel anders liggen als in de beloning. En dat is de oplossing voor sociale problemen: Scheiding van de beloning van de arbeid. Een wereldbeschouwing die op de geest gericht is, zal zulke impulsen in de mens wekken, dat hij niet meer zegt: Als mijn bestaan maar verzekerd is, dan kan ik ook lui zijn. – Dat hij dat niet zegt, dat kan alleen door een op de geest gerichte wereldbeschouwing bereikt worden. Alle materialisme zal op den duur enkel en alleen tot het tegenovergestelde leiden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 100-101)

 Eerder geplaatst op 21 januari 2012