Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (5 van 6)

De tegenhanger van dit sociaal denken moet nu ook nauwkeurig nagegaan worden. U kent het voorbeeld van een naaister die voor een laag loon werkt en dat de sociaaldemocratie op haar inpraat: jullie worden uitgebuit! Nu gaat echter de naaister naar een winkel en koopt een goedkope jurk om op zondag te gaan dansen. Zij verlangt naar een goedkope jurk. Waarom is die jurk echter goedkoop? Omdat een andere werknemer uitgebuit werd. Wie buit uiteindelijk die arbeidskracht uit? Zeer zeker de naaister die bij het dansen op zondag die goedkope jurk draagt. Wie hier helder denkt, is reeds los van het onderscheid tussen rijk en arm, want uitbuiting heeft met rijkdom en armoede geheel niets van doen. Er moeten daarom eerst beweegredenen in het leven worden geroepen, opdat in de toekomst de mensen vlijtig en toegewijd werken zonder aan het eigenbelang te denken.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 129)

Eerder geplaatst op 4 augustus 2018  (11 reacties)

Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme (1 van 6)

Nood, ellende en leed zijn niets anders dan een gevolg van het egoïsme. Dit is als een natuurwet op te vatten. Maar deze zin moet men niet zo opvatten, alsof het bij ieder mens afzonderlijk zou moeten optreden. Het gevolg kan op geheel andere plaatsen verschijnen. Ook hier komt het er op aan niet kort te denken, maar ver weg in de omtrek (Duits: im Umkreis) van zo’n zin te denken. 

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a –Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Hamburg, 3 maart 1906 (bladzijde 128)

Eerder geplaatst op 31 juli 2018

Armoede / Ellende / Egoïsme

Alle menselijke ellende is louter een gevolg van het egoïsme en in een gemeenschap van mensen zal te eniger tijd onontkoombaar ellende, nood en armoede komen opdagen, wanneer deze gemeenschap op de een of andere manier op het egoïsme is gebaseerd.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 34Geisteswissenschaft und soziale Frage (bladzijde 212)

(Overgenomen uit het boekje Antroposofie en het sociale vraagstuk – 1982 – vertaling Edithe Boeke)

xxl

Eerder geplaatst op 19 februari 2018  (2 reacties)

 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (11-slot) – Sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden

Wat u ook gestudeerd hebt in het uiterlijke leven, bestudeert u ook ijverig de wetten van de menselijke samenleving. Als mensen samenleven, leven niet enkel lichamen, maar ook zielen, geesten samen. Daarom kan alleen spiritueel inzicht de basis voor een sociale wereldbeschouwing zijn.

En zo zien we dat inderdaad de verdieping van de geest ons biedt wat voor ieder van ons datgene kan brengen, wat ons geschikt maakt vanuit onze geringe positie in onze situatie mee te werken aan de grote sociale vooruitgang. Want deze sociale vooruitgang zal niet door een abstracte maatregel bereikt worden, maar is een som van wat de individuele zielen doen. En enkel en alleen een wereldbeschouwing als de geesteswetenschap werkt zodanig aan de individuele ziel, dat zij zich werkelijk boven zichzelf verheft.

Doordat onze sociale ellende zijn basis heeft in persoonlijk eigenbelang, in plaats van in onze sociale regelingen, daarom kan alleen een wereldbeschouwing die het Ik verheft boven het persoonlijke eigenbelang, helpen. Hoe vreemd het lijkt, voedsel komt niet alleen van onze arbeid; voeding in plaats van armoede, leed en ellende komt van de geesteswetenschappelijke verdieping. Spirituele wetenschap is een middel om de mensen voeding en welzijn te geven, in de ware zin van het woord.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 103-104)

Eerder geplaatst op 24 januari 2012 

Egoïsme/Armoede/ Ellende (10 van 11) – Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen

Alleen een wereldbeschouwing die tot in de kern gaat en daar de waarheid vandaan haalt, kan ons het ware gezicht van de wereld tonen. Het is nimmer juist, dat wij door ware kennis, als wij het ware gezicht van de wereld zien, slecht zouden kunnen worden. Waar is het dat het slechte in de mens alleen van dwaling, alleen van vergissingen kan komen. Daarom bouwt de geesteswetenschap vanuit de kennis van de menselijke natuur erop dat door haar bereikt kan worden waarover de edele sociale hervormer Owen zich zo vergist heeft. Hij zegt: ‘Het is noodzakelijk dat de mensen eerst voorgelicht worden, dat de moraal verbeterd wordt.’

De spirituele kennis zegt echter: De nadruk op dit beginsel doet het niet alleen, maar de middelen waardoor de ziel veredeld kan worden, moeten erbij gegeven worden. Want als door een geestelijk gerichte wereldbeschouwing de zielen veredeld en gescherpt zijn, dan zullen de omstandigheden en uiterlijke verhoudingen, die altijd een spiegelbeeld zijn van wat de mens denkt, navolgen. Niet door de omstandigheden worden de mensen bepaald, maar, in zoverre de omstandigheden sociaal zijn, worden deze omstandigheden door mensen gemaakt. Lijdt een mens onder de sociale omstandigheden, dan lijdt hij in waarheid onder wat zijn medemensen hem toebrengen.

En alle ellende die door de industriële ontwikkeling is gekomen – dat moet wie de waarheid zoekt toegeven -, dat kwam uitsluitend doordat de mensen dezelfde geestkracht die zij hebben gebruikt voor de heilzame uiterlijke vooruitgang, niet nodig gevonden hebben aan te wenden voor de verbetering van het lot van de mensen die gebruikt werden voor deze vooruitgang.

Bron: Rudolf Steiner – GA 054 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Hamburg, 2 maart 1908 (bladzijde 102-103)

Eerder geplaatst op 23 januari 2012