Voor erkenning van antroposofie kan filosofie en wetenschap zowel een hulpmiddel zijn als een hindernis

Zoals een volledig doorgedachte filosofie en een grondige wetenschap tot erkenning van de antroposofische denkwijze leiden, zo bieden niet-grondige wetenschap en onvoltooide filosofie de grootste hindernissen voor het begrijpen ervan. Juist zij zijn het die de antroposofie voor verzinsels, dromerij, verwarde “mystiek” enzovoort verklaren moeten.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZU ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 291)

Eerder geplaatst op 24 februari 2016

Broederlijkheid

Antroposofie bloeit alleen op de bodem van de broederlijkheid, ze kan in het geheel niet anders volgroeien dan in de broederlijkheid, die voortkomt uit wat de individuele mens aan de anderen geeft van wat hij heeft en wat hij kan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 211 – Das Sonnenmysterium und das Mysterium von Tod und Auferstehung – Wenen, 11 juni 1922 (bladzijde 211)

Eerder geplaatst op 9 september 2013

Antroposofie kan ook schadelijk werken

Hebben we niet talrijke tegenstanders die beweren dat de antroposofie een gif is en schadelijk voor de mensen? Ja, dat weten de antroposofen en de occultisten zelf, dat de antroposofie ook schadelijk werken kan; ze weten echter ook dat ze opgenomen en verwerkt moet worden om de mensen sterk te maken, en dat ze niet enkel iets is waarover men discussiëren kan, maar iets wat zich in het leven bewijst als een spirituele remedie. En dat weet de spirituele wetenschap ook, dat het fysieke vanuit het geestelijke opgebouwd wordt. […] Zijn onze ideeën over de wereld en het leven gezond, dan zijn deze gezonde gedachten de krachtigste medicijn, en alleen op zwakke naturen, die door materialisme en naturalisme zwakke naturen zijn geworden, werkt hetgeen de antroposofie als waarheid verkondigt, ziekmakend. Dat moeten zij zich eigenmaken (Duits: einverleiben) om zich sterk te maken. Pas dan heeft de antroposofie haar opgave vervuld als ze sterke mensen in het leven voortbrengt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 55 –  Die Erkenntnis des Übersinnlichen in unserer Zeit und deren Bedeutung für das heutige Leben – Berlijn, 13 december 1906 (bladzijde 116)

Eerder geplaatst op 22 november 2012

Over woede en strijd tegen de antroposofie

Antroposofie is altijd ten opzichte van zaken die op hun gebied volkomen terecht optreden, in een typische positie. Antroposofie is eigenlijk vanuit zichzelf geheel niet twistziek. Ze erkent graag alles wat binnen de horizon optreedt waarin het gerechtvaardigd is. Zo zal ze binnen de horizon, waarin het terecht is, natuurlijk ook de psychoanalyse erkennen. Maar antroposofie moet de dingen uit de gehele menselijke natuur, uit een totale verklaring van de wereld zoeken, moet dus in zekere zin de kleine kringen, die op enigszins dilettantische lekenwijze ook tegenwoordig door wetenschappers gedreven worden, in grotere kringen betrekken. Ze heeft dan ook geen reden om strijd te voeren. Ze sluit alleen dat wat eenzijdig verklaard wordt in een grote cirkel in. Ze begint daarom in de regel niet uit zichzelf te redetwisten. Maar de anderen strijden, want die willen bij hun eigen kleine kring blijven. Die zien op hun manier alleen wat in deze kleine kring is. En omdat hen dat wat in een wijdere horizon ligt en hen eigenlijk in feite zou kunnen stimuleren, helemaal niet bijzonder aanlokt, wijzen ze het woedend af. Zodat de antroposofie meestal genoodzaakt is zich tegen die eenzijdigheden te verweren, die hen aanvallen. Dit is wat met name tegen dergelijke tijdstromingen, zoals de psychoanalyse, gezegd moet worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 303 – Die gesunde Entwickelung des Menschenwesens -Eine Einführung in die anthroposophische Pädagogik und Didaktik – Dornach, 26 december 1921 (bladzijde 72)

Een predikant zei: Deze leringen kunnen alleen voor een klein select groepje zijn.

Onlangs zei na een antroposofische voordracht over het christendom een predikant, die geluisterd had: ‘Ja, dat is allemaal mooi en goed, maar deze leringen kunnen altijd slechts voor een klein select groepje zijn, terwijl wij zo over de geestelijke werelden spreken dat iedereen ons kan begrijpen.’

De antroposofische spreker moest daarop antwoorden: ‘Als u het werkelijk bij het juiste eind had, dan hoefde ik helemaal niet te spreken en dan zou antroposofie tegenwoordig zeer zeker de overbodigste zaak van de wereld zijn. Als u gelijk zou hebben, dan zouden er toch niet zo velen zijn die zich afkeren van uw beschrijving van de geestelijke wereld, omdat ze zich onbevredigd voelen. Het is toch een duidelijk bewijs dat u het onjuist ziet, als er zo’n afvalligheid mogelijk is. En juist degenen, welke door u niet meer de weg naar het geestelijke vinden, kunnen het door de antroposofie vinden.’

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE  UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  – Oktober 1905 (bladzijde 403-404)

Eerder geplaatst op 29 oktober 2011.