Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden

Steiner over een der zaligsprekingen uit de Bergrede – Mattheus 5, vers 4

‘Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.’(Duits: Selig sind, die da Leid auf sich nehmen, denn sie werden durch sich selbst den Trost finden.)  Het lijden plaatst ons in de wereld voor een van de grootste raadsels. Reeds de oude Grieken, dit vrije, blijmoedige volk, dat zo zeer aan het bestaan hing, voor wie zinnelijk genieten levenslucht was, laten de wijze Silenus op de vraag, wat het beste voor de mensen zou zijn, het antwoord geven: ‘Miserabel geslacht…het allerbeste is voor u geheel onbereikbaar: niet geboren te zijn, niet te zijn, niets te zijn. Het op een na beste echter is voor u – spoedig te sterven.’ Aesop zegt echter dat men uit het lijden lering kan trekken. En Job komt door al zijn leed, dat hem werd opgelegd tot de conclusie: Het lijden zuivert, het brengt de mensen hoger. – Waarom komen wij na het bijwonen van een tragedie toch voldaan uit het theater? De held overwint tegenover het lijden. Tussen het hoger stijgen van de mensen en het dragen van de smart bestaat een samenhang. […] De mens moet zich een orgaan scheppen opdat hij het leed kan dragen. Zoals het oog door het licht, het oor door het geluid werden gevormd, zo scheppen leed en pijn geestelijke organen. […] De mens wordt hoger ontwikkeld door het leed.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Stuttgart 19 januari 1907 (bladzijde 95-96)

Hans Stolp – Euthanasie

Er wordt alleen maar gedacht dat euthanasie leed en pijn bespaart. Dat het daarom barmhartig is, en dat mensen het zelf mogen beslissen. Heel begrijpelijke ideeën, maar tegelijkertijd wordt er iets overgeslagen, namelijk de consequenties van euthanasie voor de geestelijke wereld en voor een volgend leven.

Bron: Interview met Hans Stolp in Trouw

Zie ook: Antroposofie in de pers: Pauw

Angst en nood de moeder van de religie?

Een uitspraak van Ebbinghaus is, dat hij ten eerste zegt: ‘Angst en nood zijn de moeder van de religie.’ Dan zegt hij: ‘De kerken vullen zich en de bedevaarten nemen toe in oorlogstijden en bij verwoestende epidemieën.’ Ik zou wel eens willen weten of de kerken zich bij epidemieën en oorlogstijden ook vullen met degenen die van meet af aan zeer tot materialisme geneigd zijn. Alleen door degenen die op een of andere wijze al iets van een religieuze aanleg hebben, vullen de kerken zich. Dat komt echter niet door angst en nood, dat komt doordat de mens in zijn ziel het spirituele bespeurt. In vroegere tijden heeft hij het meer instinctief beleefd. Tegenwoordig kan hij het meer bewust beleven. Doordat de mens zich geleidelijk ontwikkelt tot het beleven van het geestelijke, ziet hij in het zintuiglijke een beeld van het bovenzintuiglijke.

Bron: Rudolf Steiner – GA 072 – Bazel 19 oktober 1917  (bladzijde 98)

 

 

Rudolf Steiner – Nieuwe religies ontstaan niet meer

Antroposofie weet heel goed dat zij nooit een religie worden kan, omdat zij de feitelijke loop van de tijdsontwikkeling inziet, omdat zij weet dat men even weinig als men op 60-jarige leeftijd een kind worden kan, even weinig de mensheid in het tijdperk waarin ze nu is en in de toekomst zal zijn, religies uit zich zal kunnen vormen. Voor het vormen van religies behoren andere tijden. Nieuwe religies ontstaan niet meer.

Bron: GA 072 – Bazel 19 oktober 1917  (bladzijde 89)

Christendom

Het christendom is een beschouwing die in alles een openbaring van het goddelijke ziet. In al het stoffelijke hebben wij een illusie, als we het niet als een uitdrukking van het goddelijke zien. Verloochenen we de buitenwereld, dan verloochenen we het goddelijke; negeren we de materie, waarin God zich geopenbaard heeft, dan negeren we God.

Bron: Rudolf Steiner – GA 095 – Stuttgart 4 september 1906 (bladzijde 139) Overgenomen uit het Lexicon van Urs Schwendener http://www.anthrolexus.de/