De definitie van de geplukte haan

De grote vergissing, de grote illusie van de materialistisch gezinde mensen is dat ze geloven met een definitie of met een verklaring het wezen van een zaak volledig te kunnen uiteenzetten (Duits: zu erschöpfen). Ik heb u, om het groteske van dit geloof te illustreren, al vaker erop opmerkzaam gemaakt dat in een Griekse filosofenschool eens de definitie voor de mens werd gezocht en men dan uiteindelijk gevonden heeft dat een mens zo is te definiëren, dat hij twee benen en geen veren heeft. – Nu, dat is zonder enige twijfel waar: men kan zeggen dat het een absoluut juiste definitie is. De volgende dag bracht iemand die de definitie begrepen had, een geplukte haan mee en zei: ‘Dit is een wezen dat twee benen en geen veren heeft, dus moet dit een mens zijn.’

Bron: Rudolf Steiner – GA 253 – Probleme des Zusammenlebens in der Anthroposophischen Gesellschaft – Dornach 11 september 1915 (bladzijde 33)

Hans Stolp – Euthanasie

Er wordt alleen maar gedacht dat euthanasie leed en pijn bespaart. Dat het daarom barmhartig is, en dat mensen het zelf mogen beslissen. Heel begrijpelijke ideeën, maar tegelijkertijd wordt er iets overgeslagen, namelijk de consequenties van euthanasie voor de geestelijke wereld en voor een volgend leven.

Bron: Interview met Hans Stolp in Trouw

Zie ook: Antroposofie in de pers: Pauw

Rudolf Steiner – Drie wegen tot erkenning der antroposofie (2 – slot)

Degenen die op deze manier aanhanger van de antroposofie worden, zijn in zeker opzicht de allerbelangrijkste en meest waardevolle. Als men tegen hen vaak het woord “blinde” gelovigen gebruikt, die zonder grondig onderzoek, vertrouwend op hun gevoel bepaalde inzichten aannemen, dan bedenkt men niet, dat dit menselijke “gevoel” niet voor onwaarheid en dwaling, maar voor waarheid is aangelegd. Een mens van wie de gezondheid van het gevoel niet door het haarklovend verstand is afgenomen, die voelt werkelijk de waarheid aan. En als de antroposoof bovendien mensenkenner is, dan zal hij alle reden hebben om de grootste voldoening juist over zulke aanhangers van zijn geestelijke richting te voelen. Want hij zal in hen personen herkennen met een echt, gezond en oorspronkelijk waarheidsgevoel. Nooit zal hij in de fout vervallen om hier van een gebrek aan oordeelsvermogen te spreken, waar het gevoel zo juist oordeelt. En het moet gezegd worden dat het in de tegenwoordige tijd en in de nabije toekomst tot groot heil zal strekken, als velen van degenen, die om welke reden dan ook de hogere kennisweg niet kunnen gaan en ook niet de mogelijkheid hebben zich met diepere filosofische ideeën bezig te houden, vanuit hun gezonde waarheidsgevoel tot de antroposofische waarheden komen.

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 288-289)

Rudolf Steiner – Drie wegen tot erkenning der antroposofie (1)

Er zijn voor de mens in deze tijd drie mogelijkheden waardoor hij tot het erkennen van de antroposofische levensbeschouwing kan komen. De eerste is een zeker gezond gevoel voor de waarheid van deze denkrichting. De tweede is het gaan van de weg die beschreven wordt in boeken zoals De weg tot inzicht in hogere werelden. De derde is een tot in de laatste  consequenties alzijdig grondig filosoferen. De eerste weg kan de weg van velen zijn. Dezen zullen zich niet veel met filosofie en speculatie inlaten; zij zullen zich niet uitgebreid in wetenschappelijke beschrijvingen van het voor en het tegen willen verdiepen. Zij laten op hun directe (unmittelbar) gevoel werken, wat in de antroposofie naar voren gebracht wordt, en dit door filosofie en wetenschappelijke kritiek niet vertroebelde gezonde gevoel zegt hen dat het naar voren gebrachte juist is. Tot dit soort van aanhangers van de antroposofie zullen velen behoren die in het leven geen gelegenheid of aanleiding hebben gehad om zich met filosofische of wetenschappelijke studie bezig te houden, maar zich toch met hun gehele geestesinstelling onmogelijk kunnen geruststellen met wat de wereld verder ter bevrediging van de grote vragen en raadsels van het bestaan te bieden heeft.

Wordt vervolgd

Bron: GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 287-288)

Rudolf Steiner – Ik denk, dus ik ben…Een merkwaardig soort onzin.

[…]wanneer mensen in deze richting beginnen te denken, dan worden dingen vanzelfsprekend die een merkwaardig soort onzin zijn; want van Descartes is, zoals u weet, de zin afkomstig: cogito ergo sum – ik denk, dus ik ben.

Beste vrienden, voor ontelbare scherpzinnige denkers gold dat als een waarheid: ik denk, dus ik ben. De consequentie daarvan is – van de ochtend tot de avond: ik denk, dus ik ben. Nu slaap ik in: ik denk niet, dus ik ben niet. Ik word weer wakker: ik denk, dus ik ben. Ik slaap in, dus nu ik niet denk, ben ik niet. – En de onvermijdelijke consequentie is: een mens slaapt niet alleen in; hij houdt op te zijn, als hij inslaapt! Er is geen minder geschikt bewijs voor het bestaan van de menselijke geest dan de uitspraak: ik denk. Niettemin begon deze uitspraak in het tijdperk van de bewustzijnsontwikkeling als de doorslaggevende uitspraak te gelden.[…]

Bron: GA 237 – Dornach 1 juli 1924

De hele voordracht waaruit dit citaat komt, is in het Nederlands HIER te vinden op de onvolprezen website van een der grootste kenners der antroposofie (wereldberoemd in Nederland en ver daarbuiten) Michel Gastkemper – Antroposofie in de pers.