Ontvankelijkheid voor de buitenwereld

De mens is maar al te licht geneigd om, wanneer hij zich aan een bepaalde zielsactiviteit wijdt, in eenzijdigheid te vervallen. Hij kan bijvoorbeeld, wanneer hij merkt welk profijt zijn innerlijke bezinning en het verwijlen bij de eigen voorstellingswereld hem brengt, daar zo sterk toe neigen dat hij zich voor de indrukken uit de buitenwereld steeds meer afsluit. Dat leidt echter tot uitdroging en verschraling van het innerlijk leven. Het verst brengt de mens het die naast het vermogen zich in zijn innerlijk terug te trekken ook een open ontvankelijkheid bewaart voor alle indrukken uit de buitenwereld. En we hoeven daarbij niet slechts aan de zogenaamde hoogtepunten van het leven te denken; ieder mens kan in iedere situatie – ook binnen nog zo armzalige vier muren – genoeg beleven, wanneer hij daarvoor maar ontvankelijk blijft. We hoeven niet naar ervaringen op zoek te gaan; ze zijn overal te vinden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS (bladzijde 362-363)

Nederlandstalige bron: De wetenschap van de geheimen der ziel / Inzicht in hogere werelden (Over de inwijding of initiatie) – (blz. 264)

Vertaald door Wijnand Mees

Rudolf Steiner / Werken en voordrachten

© 1998 Stichting Rudolf Steiner Vertalingen

Tweede druk 2004 / Derde druk 2011 / Vierde druk 2019 

748x1200

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s