Even belangrijk  

We moeten duidelijk inzien dat vanuit een bepaald gezichtspunt het kleinste en het grootste wat we kunnen doen even belangrijk is voor het geheel. Het leven kan men zich voorstellen als een mozaïek afbeelding dat uit afzonderlijke steentjes samengevoegd is. Wie een enkel steentje toevoegt is niet minder belangrijk dan degene die het plan voor de mozaiekafbeelding bedacht heeft. 

Bron: Rudolf Steiner – GA 118 – Das Ereignis der Christus-Erscheinung in der ätherischen Welt – Düsseldorf, 20 februari 1910 (bladzijde 75)

Eerder geplaatst op 2 december 2017

Jaqueline-mozaik-kl-e1457429033877-300x300

19 gedachtes over “Even belangrijk  

    1. Ik denk dat Steiner bedoelt dat voor het geheel het kleinste even belangrijk is als het grote. Hij heeft bijv. wel het Goetheanum ontworpen, maar als niemand zou willen werken aan de bouw, dan zou het Goetheanum er nooit zijn gekomen.

      1. En denk daarbij ook aan geestelijk socialisme – een term die Steiner soms gebruikte – ten aanzien van de voordrachten, de zogenaamde arbeidersvoordrachten, die Steiner de arbeiders tijdens de bouw bood.

      2. Ja dat Ritzerd. En ook dat of je nou op kantoor zit, of staat te strijken of ziek in bed ligt, je bent er en niet alleen wat je doet maar vooral hoe je in de wereld staat lijkt mij het meest bepalend voor hoe je ‘deeltje mozaïek’ tot zijn recht komt.

    2. Ja dat is een hamvraag, Bernard. De eerste drie alinea’s van deze voordracht werpen daar een nader licht op.

      Rudolf Steiner; 20 februari 1910, GA 118:

      Wanneer de mens als antroposoof af en toe zijn blik van het alledaagse leven afwendt, verder kijkt dan wat hij in dat leven te doen heeft, en zich afvraagt: is er naast dat (alledaagse) leven, naast datgene wat de mens dagelijks te verduren krijgt, nog iets anders wat met menselijk geluk, met menselijk streven te maken heeft(?), dan zou hij als antroposoof daar een waardevol antwoord op kunnen geven. Zo weet hij bijvoorbeeld dat wat hij uit de antroposofie haalt, niet in zich opneemt om de ziel als het ware iets te doen te geven, verpozing te bieden, omdat zij zich in het leven van alledag onbevredigd voelt, maar dat wat hij via het gevoel uit de antroposofie opneemt, in zijn ziel een kracht kan worden. Hij is altijd in staat tegen zichzelf te zeggen: Als mens ben ik nog iets anders dan wat ik (enkel) in de uiterlijke wereld ben.

      Met zulke gedachten moeten wij diep in ons hart griffen dat wij als mensen in verbinding staan met twee stromingen: De ene stroming plaatst ons in het alledaagse leven en via de andere stroming kijkt de ziel naar een toekomstgebied, waarmee ze pas kan duiden wat haar betekenis in het grote geheel is. Deze gedachte mag er nooit toe leiden dat wij een of andere uiterlijke bezigheid, die misschien minder aantrekkelijk is, als minder belangrijk voor het hele leven van de wereld beschouwen dan welke andere bezigheid ook. Het moet duidelijk zijn dat vanuit een bepaald gezichtspunt de kleinste en de grootste dingen die we kunnen doen even belangrijk zijn voor het geheel. Het leven presenteert zich als een mozaïek, opgebouwd uit afzonderlijke steentjes. Degene die een enkel steentje toevoegt is niet minder belangrijk dan degene die het plan voor de mozaïekschildering heeft bedacht. In verband met wat de goddelijk-spirituele wereldorde kan worden genoemd, is het kleinste even belangrijk als het grootste. Als wij ons dit realiseren, zal het ons behoeden voor menige ontevredenheid die anders gemakkelijk in het leven zou kunnen ontstaan.

      Slechts zo’n stemming ten opzichte van wat wij in het leven hebben te verrichten, kan ons het juiste inzicht bieden over onze innerlijke arbeid in de ziel. Alleen dan kunnen wij ons op de juiste manier verhouden tot het hoogste spirituele streven. Zoiets mag voor antroposofen nooit louter een gedachte zijn, nooit louter theorie. De antroposoof zou er goed aan doen zich in innerlijke contemplatie vaak te realiseren hoe ongepast het in de grote wereldorde zou zijn, dat over welke positie men in het leven ook inneemt ontevredenheid zou bestaan. De hele essentie van de ontwikkeling van de wereld zou niet zijn loop kunnen hebben als wij de schijnbaar meest onbeduidende dingen in het leven niet op de juiste wijze zouden uitvoeren. Dan zullen wij ook de juiste gevoelens krijgen ten opzichte van de grote verschijnselen van het bestaan. Pas dan zullen de grote en belangrijke punten van deze stellingname ons duidelijk worden: Ieder van ons moet, afgezien van wat hij op het fysieke vlak vertegenwoordigt, wereldwijs zoveel mogelijk van zichzelf maken. Wij moeten de antroposofische ontwikkeling zelf als iets noodzakelijks beschouwen. Sommigen zeggen: Wat heb ik aan antroposofische ontwikkeling als ik mij daardoor niet nuttig kan maken in het leven? – Maar laten we niet vergeten: wat we in het leven moeten doen, zal ons worden getoond door het levenskarma, wanneer we eerst de tekenen van het levenskarma leren begrijpen. Wij hebben niet alleen de taak om dit of dat te doen, maar wij hebben werkelijk de opgave om zoveel mogelijk van onszelf te maken. We moeten de gedachte aanwakkeren: Er zijn oneindige krachten en vermogens in ons; wij mogen die in onze ziel niet verloren laten gaan. Wat de goddelijk-spirituele wereldorde (geestelijke wereld) zal doen met wat wij van onze ziel hebben gemaakt, moeten wij overlaten aan de goddelijk-spirituele wereldorde. Als wij aan onze ziel werken en aandacht schenken aan de tekenen van karma, zullen wij zien wat ons hier en daar te doen staat.

      1. [ Sommigen zeggen: Wat heb ik aan antroposofische ontwikkeling als ik mij daardoor niet nuttig kan maken in het leven? ]

        Nou die hebben er geen snars van begrepen.

    3. Ik las het zo: dat ieder mens een steentje is, en ieder met zijn of haar eigen gezichtspunt.
      Dat niemand overal tegelijk kan zijn of kijken, en dat het daarom een mooi beeld is hoe we samen een mozaïek vormen ook al zijn we alleen een klein stukje ervan ergens.

      1. Knap werk, John. Mijn ervaring is dat er toch aardig wat tijd gaat zitten in vertalen , ondanks de hulp van Google translate enzovoort.

      2. Dit ging vrij vlot. Taal- en denk-zin (voorstellings-zin) spelen daarbij een rol. Ik neem mijn Nietzsche vertaalwerk dit jaar weer ter hand. 2021 werd voor mij een ‘dip’ met al die coronatoestanden en andere verwikkelingen waarin ik verkeerde. 2022 geeft me meer lucht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s