Waarheid en Dwaling / Gezondheid en Ziekte (1 van 2)

We zeggen dat het vaak buitengewoon deprimerend is ons lot te moeten verdragen. Inderdaad. Wanneer we ons tot het fysiek-zintuiglijke aardeleven bepalen, zien we hoe iets, wat voortkomt uit de beste morele impulsen, maar al te vaak weinig succes heeft, terwijl veel, wat voortkomt uit beslist niet goede morele impulsen, wel goede resultaten oplevert. Waarom is dit zo? Dit komt doordat deze fysiek-zintuiglijke wereld, die wij in zekere zin hebben ‘aangetrokken’, namelijk een deel daarvan om ons lichaam te bekleden, totaal geen zedelijke impulsen bevat. Om te beginnen doven in ons hele doen en laten binnen de fysieke wereld de morele impulsen uit, ze spelen geen rol meer, hoogstens kunnen er enkel conventionele regels voor in de plaats komen. Maar door geestelijke kennis leren wij inzien, dat deze wereld niet de enige is, integendeel, dat ze overal doortrokken is van het geestelijke, en wij leren ook inzien, hoe wij het morele en immorele van ons handelen binnendragen in deze wereld van de geest.

Leren wij de waarheid kennen als het gezonde en de dwaling als het ziekmakende, dan strekken wij dit inzicht ook uit tot de morele waarheid en de immorele dwalingen. en wij leren inzien, hoe de mens, door zich over te geven aan de morele waarheid, naar ziel en geest een volledig ontwikkeld mens wordt. Dat behoeft in het tegenwoordige aardse lichaam niet onmiddellijk tot uitdrukking te komen, maar wie morele impulsen in zich draagt, ontplooit zich innerlijk tot een geestelijk-moreel mens. Doordat iemand zich overgeeft aan de dwaling, wordt hij innerlijk naar geest en ziel een gebrekkige.

Zo leert men het morele kennen als iets wat gezond, en de dwaling als iets wat ziek maakt, en men gaat inzien dat door het leven in de morele waarheid de mens harmonisch gevormd wordt. Maar in de ontwikkelingscyclus, waarin wij ons bevinden, uit zich dat niet onmiddellijk in het fysieke lichaam, dat wij dragen als resultaat van wat wij ons in het vorige aardeleven hebben eigen gemaakt. Maar wanneer wij ons overgeven aan de moreel gezonde waarheid of aan de moreel ongezonde dwaling, worden wij naar geest en ziel respectievelijk gezonde harmonische mensen of wij worden verminkt.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 231 – Der übersinnliche Mensch anthroposophisch  erfaßt – Den Haag, 16 november 1923 (bladzijde 43-44)

Rudolf Steiner – Tussen dood en nieuwe geboorte – Den Haag, 16 november 1923 (bladzijde 41-42) – 1979 UItgeverij Vrij Geestesleven, Zeist

Vertaling:M. Macintosh

Eerder geplaatst op 7 november 2020

504x840

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s