Onnodig werk

Het komt erop aan dat mensen die veel doen, iets doen wat werkelijk nodig is voor het leven, iets doen wat steekhoudend en vruchtbaar in het leven is (Duits: sich rationell, fruchtbar in das Leben hineinstellt. […]

Het gaat er niet om dat men zo veel mogelijk mensen zich met iets laat bezighouden, zodat ze kunnen leven, maar het gaat erom dat in de zin van een werkelijk sociaal leven activiteiten worden verricht die tot een welvarende ontplooiing van dit leven, deze sociale levenskringloop, nodig zijn. […]

Kijk bijvoorbeeld eens hoe veel boeken vandaag de dag gedrukt worden, waarvan nog geen 50 exemplaren verkocht worden. Nu, neem zo’n boek – hoeveel mensen zijn daar mee bezig tot het klaar is! Die hebben hun levensonderhoud, maar doen geheel onnodig werk. Als ze iets anders deden, zou het verstandiger zijn en zouden daardoor talloze andere mensen wat dit betreft ontlast worden. Zo werken echter talloze typografen, talloze boekbinders, ze maken stapels boeken – meestal zijn het lyrische gedichten, maar er komen ook andere dingen in aanmerking -, stapels boeken worden gefabriceerd; bijna alles moet weer vernietigd worden. Maar zulke onnodige dingen zijn er veel in het hedendaagse leven; ontelbaar veel zaken zijn absoluut onnodig.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 30 augustus 1920 (bladzijde 99-100)

Eerder geplaatst op 25 juli 2017  (6 reacties)

a4618542165899.Y3JvcCwxNDEzLDExMDYsMTgxLDQ1MA

Filisters zijn even nodig als kunstenaars

Het zou een slechte zaak zijn als er alleen maar mensen zouden zijn, die kunstenaar zijn, of als al diegenen die geloven dat ze als kunstenaar erkenning zouden moeten krijgen, werkelijk erkenning zouden krijgen. Ik zou wel willen weten wat er dan van het leven terecht zou moeten komen. Genialiteit is weliswaar noodzakelijk voor het leven, maar ook burgerlijkheid (Philistrosität) is noodzakelijk voor het leven. 

En zou er geen burgerlijkheid bestaan, dan zou er waarschijnlijk ook zeer spoedig geen genialiteit meer bestaan. De categorieën “goed” en “slecht” kan men niet zo zonder meer in het leven laten gelden, want het leven is veelvormig. Praten kan men veel, maar men zou eigenlijk over niets anders moeten praten dan wat aan het leven zelf ontleend is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 337b – Soziale Ideen/Soziale Wirklichkeit/Soziale Praxis – Dornach, 30 augustus 1920 (bladzijde 109)

Eerder geplaatst op 24 juli 2017  (3 reacties)

Vandaag de dag zeggen de mensen nog: Het geestelijke bestaat gewoon niet.

Zoals de mens met drie rijken van de natuur te maken heeft, zo heeft hij ook met drie rijken van de geest te maken. Nu zult u zeggen: Ja, maar dat kan ik geloven of niet, want deze drie rijken zijn immers niet zichtbaar, niet waarneembaar. Ja, maar, mijne heren, ik heb wel mensen gekend, die moest men begrijpelijk maken dat er lucht bestaat! Dat had hij niet geloofd dat er lucht was. Als ik hem zeg: Dit is een tafel – dat gelooft hij, want als hij er heen loopt, dan kan hij zich aan de tafel stoten, of als hij er met de ogen naar kijkt, dan ziet hij de tafel, maar aan de lucht stoot hij zich niet. Hij kijkt en zegt: Er is hier toch niets. Niettemin geeft iedereen tegenwoordig het bestaan van lucht wel toe. Het is er gewoon. 

Zo zal het ook komen dat de mensen het geestelijke toegeven. Vandaag de dag zeggen de mensen nog: Nu, het geestelijke is er gewoon niet – zoals de boeren vroeger gezegd hebben: De lucht  is er niet. – In mijn geboortedorp zeiden de boeren nog: De lucht is er helemaal niet, dat zeggen alleen die flapdrollen (Duits: Großkopfeten) in de stad, die zo slim zijn willen; want men kan er immers doorheen lopen, er is immers niets als men er doorheen gaan kan! – Maar dat is lang geleden. Tegenwoordig weten de boeren ook wel dat er lucht bestaat. Maar vandaag de dag weten zelfs de slimste mensen nog niet dat overal geestelijke wezens zijn! Dat zullen ze echter te zijner tijd wel toegeven, omdat ze anders bepaalde dingen gewoon niet verklaren kunnen, die toch verklaard moeten worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 25 juni 1924 (bladzijde 306)

Eerder geplaatst op 19 juli 2017  (8 reacties)

a4618542165899.Y3JvcCwxNDEzLDExMDYsMTgxLDQ1MA

Anekdote

Er bestaat een leuke anekdote over hoe de verschillende volkeren natuurlijke historie, laten we zeggen bijvoorbeeld van een kangoeroe, studeren, of van een of ander dier, dat in Afrika is.

De Engelsman maakt een reis naar Afrika – zoals Darwin ooit, om tot de natuurwetenschap te komen, zijn wereldreizen gemaakt heeft -, en beschouwt het dier in de omgeving, waar het werkelijk leeft. Dan kan hij zien hoe het leeft, hoe zijn natuurlijke omstandigheden zijn. 

De Fransman brengt het dier vanuit de wildernis in de dierentuin. Hij bestudeert het in de dierentuin; hij beschouwt het dier niet in zijn natuurlijke omgeving, maar in de dierentuin. 

Maar de Duitser, wat doet die dan? Die bemoeit zich helemaal niet met het dier, hoe het eruit ziet, maar hij gaat in zijn studeerkamer zitten en begint na te denken. Het Ding an sich interesseert hem niet – in lijn met de Kantiaanse filosofie, zoals ik u onlangs verteld heb -, maar alleen wat in zijn hoofd is. Dan denkt hij er iets over uit. En nadat hij er lang genoeg over nagedacht heeft, zegt hij iets. Maar dat komt niet met de werkelijkheid overeen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 20 mei 1924 (bladzijde 273)

Eerder geplaatst op 5 juli 2017  (5 reacties)

ae38b37799cbb485983e8aeea5120b5b

Mozes en de doortocht door de Rode Zee

Vraag: Hoe zijn de wonderen te begrijpen, waarvan in de Bijbel in verband met Mozes verteld wordt – de splitsing van de Rode Zee?

Dr. Steiner: Ziet u, dat berust er minder op dat daar een plotseling wonder zou zijn gebeurd, maar op het feit dat Mozes zeer rijk aan kennis was. Hij was niet alleen zoals hij in de bijbel wordt beschreven, maar hij was werkelijk een leerling van de hoge Egyptische mysteriescholen. En in deze scholen leerde men niet alleen over de spirituele wereld, maar ook vanuit een bepaald gezichtspunt over de natuurlijke wereld.

Nu is er in de zee de tijd van eb en vloed, een stijgen en een weer dalen, en de zaak was dat Mozes de doorgang over de Rode Zee zo wist te regelen dat hij met zijn volk overstak op een tijdstip dat de zee was afgenomen en een zandbank, die daardoor zichtbaar werd, dat wil zeggen, blootgelegd werd, kon worden benut om de overtocht te maken. Dus het wonder bestaat niet erin dat Mozes de Rode Zee ingedamd en bedwongen heeft, maar door het feit dat hij meer wist dan de anderen, dat hij het tijdstip op de juiste wijze kon kiezen. Dat hebben de anderen niet geweten. Mozes had de zaak berekend, zodat hij precies op het juiste moment aankwam – hij wist hoe lang het duurde, dat het snel moest gaan, opdat men niet weer door de zee verrast zou worden. Natuurlijk leek dit alles voor de anderen een wonder. Men moet bij deze dingen overal erop letten dat eigenlijk kennis van de zaak eraan ten grondslag ligt, geen andere dingen, maar kennis.

Zo is het met de meeste dingen die zijn gemeld uit de oudheid. Het volk verwonderde zich daarover, omdat het de zaak niet begreep, niet wist. Maar als men weet dat er ook in oude tijden zeer knappe mensen waren, dan kan men deze dingen verklaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 20 mei 1924 (bladzijde 263-264)

Eerder geplaatst op 12 juli 2017  (9 reacties)

hqdefault-4