Herinnering bij dieren

Nog gemakkelijker dan in de dwaling te vervallen, aan een plant bewustzijn toe te schrijven, kan men in de dwaling vervallen, bij het dier van herinnering te spreken. Het ligt zo na voor de hand, aan herinnering te denken, wanneer de hond zijn meester herkent, die hij wellicht vrij lang niet heeft gezien. Maar in waarheid berust zo’n herkennen volstrekt niet op herinnering, maar op heel iets anders. De hond ondervindt een bepaalde aantrekking tot zijn meester. Die gaat van diens wezen uit. Dat wezen veroorzaakt bij de hond een lustgevoel, wanneer de meester voor hem tegenwoordig is. En telkens, wanneer deze tegenwoordigheid van de meester weer optreedt, is zij de aanleiding tot de hernieuwing van dat lustgevoel. 

Herinnering is echter alleen dan aanwezig, wanneer men een wezen niet slechts met zijn belevingen in het heden gewaarwordt, maar wanneer het de belevingen uit het verleden bewaart. Men zou dit zelfs kunnen toegeven, en dan toch nog in de dwaling kunnen vervallen, dat de hond herinneringsvermogen zou hebben. Men zou namelijk kunnen zeggen, dat hij treurt, wanneer zijn meester hem verlaat, en dat hem dus de herinnering aan zijn meester bijblijft. Ook dit is onjuist geoordeeld. Door het samenleven met de meester wordt diens aanwezigheid voor de hond een behoefte, en hij wordt daardoor diens afwezigheid op dezelfde wijze gewaar, als hij honger gewaarwordt. Wie zulke onderscheidingen niet maakt, zal niet tot klaarheid komen over de ware verhoudingen in het leven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 13 – DIE GEHEIMWISSENSCHAFT IM UMRISS: Wesen der Menschheit – bladzijde 62-63

tactic_memory-spel_animals_babies_memo_178726_20200213140818

Deze vertaling is van F. Wilmar 

11 gedachtes over “Herinnering bij dieren

    1. Bij die vraag gaat het om de psychologie en fysiologie van het dier, waaronder zijn instinct leven en de mate waarin hij door een mens kan worden gedomesticeerd en gedresseerd. Denk bijvoorbeeld aan hulphonden. Bij een mens-dier relatie kan er een diepgaande wederzijdse aanhankelijkheid ontstaan. Hoezeer kan iemand lijden wanneer het (huis)dier sterft. En dan zij daar nog de groepsziel van het dier. Hoeveel intelligentie gaat daar van uit in wat voor specifieke zin? Welke intenties draagt het? De groepsziel van een dier staat volgens Steiner op ik-niveau. Ik kan me jou voorstellen met een hond naast je tijdens een wandeling, Leonie. Maar misschien ben je misschien meer een kattenmens. Of beide.

      1. M.L Heine

        Nou, dat is een te romantisch beeld John. ik heb zes kinderen opgevoed, een hond of kat? Doe mij een lolletje!

  1. Haike

    Voor mij is het nog maar de vraag of Steiner het helemaal bij het rechte eind had.. Misschien in die tijd, inmiddels zijn we 100 jaar verder… en zijn we verder ontwikkeld. Zie dit filmpje… en let goed op wat Anna vertelt.

  2. M.L Heine

    John natuurlijk kun je een hele stal er op nahouden en dat vinden mensen leuk en gezellig.Ik zou alleen een hond nemen voor te waken en een kat voor de muizen en dan zou ik ze vol aandacht verzorgen. Geen van beide is nodig! Fijne paasdagen nog voor iedereen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s