Over positiviteit en onthouding van kritiek

Zo moet de esoterische leerling proberen in ieder verschijnsel en in ieder wezen het positieve te zoeken. Hij zal dan al spoedig merken dat onder de buitenkant van het lelijke een verborgen schoonheid, dat zelfs onder het hulsel van een misdadiger iets verborgen goeds, dat onder het uiterlijk van een waanzinnige op de een of andere manier de goddelijke ziel verborgen is.

Deze oefening hangt enigszins samen met wat men de onthouding van kritiek noemt. Men moet deze zaak niet zo opvatten alsof men zwart wit en wit zwart zou moeten noemen. Er is echter een verschil tussen een beoordeling die alleen van de eigen persoonlijkheid uitgaat en aan de hand van sympathie en antipathie van de eigen persoon oordeelt. En er is een standpunt dat zich liefdevol in het vreemde verschijnsel of vreemde wezen verplaatst en zich overal afvraagt: Hoe komt deze ander ertoe zo te zijn en zo te doen? Een dergelijk standpunt komt er geheel vanzelf toe om er meer na te streven het onvolkomene te helpen dan alleen aanmerkingen te maken en het te kritiseren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 267 – Seelenübungen (bladzijde 58-59)

Eerder geplaatst op 8 augustus 2015

4 gedachtes over “Over positiviteit en onthouding van kritiek

  1. Haike

    Onder het hulsel van een misdadiger….

    Ik heb ooit eens van Mouringh Boeke begrepen (God hebbe zijn Ziel) dat als een mens zich als een Tiran gedraagt, en anderen tiranniseert, je hem mag terug sturen. Het doden van een werkelijke tiran is blijkbaar een legale aangelegenheid….

    Mouringh was dat ergens bij Steiner tegengekomen, maar ik heb er nooit iemand anders over gehoord, dus ik vraag me ook af of het wel klopt.

    Verder lijkt me dit een vruchtbare oefening.

  2. Tirannie en waanzin en waanzinnige gevoelens en praktijken – krankzinnigheid – liggen dicht bij elkaar. Steiner heeft veel gesproken en geschreven over het oude Romeinse Rijk met zijn keizers. Niet in de laatste plaats over Nero en een latere reïncarnatie van diens individualiteit. Hieronder een tekstdeel waarin hij spreekt over een aantal keizers die worstelden met (on)zindelijkheid en (on)zinnigheid gerelateerd aan het aardebewustzijn en het fysiek-zintuiglijk bestaan.

    Uit de voordracht: Die tieferen Entwicklungsimpulse der Menschheit (Hannover, 12 juni 1917; bladzijde 27 t/m 29)

    “ […] Niet alleen Caesar Augustus had de inwijding afgedwongen, maar ook een persoon als Caligula had de inwijding geforceerd. En het verhaal wijst op waarheden, want Caligula kon met de geesten van de elementen spreken, met de geesten van de maan. Hij kon bewust gebruik maken van de formules die toen door de ingewijden werden gebruikt. Hij wist: De mens is goddelijk, dus liet hij zich aanbidden als een god. Maar bij zulke mensen als Augustus, Caligula, Nero, die allemaal ingewijd waren omdat ze de initiatie hadden afdwongen, groeide niet alleen vanwege die initiatie een drang naar macht op fysiek niveau, maar tegelijkertijd echte minachting voor het fysieke. Caligula zei toen hij ooit hoorde van een proces waarin een onschuldige man was veroordeeld: “Laat maar, want die onschuldige man was zeker net zo schuldig als de schuldige.” En een andere keer zei hij: “Nou, de rechters die de schuldige man hebben veroordeeld, zijn net zo schuldig”.

    Vanuit zo’n achtergrond bezien valt zelfs een persoonlijkheid als die van Nero te begrijpen. Want wat zeiden degenen die zo’n ingewijde als Nero waren? Van het christendom begrepen ze niets. Maar als men zo’n ingewijde als Nero was, zei men tegen zichzelf: Natuurlijke ontwikkeling brengt geen spiritualiteit meer voort. Het spirituele, de geestelijke wereld, moet op een andere manier in de wereld verschijnen. Op een andere manier moet de geest op aarde tot uitdrukking komen. Het moet in een andere vorm neerdalen dan voorheen. Anders dan in een tijdsperiode waarin een mens nog wel door natuurlijke ontwikkeling (als vanzelf) in aanraking kwam met wat hem geestelijk omringt. Die worsteling maakte de krankzinnige geest van Nero door. Zo ontstak in hem het verlangen het geestelijke op te eisen. Hij wist dat de geest niet langer geschonken werd via natuurlijke lichaamsgesteldheid. Hij wist dat het veranderde lichaam uit het geestelijke was geworpen en het daarom niet meer prijs gaf. Daarom wilde hij Rome en vervolgens de wereld in brand steken. Het was zijn idee om de aarde te vernietigen, omdat de geest haar ontbrak. Nero was er volledig van overtuigd dat de menselijke lichamelijkheid volledig door de geest in de steek was gelaten. Door geen vertrouwen te stellen in het lichaam, maar enkel op geest en ziel koers te varen, wilde hij vanuit een heel andere kant tot de geestelijke wereld komen. Dus waarom het aardse, waarom het menselijk vlees, dat sowieso alleen maar onkuis is. Al het menselijk vlees, alle fysieke dingen noemde Nero onkuis. Wanneer men vandaag de dag over psychoanalyse spreekt, wordt men sterk aan Nero herinnerd. Men zou kunnen zeggen dat hij de eerste psychoanalyticus was die van alles achter het menselijk vlees zocht. Dat was de andere kant. […] “

    Vergelijkingsmateriaal: Nero/Psycho-analyse (Rudolf Steiner Citatensite, 22 maart 2015).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s