De vier temperamenten

De cholericus heeft een sterke wil, hij is moedig, dapper, ondernemend en heeft de drang om veel te doen. Van wereldhistorische persoonlijkheden waren het bijvoorbeeld Alexander de Grote, Hannibal, Caesar, Napoleon; dat waren cholerici. Deze karakteraanleg blijkt al in de kindertijd. Zo’n kind wil een leidende rol spelen bij zijn speelkameraadjes.

De melancholicus houdt zich veel met zichzelf bezig; daardoor komt hij er gemakkelijk toe om zich af te zonderen. Hij denkt veel na, hoofdzakelijk over hoe de omgeving op hem werkt. Hij trekt zich graag terug, is gauw wantrouwend. Dat blijkt wederom al in de kinderjaren: Hij laat niet graag zijn speelgoed zien, heeft angst dat iets van hem wordt afgenomen en zou van alles graag een sleuteltje willen hebben.

De flegmaticus heeft voor niets echt interesse, hij verdroomt veel, is inactief, lui en zoekt zinnelijk genot.

De sanguinicus daarentegen heeft een gemakkelijk te wekken interesse voor alles, het houdt echter niet aan, het vervliegt gemakkelijk en snel, hij verwisselt veel en vaak van zijn hobbies.

Dat zijn de vier fundamentele karaktersoorten, die een mens kan hebben. Gewoonlijk heeft de mens een vermenging van alle vier temperamenten; men kan echter altijd min of meer een basissoort vinden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 28 augustus 1906 (bladzijde 66-67)

Zie ook: Temperamenten/Kleine gevaren/Grote gevaren

Eerder geplaatst op 9 mei 2015  (16 reacties)

15 gedachtes over “De vier temperamenten

  1. Hoi Ridzerd,
    Een uitgebreidere uitleg ook over de positieve kanten van het melancholische, flegmatische en sanguinische temperament mis ik in dit citaat. Neem aan dat Steiner er nog meer over heeft gezegd en ook genuanceerder. Meestal krijgt in antroposofische literatuur het melancholische temperament de domper, in dit citaat ook de flegmaticus en de sanguinicus. Norbert Glas zegt bijvoorbeeld over het melancholische temperament in zijn boekje “Das Antlitz offenbart den Menschen” het volgende: “Der Melancholiker fühlt also die Materie seines Leibes zu stark und wird dadurch, auch im gesunden zustande von Schmerzen geplagt. Even daarvoor noemt hij het “Nicht humorvollen Charakter” van de melancholicus. Ik ken nuchtere, geduldige melancholische personen met leuke droge humor die met beide benen op de grond staan en ook sensitieve flegmatici met een groot invoelend vermogen. De beweeglijke geest van de sanguinicus komt communicatief zeker ook van pas. Ridzerd, kun je nog meer citaten van Steiner over de temperamenten vinden?
    Hartelijke Groet,
    Frits Bolk http://www.atelierdedierenriem.nl

    1. Ja Frits, de citaten zijn altijd onvolledig, maar ik plaats onder het citaat altijd het GA nummer waaruit ik het citaat heb vertaald. Daar kan de lezer naar wens op klikken, dan komt de hele tekst, alleen wel in het Duits.
      Overigens zit Norbert Glas er wel erg naast als hij beweert dat melancholici niet humorvol zijn. Zowat alle humoristen zijn of waren melancholici. Denk aan een uitspraak van Godfried Bomans: Humor is de overwonnen droefheid.
      Simon Carmiggelt was ook tamelijk melancholisch. Gerard Reve was zeer humoristisch, maar ook depressief. Robin Williams, bekende acteur en komiek, heeft zelfmoord gepleegd. Wim Zonneveld was ook niet het zonnetje in huis. Zelfs Andre van Duin is in het gewone leven ook veel minder vrolijk dan men zou denken, waarmee ik overigens ook niet wil zeggen dat hij melancholisch is.
      Herman Brusselmans om wiens boeken en tv optredens mensen zich helemaal gek lachen, is beslist niet een vrolijke man. Hij is jarenlang aan de alcohol geweest en hij slikt nu al jaren medicijnen tegen angsten.
      Morgen komt er nog een citaat over temperamenten. Ik heb waarschijnlijk op deze Steiner site nog wel meer citaten over tempermenten staan. Als ik wat vind, zal ik eerstdaags de links hier bij de reacties neerzetten.

    1. Im positiven Sinn zeichnen sich Melancholiker durch große Tugenden aus, insbesondere durch Mitleidsfähigkeit, Selbstbeherrschung, Verlässlichkeit und großes Durchhaltevermögen.

  2. Olf

    Ridserd ik kan helaas de brontekst niet vinden,
    Hierbij het gehele stuk uit AnthroWiki:
    Melancholiker

    Melencolia I, Albrecht Dürer, 1514
    Der Melancholiker („Schwarzgalligkeit“, von griech. μέλας, melas = „schwarz“ und χολή cholé = „Galle“) ist ein Mensch, bei dem das melancholische Tempereament die anderen, stets auch vorhandenen Temperamente überwiegt. Er neigt nach der der Temperamentenlehre des Hippokrates von Kós zur Melancholie, also zu Schwermut, Traurigkeit und Trübsinn, ja zur Wehleidigkeit.

    Wie bei allen vier Temperamenten kommt auch der Melancholiker nie in reiner Form vor, da immer auch andere Temperamente (lat. temperamentum = „das richtige Maß, die richtige Mischung“) beigemischt sind, die einen mildernden Ausgleich schaffen. In der Praxis hat man also immer nur mit bestimmten Akzentverschiebungen zu tun.

    Charakteristik
    Der Melancholiker ist nicht selten auch ein misstrauischer und sehr kritischer, oft ängstlicher Mensch. In krankhafter Übersteigerung kann daraus auch ein Hang zu Wahnvorstellungen und zur Grausamkeit oder zur Selbstzerstörung entstehen.

    Die Gestik ist mühsam aufstrebend, gefolgt von einem plötzlichen Zusammenbruch, der oft auch von einem typischen Seufzer begleitet ist. Die Arme sind meist eng an den Körper gepresst. Die Bewegungen des Melancholikers wirken meist eckig und gehemmt und er neigt zur X-Beinigkeit. Auch die Atmung ist verhalten und gepresst. Dem Melancholiker ist die Farbe Blau und Schwarz zugeordnet und ihm entspricht das feste Erdelement. Er neigt dadurch zu Verhärtungen im Organismus. Gelenksverhärtungen, Sehnenerkrankungen und Gicht treten nicht selten auf, auch Steinerkrankungen, namentlich Nierensteine, sind typisch. Als Wappentier[1] entspricht ihm der Stier.

    Die „melancholischen Weiber“, schreibt Hildegard von Bingen, „haben mageres Fleisch, dicke Adern, mäßige Knochen und mehr rotblaues als blutfarbenes Blut, und haben ein Antlitz wie mit blauer oder schwarzer Farbe durchsetzt …“[2]

    Die innere Stimmung neigt sich dem Abend, dem Sonnenuntergang, zu. Dem entspricht die westliche Himmelsrichtung und das Erwachsenalter ab der Lebensmitte, wo langsam die Abbaukräfte zu überwiegen beginnen. Verbunden damit ist oft das beständige leise Gefühl des Krankseins, sogar des Sterben-Müssens.

    Im positiven Sinn zeichnen sich Melancholiker durch große Tugenden aus, insbesondere durch Mitleidsfähigkeit, Selbstbeherrschung, Verlässlichkeit und großes Durchhaltevermögen.

    Von den vier Wesensgliedern ist beim Melancholiker der physische Leib vorherrschend.

      1. Dank je Pieter, Olf en Ridzerd, ik heb het boekje ook, het ging me vooral in mijn reactie om de temperamenten ook eens in het zonlicht te zetten met betrekking hun positieve geaardheden.

      2. Dat houdt Steiner ook de pedagoog voor: ‘Nu vraag ik u altijd voor ogen te houden dat we, wanneer het gaat om het temperament van het kind, als leraar volstrekt niet geroepen zijn om de desbetreffende temperamenten bij voorbaat als ‘fout’ te beschouwen en te willen bestrijden. We moeten inzien om welk temperament het gaat en ons afvragen wat we moeten doen om er een acceptabel levensdoel mee te bereiken, zodat van het temperament het allerbeste gemaakt wordt en de kinderen met behulp van het temperament hun levensdoel bereiken.’ GA 295 2e vdr.

      3. Uitspraak Steiner: “Zodat van het temperament het allerbeste gemaakt wordt en de kinderen met behulp van het temperament het levensdoel bereiken” GA 295 Mooi! Bedankt voor het opzoeken Pieter

  3. Anoniem

    Nogmaals,
    Ik denk dat het een citaat van Hildegard van Bingen (uit haar temperamenten leer) is in de tekst va Anthrowiki.

    Ik heb nog wel iets gevonden in een lezing van RS op 9 jan 1909 te Karlsruhe ( geen GA-nr en helaas alleen in het Engels).

    The melancholic child is not easy to guide; but here again there is a magic means.
    As with the sanguine child the magic word is love for a personality, with the choleric, esteem and respect for the worth of the teacher, so with the melancholic child the important thing is for the teachers to be personalities who in some way have been tried by life, who act and speak from a life of trial.
    The child must feel that the teacher has really experienced suffering. Bring to his attention in all the manifold occurrences of life the trials of your own destiny.
    Most fortunate is the melancholic child who can grow up beside a person who has much to give because of his own hard experiences; in such a case soul works upon soul in the most fortunate way.
    If therefore at the side of the melancholic child there stands a person who, in contrast to the child’s merely subjective, sorrowful tendencies, knows how to tell in a legitimate way of pain and suffering that the outer world has brought him, then such a child is aroused by this shared experience, this sympathy with justified pain.
    A person who can show in the tone and feeling of his narration that he has been tried by destiny, is a blessing to such a melancholic child.

    Tot zover de melancholie
    Olf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s