Deemoed

In de hele wereld zou deemoed tegenover degenen die onder ons staan en op wiens kosten wij ons hoger ontwikkelen, aanwezig moeten zijn. Als de plant zou kunnen denken, zou ze de steen moeten danken, dat hij de bodem geeft waarop zij een hoger leven kan leiden, en het dier zou zich tot de plant moeten neigen en zeggen: Aan jou dank ik de mogelijkheid om te bestaan -, en evenzo de mens tegenover de hele natuur. En degene die hoger staat in de menselijke samenleving, moet buigen voor de onder hem werkenden en zichzelf zeggen: Als niet deze hardwerkende handen de nederige arbeid voor mij zouden verrichten, dan kon ik niet staan waar ik sta. – Niemand zou zich hoger kunnen ontwikkelen, als niet de bodem onder hem zou zijn voorbereid.

 Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 3 september 1906 (bladzijde 133)

Eerder geplaatst op 19 februari 2015

4 gedachtes over “Deemoed

  1. De dichter Christian Morgenstern verwoordde het zo:

    De voetwassing

    Ik dank u, gij stille steen,
    en buig mij tot u neder:
    door u ben ik verbonden met het
    plantenzijn.

    Ik dank u, gij aarde en plantenwereld,
    en buig mij tot u neder:
    gij hielp mij tot het creatuurlijk zijn.

    Ik dank u, steen, plant en dier,
    en buig mij tot u neder:
    aan u gedrieën heb ik mijn bestaan te
    danken.

    Wij danken u, oh mensenkind,
    en knielen nederig voor u:
    slechts door uw aanwezigheid kunnen
    wij bestaan.

    Dank stroomt uit goddelijke eenheid en veelvoudigheid.
    In dank is alle bestaan vereenigd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s