Geen mens hoeft het te geloven

Als iemand komt en zegt: Wat jij daar vertelt, geloof ik niet, want dat kan iets zijn wat je uitgedacht hebt, dat kunnen fantasterijen zijn-, dan kan men antwoorden: Goed, geloof dat, geloof dat de geesteswetenschappers de grootste zwendelaars ter wereld zijn. Maar er is iets anders, dat tussen geloven en niet geloven ligt – dat is het onbevangen luisteren. Neem eens een drastische vergelijking. Neem een kaart van Klein-Azië. Een man zegt: Dat is niet een kaart van Klein-Azië, dat heb je maar zo verzonnen. – Men kan hem slechts antwoorden: Goed, dat maakt niet uit, maar bekijk wat ik je hier heb laten zien, neem er notitie van en onthoudt het. Als je dan in Klein-Azië komt, zul je zien dat het juist is. Zo is het ook met de geesteswetenschappelijke kennis. Geen mens hoeft het te geloven. Als we slechts opmerkzaam en onbevangen kijken willen, dan zijn er bewijzen genoeg voor in het leven, ook voor het leven aan gene zijde, als we door de poort van de dood zijn gegaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 54 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 15 februari 1906 (bladzijde 282-283)

Eerder geplaatst op 6 januari 2015

Een gedachte over “Geen mens hoeft het te geloven

  1. Haike

    Ik draai het altijd om, en zeg dan tegen mezelf of een ander dat het onmogelijk is om het ergens over te hebben wat niet bestaat. Want wat niet bestaat daar kun je je überhaupt geen gedachte over vormen, benoemen, naam geven, en een gesprek over voeren. Dat gaat niet. En die redenering gaat natuurlijk nog verder namelijk het feit dat ik er nog nooit iets over gehoord heb, toont niet aan dat het dan ook maar niet bestaat.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s