Steiner over een der zaligsprekingen uit de Bergrede – Mattheus 5, vers 4

‘Zalig die treuren, want zij zullen vertroost worden.’(Duits: Selig sind, die da Leid auf sich nehmen, denn sie werden durch sich selbst den Trost finden.)  Het lijden plaatst ons in de wereld voor een van de grootste raadsels. Reeds de oude Grieken, dit vrije, blijmoedige volk, dat zo zeer aan het bestaan hing, voor wie zinnelijk genieten levenslucht was, laten de wijze Silenus op de vraag, wat het beste voor de mensen zou zijn, het antwoord geven: ‘Miserabel geslacht…het allerbeste is voor u geheel onbereikbaar: niet geboren te zijn, niet te zijn, niets te zijn. Het op een na beste echter is voor u – spoedig te sterven.’

Aesop zegt echter dat men uit het lijden lering kan trekken. En Job komt door al zijn leed dat hem werd opgelegd tot de conclusie: Het lijden zuivert, het brengt de mensen hoger. – Waarom komen we na het bijwonen van een tragedie toch voldaan uit het theater? De held overwint tegenover het lijden. Tussen het hoger stijgen van de mensen en het dragen van de smart bestaat een samenhang. […] De mens moet zich een orgaan scheppen opdat hij het leed kan dragen. Zoals het oog door het licht, het oor door het geluid werden gevormd, zo scheppen leed en pijn geestelijke organen. […] De mens wordt hoger ontwikkeld door het leed.

Bron: Rudolf Steiner – GA 97 – Das christliche Mysterium – Stuttgart, 19 januari 1907 (bladzijde 95-96)

Eerder geplaatst op 13 september 2014

Advertenties