Brief van Rudolf Steiner aan zijn zus en broer

Dornach, 12 november 1924

Mijn lieve zus en broer,

In de eerste plaats, mijn lieve zuster, de allerhartelijkste en mooiste gedachten voor je naamdag. Ik denk op deze dag, hoewel ik ver van je moet zijn, veel aan je. Hopelijk zal het met je gezondheid snel beter gaan.

Gisteren was graaf Polzer hier; we spraken over jou. Hij neemt de medicijnen voor je mee.

Het was dit jaar een druk jaar voor mij. Er moesten veel reizen gemaakt worden. Naar Parijs, naar Nederland, naar Engeland. Daar tussenin altijd de reizen naar Stuttgart. Dan nog een lange reis naar Breslau.

Oh, mijn lieve broer en zuster, het spijt me zo dat ik jullie zo lang niet bezoeken kan, maar ik geef me hoop dat dit in niet al te lange tijd weer zal kunnen gebeuren.

Nu denk ik veel aan jullie, mijn geliefden, en ben in gedachten bij jullie.

Nu na de reizen heb ik hier enorm veel te doen met de nieuwbouw van het Goetheanum. Ja, dat geeft zeer veel te doen.

Marie is, nu ik dit schrijf, op reis voor lezingen; ze komt pas de komende dagen terug. Daarom kan ze niet persoonlijk haar groeten bij deze brief voegen. Maar je kunt er zeker van zijn, dat zij je in het hart de beste wensen stuurt.

Met de allerhartelijkste groeten en kussen aan jou en Gustav

Van jullie Rudolf

Bron: BRIEFE – BAND II 1890-1925 – GA 039 – brief 649 (bladzijde 480-481)

Eerder geplaatst op 14 januari 2014 

Zie ook: De laatste maanden in het leven van Rudolf Steiner

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s