Karma – Moraal – Egoïsme (slot)

De mensen hebben tegen moraal preken een zekere antipathie. Ze zeggen: wat mij daar gepreekt wordt, dat wil een ander en ik moet me daar maar naar voegen! – Dit geloof zal steeds meer de overhand nemen, naarmate het materialistische bewustzijn de overhand krijgt.

Men zegt tegenwoordig; er is klassenmoraal, standenmoraal, en wat een dergelijke klassenmoraal voor juist houdt, dat wordt de andere klasse opgedrongen. Een dergelijke mening is in de geesten der mensen binnengestroomd en in de toekomst zal dat steeds erger en erger worden.

Het gevoel zal bij de mensen steeds sterker worden dat ze alles, wat op moreel gebied als goed en juist moet worden erkend, zelf willen vinden, dat dit uit hun hang naar objectieve kennis ontspringen zal. De menselijke individualiteit wil steeds meer geldigheid hebben.

Op het ogenblik echter waarin bijvoorbeeld het hart zou inzien, dat het mee ziek wordt als het gehele organisme ziek wordt, zou de mens doen wat nodig is om niet ziek te worden. En op het ogenblik dat de mens inziet dat hij in het gehele aardeorganisme is ingebed, dat hij geen etterbuil mag zijn aan het aardelichaam, dan is er een objectieve reden voor het goed zijn. En de mens zal zeggen: als ik steel, wil ik mij een voordeel verschaffen. Ik doe het niet omdat ik daardoor het gehele aardeorganisme, waar zonder ik niet leven kan, ziek maak. Ik doe het tegendeel en ik verschaf daardoor niet alleen het organisme, maar ook mijzelf een voordeel.

Zo ongeveer zal het morele bewustzijn der mensen zich in de toekomst vormen. Degene die een morele impuls vanuit de antroposofie heeft, zal zich zeggen: Het is een illusie als men zich door een immorele daad een voordeel wil verschaffen. Je bent als je dat doet als een inktvis die een donkere vloeistof uitspuwt: een donkere aura van immorele driften spuit je uit. Liegen en stelen is een kiem van een aura waarin je gaat zitten en waardoor je de gehele wereld ongelukkig maakt.

Men zegt: wat rondom ons is, is Maya. Maar zulke waarheden moeten levende waarheden worden. Als men kan aantonen dat door de geesteswetenschap de morele ontwikkeling der mensheid in de toekomst zo wordt, dat de mens moet inzien, hoe hij zich in een aura van zinsbegoocheling hult, wanneer hij zich een voordeel wil verschaffen, dan wordt het een praktische waarheid dat de wereld een maya of illusie is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 127 – Die Bedeutung der Geistesforschung für das sittliche Handeln – Bielefeld, 6 maart 1911 (bladzijde 129-130)

Eerder geplaatst op 11 december 2015

2 gedachtes over “Karma – Moraal – Egoïsme (slot)

  1. Bernard

    Steiner spreekt over ‘morele corruptie’ van de zielen. De overwinning van die macht wordt door het christendom beleefd als de eigenlijke gebeurtenis van Golgotha. Maar wat is moraliteit?

    Steiner zegt: “elk individueel mens moet zelf een bron van moraliteit worden”. En dan: “de moraliteit van de toekomst zal haar grondslag moeten vinden in de morele liefde die vrijkomt uit de allerdiepste lagen van de menselijke ziel. En het sociale handelen van de toekomst zal ondergedompeld moeten zijn in vertrouwen. Want wil de ene individuele mens de andere individuele mens in morele zin kunnen ontmoeten dan zal bovenal deze atmosfeer van vertrouwen noodzakelijk zijn.” Als je dit tot jezelf laat doordringen, besef je: hier zijn we nog heel ver vandaan!
    Ik moet de eigen bron van mijn moraliteit zijn. Ik bepaal de richting van míjn handelen. Dat vraagt authenticiteit, het is een wilsrichting en daar is innerlijke moed voor nodig, ‘zielemoed’ noemt Steiner dat, die mensen zich in deze tijd moeten eigen maken. Het mysterie van Golgotha moet “met moed begrepen worden, dat we ons met moed verbinden met het mysterie van Golgotha, met de impuls die Christus Jezus inplant in de ontwikkeling van de aarde.”

    En dan zegt Steiner iets heel interessants: “We moeten leren begrijpen dat de geest, wanneer hij scheppend wordt, met dezelfde kracht werkt als waarmee instincten werken; alleen werken die instincten in de duisternis en werkt de scheppend geworden geest in het licht van de zon, van de geestelijke zon, uit liefde.”
    Voor mij lijkt het of Steiner hiermee iets van de scheppingskracht van onze gehele kosmos, het universum, aangeeft: de logos, de wijsheid die door de kosmos stroomt en golft. De kracht achter de natuurwetten, die je immers met instincten zou kunnen vergelijken, waarbij dan echte instincten door bewustzijn kunnen worden ingetoomd – en dat is dan ook zo bij ‘scheppend geworden geest’. En dan is het zeer van belang dat moraliteit werkzaam wordt dat door ontwikkeld bewustzijn bevrucht is. Dit heeft Christus daad bewerkstelligd!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s