Hoe is de mens in feite gekomen tot wat we zijn vrijheid noemen, dat wil zeggen zijn mogelijkheid om te onderscheiden tussen goed en kwaad, om in vrijheid het goede of ook het kwade te doen? (1 van 2)

Hoe is de mens in feite gekomen tot wat we zijn vrijheid noemen, dat wil zeggen zijn mogelijkheid om te onderscheiden tussen goed en kwaad, om in vrijheid het goede of ook het kwade te doen? U weet dat de mens een lange ontwikkelingsweg heeft doorgemaakt, voordat hij het stadium heeft bereikt waarop hij nu staat en dat we het midden van de ontwikkeling hebben overschreden. Ongeveer in het midden van het Atlantische aardetijdperk, dat aan ons aardetijdperk voorafging, ligt ook het midden van de gehele menselijke ontwikkeling. Nu hebben we dit midden reeds overschreden en daardoor zijn we de eerste missionarissen van de tweede helft, de eerste boodschappers van een opstijgende boog. Terwijl de mensheid tot in de Atlantische tijd in een dalende boog, in een soort neergaande ontwikkeling verkeerde, tot ze het diepste in het materiële leven verzonk, klimt ze nu weer omhoog naar spirituele ontwikkeling.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 93 – Die Tempellegende und die Goldene Legende/Aus den Inhalten der Esoterischen Schule – Berlijn, 5 juni 1905 (bladzijde 173)

Advertenties

6 gedachtes over “Hoe is de mens in feite gekomen tot wat we zijn vrijheid noemen, dat wil zeggen zijn mogelijkheid om te onderscheiden tussen goed en kwaad, om in vrijheid het goede of ook het kwade te doen? (1 van 2)

  1. Beste Bernard,
    Verontschuldig mij dat ik een deel van de hoop wegneem.
    Vrijheid daar heeft Steiner een boek over volgeschreven en een van de eerste dingen is om conventies los te laten en bijvoorbeeld eens te realiseren war moreel en immoreel is, je hebt de conventie aan het werk gezien. Conventies staat dus niet gelijk aan vrijheid.

  2. henri

    We zitten nog in de naweeën van het Kali-Yuga tijdperk (eind 1899) ,en dat betekent nog ” enkele eeuwen ….” ,( volgens Steiner vier tot vijf !) strenge conventies en veel mterialisme dat dient opgeruimd te worden ,aldus nog ver van die vrijheid die ons eens te beurt zal vallen . Michaël wacht op de achtergeblevenen, en schreeuwt om hulp ! want Hij komt niet zelf naar de mens toe maar de mens moet zelf het initiatief en ( inzicht) nemen .

    1. henri

      “In het tijdperk van Michaël moeten wij door de waarnemingsvermogens van ons hart leren , juist ook in het ongeluk de hand van de liefde van God te herkennen. Dan zullen wij leren , de strengheid en meedogenloosheid van Michaël te begrijpen ,waardoor wij juist dàn in catastrofen en leed gebracht worden . Uit zulk een waarnemen en onderkennen van de machten van het lot en hun bedoeligen zal een heldhaftig christendom voortkomen. En een Christendom dat geen aansluiting vindt aan de michaëlische macht , zal elke geestelijke betekenis verliezen of zelfs geheel en al va, het toneel verdwijnen. ” (uit: Het tijdperk van Michaël , Emil Bock ” )

      1. henri

        In het tijdperk van Gabriël , 350 jaar tot 1879 kwam het op ‘intelligentie en schranderheid aan ,de mens bouwde uiterlijke , machines en natuurwetenschap waren zijn werkterrein . Gabriël was tevens de heersende aartsengel die de mens begeleidt naar de ‘geboorte ‘ ,van het omhulsel dat incarneert en de principes erfelijkheid stonden op de voorgrond .
        Nu ,in het tijdperk van Michaël vervallen al deze normen en waarden, de mens bouwt het uiterlijke en zijn verwezenlijkingen af, de innerlijke mens treedt aan de dag en tevens door verbreking van de banden van erfelijkheid .

        “Erfelijkheid’ was het wachtwoord van Gabriël , ‘Vrijheid’ innerljke is het wachtoord van Michaël .
        Slechts hetgeen uit werkelijke vrijheid in het leven geroepen wordt , vanuit de geest ,dàt is opbouw …
        “…Michaël is de geest die voortuitbrengt .Hij wil de mens vooruithelpen. Maar de mens wordt niet vooruitgeholpen door er op aarde zijn gemak van te nemen. Hij kan in het maatschappelijk leven succes hebben , hij kan alles hebben wat er op aarde te krijgen is ,wat zijn hart begeert – maar hij kan tenslotte toch , als hij door de poort van de dood gaat wat zijn ziel betreft een volkomen onontwikkeld mens blijken zijn . Dat is het algemeen gevaar voor de mens ,dat hij maar al te licht op zijn zestigste , zevenstigste jaar nog op hetzelfde punt staat waar hij al op zijn eenentwintigste stond . Zijn gehele leven lang heeft hij er niets bij geleerd , maar enkel steeds hetzelfde geringe veranderingen herhaald . Op die manier heeft het leven geen enkele zin . ….”Degenen die door het lot getroffen zijn , zijn innerlijk vooruitgebracht . … Vroeger kon men denken ‘ongeluk is straf . In onze tijd moet men leren dat , hoe verder de geschiedenis van de mensheid voortschrijdt , ongeluk ook een hulp kan zijn om de eeuwige wezenskern van de mens uit het ruwe materiaal van het aardebestaan te beitelen .” ( uit: Het tijdperk van Michaël , Emil Bock . )

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s