Het gevaar van hypnotiseren

Op het moment van de dood doet zich voor de mens iets merkwaardigs voor: een korte tijd herinnert de mens zich alle belevenissen in het zojuist afgelopen leven. Als een groot tableau staat in een enkel ogenblik zijn hele leven voor zijn ziel. Iets dergelijks gebeurt in het leven van de mensen alleen in zeer zeldzame gevallen, en alleen dan als hij in levensgevaar verkeert of een grote schrik krijgt; bijvoorbeeld iemand die bijna verdrinkt of in een afgrond dreigt te storten, ziet op het moment van de naderende dood zijn leven voor zijn ziel staan.

Een ander soortgelijk verschijnsel is het eigenaardige, prikkelende gevoel als een lichaamsdeel ingeslapen is. Waardoor komt dit? Dit komt door een losraken van het etherlichaam. Als een deel, bijvoorbeeld een vinger, slaapt, dan ziet de helderziende naast de vinger een tweede vinger uitsteken; dat is het etherlichaam dat zich op deze plaats losgemaakt heeft en er uitsteekt.

Daarin ligt ook het grote gevaar van hypnotiseren, omdat hierbij de hersenen aan hetzelfde proces onderhevig zijn als bij de slapende vinger. Aan beide kanten van het hoofd ziet de helderziende, als twee kwabben of zakken, het losgemaakte etherlichaam er buiten hangen. Als het hypnotiseren vaak wordt herhaald, dan ontstaat de neiging van het etherlichaam om zich los te maken, wat grote gevaren met zich kan meebrengen. De betrokken personen worden meestal onvrij, dromerig, hebben aanvallen van duizeligheid enzovoort.

Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 24 augustus 1906 (bladzijde 31)

Eerder geplaatst op 8 november 2016