Ik moet zeggen dat ik Kant begrijp, want anders zeggen anderen dat ik dom ben

Er bestaat vandaag de dag nog altijd die eigenaardige verering van alles wat gedrukt is. En sinds door de “Universalbibliothek” Kant uitgegeven is – ik heb hem alleen daardoor kunnen lezen, want anders had ik hem toen niet kunnen kopen; maar daar was Kant goedkoop, ondanks dat die boeken zo dik zijn -, sinds die tijd is eigenlijk nog meer de duivel los met Kant dan vroeger, want sindsdien leest iedereen Kant. Dat wil zeggen, ze lezen de eerste bladzijde, maar ze snappen er geen reet van (Duits: sie verstehen nichts). Dan horen ze dat Kant “de keizer van literair Duitsland” is; daardoor denken ze: Potverdorie, we weten nu wat van Kant, dus zijn we zelf ook knappe, intelligente  mensen! – En de meesten van hen zijn ook wel zo dat ze toegeven: Ja, ik moet zeggen dat ik Kant begrijp, want anders zeggen de anderen dat ik dom ben als ik Kant niet begrijp. – In werkelijkheid begrijpen de mensen niets van hem, maar ze geven het niet toe; ze zeggen: Die Kant moet ik begrijpen, want hij is zeer slim. Ik begrijp iets heel intelligents, als ik Kant begrijp! Dan maakt dat ook indruk op de mensen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 353 – Die Geschichte der Menschheit und die Weltanschauungen der Kulturvölker – Dornach, 14 mei 1924 (bladzijde 244-245)

Eerder geplaatst op 3 september 2016

Advertenties