Geen mooipraterij, maar de waarheid

Het zal nooit gebeuren dat ik het een of ander zeg om de reden dat het een of ander mens of een groep mensen bevalt, maar uitsluitend omdat het mijn overtuiging, mijn onderzoeksresultaat is, dat het waar is. […]

Nogmaals wil ik benadrukken dat ik wat ik zojuist gezegd heb, uit mijn overtuiging en, zoals ik geloof, vanuit mijn occulte inzichten heb gezegd en niet om bij wie dan ook in het gevlij te komen. Ik zou evengoed iets onaangenaams gezegd hebben, als het de waarheid zou zijn.

Bron: Rudolf Steiner – GA 158 – Der Zusammenhang des Menschen mit der elementarischen Welt – Helsingfors, 7 april 1912 (bladzijde 222-223)