Geest en Praktijk (1 van 4)

Het was mijn streven duidelijk te maken dat het bij het opnemen van geestelijke werkelijkheden niet enkel erom gaat dat men, ik zou willen zeggen, er iets aan heeft voor zijn vrije zondagsuren. Dat was juist het verderfelijke in de beschaving die zich in de laatste eeuwen ontwikkeld heeft, dat het geestesleven geleidelijk iets zo afgescheidens, abstracts geworden is.

Op de vraag, die ik in een openbare voordracht in Bazel enige tijd geleden gesteld heb: Wat verbindt de wereldbeschouwing, de beschouwing van het geestelijke of ook het ongeestelijke, die iemand heeft, die beambte, advocaat, fabrikant, koopman is, met de alledaagse bedrijvigheid?, kan men zeggen: Er vloeit van de gedachten die hij als wereldbeschouwing heeft, niets over in zijn beroepsmatige en dagelijkse aangelegenheden, ik bedoel in de uitvoering daarvan. Men is aan de ene kant een mens van uiterlijke, praktische zaken en daarnaast heeft men een puur abstracte wereldbeschouwing, hetzij min of meer religieus, hetzij min of meer wetenschappelijk gekleurd. Dat is immers de gangbare praktijk geworden in de loop van de afgelopen eeuwen en tot een hoogtepunt gekomen in onze zo onheilspellende tijd.

En wat hieraan ten grondslag ligt, uit zich in een andere, eigenlijk nog fatalere omstandigheid, dat mensen die de goede wil hebben om zich een spirituele wereldbeschouwelijk te verwerven, in feite meteen in de inhoud van deze spirituele levensbeschouwing opnemen, dat deze spirituele levensbeschouwing niets te maken heeft met hun praktische leven. Want het praktische leven, dat is de realiteit, dat is waar men zich uiterlijk aan wijdt, het geestelijke heeft men voor de zondag, men heeft ze afgescheiden van het leven, en het leven is niet waardig dit geestelijke op te nemen.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 196 – Geistige und soziale Wandlungen in der Menschheitsentwickelung – Dornach, 7 februari 1920 (bladzijde 167-168)

Eerder geplaatst op 14 maart 2016

Advertenties

10 gedachtes over “Geest en Praktijk (1 van 4)

  1. Beste Ridzerd,
    Ik vind het moeilijk om te zien dat er een wereldoverbevolking is, dat er een tendens is dat de bevolking van Afrika binnenkort van 1 mrd naar 4 mrd groeit, terwijl er veel zijn die naar Europa willen maar de praktijk lijkt Ceteris paribus dat niet gaat.
    Veel van Steiner is voor mij geen geheim meer, maar dit dilemma wel.

    1. Ik weet het ook niet, maar als je ervan uitgaat dat er gemiddeld 800 à 1000 jaren liggen tussen twee incarnaties, dan overlijden er telkens in die tijdsperioden zeer veel mensen.
      Het is niet onmogelijk dat in een bepaalde tijd op aarde veel mensen tegelijk geboren worden en in een andere tijd weer minder.

      1. Speelt hierin (toenemende wereldbevolking) ook niet de aanwezigheid van ‘”Ik “ loze mensen’ een rol.
        Zijn ‘”Ik “ loze mensen’ wel degelijk mensen? Dit speelt allemaal door mijn hoofd.
        Misschien onterecht. Ik durf dit haast niet te schrijven. Vergeef me als ik hierin dwaal.
        Wat bedoel ik wanneer ik het woord ‘MENS’ uitspreek? Rita Vervoir

  2. Beste Ridzerd,

    Mijn vorige leven was begin vorige eeuw, daarnaast kunnen entiteiten ook van andere werelden komen waardoor het aantal veel groter kan worden dan wij denken.
    “Loze mensen” zoals Rita beschrijft zie ik als mensen met een extreem autistisch verleden. Dit zijn mensen die heel lang tussen incarnaties hebben gezeten.
    Uit wat je niet schrijft verwacht jij dus een aardige oorlog.

  3. Cisca

    Rita,

    Heb jij “Apocalypse en priesterschap” van Rudolf Steiner, 18 voordrachten die hij in 1924 voor een groep theologen heeft gehouden (waaronder priesters van de christengemeenschap) ?
    Daarin vind je redelijk uitvoerig besproken wat de betekenis is van de “sprinkhanen”, zoals hij omschrijft …….een soort boventallige mensen!
    Zij zijn ik-loos, in werkelijkheid zijn het geen mensen,, Het zijn geen incarnaties van een ik, ze worden geplaatst in de fysieke erfelijkhid, krijgen een etherisch en en astraal llichaam en ze worden in zekere zin innerlijk voorzien van een ahrimanisch bewustzijn; ze maken de indruk van een mens als je niet precies kijkt, maar het zijn in de volledige betekenis van het woord geen mensen.
    Tot zover wat zinnen die ik heb overgenomen uit bovengenoemd boek (blz 179).
    Karma, reincarnatie, situaties tussen dood en nieuwe geboorte kunnen niet worden begrepen door getallen of door aan de aardse materiele toestanden ontleende verklaringen/vergelijkingen, hoezeer we daartoe allemaal zijn geneigd.
    Onze rekenkunde is niet gods rekenkunde.
    Met hart.gr Cisca

    1. Bedankt Cisca! Dat is voor mij een duidelijk antwoord. Heerlijk uitgeklaard. Nu kan ik verder.
      Ja, het boek “ Apocalypse en priesterschap” van Rudolf Steiner zit in mijn kast.
      Mijn probleem (of misschien is het ook een zegen) is, dat ik gestaag erg traag werk.
      “Onze rekenkunde is niet gods rekenkunde.” Gelukkig!
      Een hartelijke groet, Rita

  4. Beste Ridzerd,

    Dat maakte ik (voorbarig) uit jou opmerking. resp. het antwoord of poging daartoe op mijn vraag.
    Er is verder niets dat op een bijbedoeling lijkt. Alleen heb ik zelf (ook qua de ontwikkeling van de wereld) vaak gedacht.

    Beste Ciska,
    Ik ken dat boek niet en lijkt mij , en wat doelde hij met sprinkhanen kan wel eens zeer toepasselijk zijn. Ik kan heel slecht lezen anders had ik het direct gekocht. Dank

  5. walterhebing

    Ik vraag me af hoe Steiner een vervolg geeft aan dit intro, immers ik heb in de praktijk ervaren dat mijn moeder de vruchten van het christendom geweigerd werden, omdat mijn vader zich absoluut niet wilde bekeren tot het christendom.
    Steiners intro: “Het was mijn streven duidelijk te maken dat het bij het opnemen van geestelijke werkelijkheden niet enkel erom gaat dat men, ik zou willen zeggen, er iets aan heeft voor zijn vrije zondagsuren. Dat was juist het verderfelijke in de beschaving die zich in de laatste eeuwen ontwikkeld heeft, dat het geestesleven geleidelijk iets zo afgescheidens, abstracts geworden is.”
    In Steiners tijd leefde heel veel levens bewuste mensen, die ik graag zou willen aanspreken op hun bewustzijn, ik zou hen willen vragen weet je al wat je morgen wil gaan doen? Nicolay Berdjajev en Kahlil Gibran als eerste! Nicolay over zijn oeuvre: “Mens en Machine” en Gibran over: “Kinderen zijn je kinderen niet”.
    Het Zelf is onbeweeglijk, één, sneller dan de geest.
    De zintuigen kunnen HET niet inhalen,
    omdat HET steeds voor hen uit snelt.
    Zonder te bewegen ontkomt HET aan zijn achtervolgers.
    Gevestigd in DAT onderhoudt de levensadem al het geschapene.
    Uit de Isha Upanishad
    Steiner spreekt over mensontwikkeling, zelfs over opvoeding van kinderen een derde bewustzijnslaag van één Zijn, namelijk: “Mens Zijn!” Volgens mij moet de mens nog uitgevonden worden, want de mensen, zoals ik deze als kind heb leren kennen, waren specialisten in hun beroep en ik was als kind al nieuwsgierig en heb ontdekt dat beroepen alleen maar afleidingen zijn, van de directe verantwoordelijkheden van het mens-zijn op aarde!
    De Mens(God) is op aarde, of hij/zij is niet op aarde! Steiner is ergens ’n schakel in het begrijpen van mijn toekomst, echter ik ben het zelf, jammer dat de weg naar bewustwording ervan uitgebuit werd en nog wordt, door onze medemens. En de dag nog steeds niet de vorm krijgt die het vermag!
    Groetjes Walter.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s