Het karma betreft niet alleen de individuele mens

We moeten niet alleen bij individuele mensen van karma spreken; de mens mag zich niet als afzonderlijk wezen beschouwen, dat zou heel fout zijn, net zo fout als wanneer de afzonderlijke vinger van onze hand zich als een afzonderlijk wezen zou willen voelen. Even ver als de vinger zou komen, als hij zich van het organisme zou willen afzonderen, zou de mens komen als hij enkele mijlen boven de aarde zou willen opstijgen.

Daarom is de mens, als hij in de geesteswetenschap doordringt, wel genoodzaakt om aan de hand van deze kennis in te zien, dat hij zich niet aan de illusie mag overgeven op zichzelf als afzonderlijk wezen te kunnen bestaan. Zo is het in de fysieke wereld en nog veel meer in de geestelijke wereld. De mens behoort tot de gehele wereld en heeft ook zijn lot in het geheel. Het karma betreft niet alleen de individuele mens, maar het beïnvloedt ook het leven van hele volken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – THEOSOPHIE UND ROSENKREUZERTUM – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 86-87)

Eerder geplaatst op 22 april 2016

Advertenties

Ook een ziener kan zich in een detail vergissen

Niemand is in staat de astrale wereld in zijn totaliteit te beschrijven; ze is rijker en omvangrijker dan onze fysieke wereld. Ik geef toe dat ook de geestelijke onderzoeker zich in een detail kan vergissen, net zoals men zich in de fysieke wereld kan vergissen, als men bijvoorbeeld de hoogte van een berg bepalen wil. Maar net zomin als een dergelijke fout in een detail een reden kan zijn om de fysieke wereld te ontkennen, net zomin kan een mens geneigd zijn vanwege een fout in een detail de werkelijkheid van de astrale wereld te ontkennen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 32)

De mens is zich niet bewust van de uitwerking van zijn gevoelens

Niet voor niets, niet zinloos heeft de antroposofische beweging de mensen gewezen op deze onzichtbare werelden, waarvan de mensen een deel zijn, waarin we voortdurend invloeden uitoefenen. U kunt geen woord spreken, geen gedachte denken zonder dat gevoelens in de ruimte een uitwerking hebben. Zoals onze daden in de ruimte werken, zo werken ook de gevoelens; ze doortrekken de ruimte en beïnvloeden de mensen en de gehele astrale wereld.

De mens is zich onder gewone omstandigheden niet bewust, dat een stroom van werkingen van hem uitgaat, dat hij een oorzaak is waarvan de uitwerkingen overal in de wereld zijn waar te nemen. Hij is zich er niet van bewust, dat hij daardoor ook onheil aanrichten kan, dat hij stromen van lust en onlust, van hartstochten en driften de wereld inzendt, die op andere mensen op zeer schadelijke wijze kunnen werken. Hij is zich niet bewust wat hij met zijn gevoelsleven teweegbrengt.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 27)

De taak van de antroposofische beweging

Het is in wezen de taak van de antroposofische beweging ons bekend te maken met werelden die ons iedere dag en ieder uur omgeven, met werelden waarin we leven, maar waarvan we onder normale omstandigheden niets weten. Niet met werelden die buiten de onze liggen wil de antroposofie ons bekend maken, niet met werelden die in voor ons ontoegankelijke plaatsen te vinden zijn, maar met de werelden die voortdurend onze wereld beïnvloeden, die ons altijd omgeven, die ons echter onbekend blijven, omdat onze organen daarvoor niet ontsloten zijn. Vooralsnog kunnen we alleen maar spreken van deze werelden. We kunnen er alleen maar op wijzen en ertoe aansporen om deel te nemen aan de activiteit waardoor de mensen de organen ontsluiten voor deze hogere werelden, zodat hij in staat is deze hogere werelden waar te nemen, zoals hij tegenwoordig alleen in staat is de gewone wereld waar te nemen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 88 – Über die astrale Welt und das Devachan – Berlijn, 28 oktober 1903 (bladzijde 20)

Gewoonten, daden en lot

Door een slechte gewoonte op zich heb ik nog niets gedaan; als deze slechte gewoonte mij echter tot een daad drijft, dan verander ik door deze daad de buitenwereld. En alles wat een werking heeft in de fysieke buitenwereld, dat komt ons als uiterlijk lot in het volgende leven in de buitenwereld weer terug. Dus de daden van het fysieke lichaam in dit leven worden tot ons lot in het volgende leven. Dat ervaren we door het geplaatst worden in deze of die situatie in het leven. Dus of de mens in deze of gene levenstoestand gelukkig of ongelukkig is, dat hangt van de daden van zijn voorgaande levens af.

Bron: Rudolf Steiner – GA 100 – THEOSOPHIE UND ROSENKREUZERTUM – Kassel, 22 juni 1907 (bladzijde 86)

Eerder geplaatst op 21 april 2016