Imaginatie

Wil men de eigenlijke betekenis van het denken leren kennen, wil men de werkelijke waarheid van de kosmische betekenis van het denken leren kennen, dan moeten we stijgen naar de imaginatieve waarneming, zoals het in De weg tot inzicht in hogere werelden is beschreven. Zodra men het denken ontdoet van de abstractheid, die het voor ons bewustzijn heeft, en onderduikt in de zee van de wevende gedachtenwereld, komt men in de noodzaak niet alleen zulke abstracte gedachten te hebben zoals de mens op aarde, maar daarin beelden te hebben.

Want uit beelden is alles geschapen, beelden zijn de werkelijke oorzaak van de dingen, beelden liggen achter alles wat ons omringt, en in deze beelden duiken we onder, wanneer we in de zee van het denken duiken. Deze beelden heeft Plato bedoeld, deze beelden hebben allen bedoeld, die over de geestelijke oergronden gesproken hebben, deze beelden heeft Goethe bedoeld, als hij over zijn oerplant sprak. Deze beelden vindt men in het imaginatieve denken. Maar dit imaginatieve denken is een werkelijkheid, en daarin duiken we onder als we in het golvende, in de stroom van de tijd gaande denken duiken.

Bron: Rudolf Steiner – GA 157 – Menschenschicksale und Völkerschicksale – Berlijn, 6 juli 1915 (bladzijde 298)