Men zal zeggen: het is toch een ziekte bij de mens wanneer hij aan geest en ziel denkt

De tijd zal komen, misschien zelfs in een niet zo verre toekomst, dat men zal zeggen: het is toch een ziekte bij de mens wanneer hij aan geest en ziel denkt. Gezonde mensen, die spreken alleen van het lichaam. – Men zal het als een symptoom van een ziekte beschouwen wanneer de mens zich dusdanig ontwikkelt dat hij tot het begrip kan komen: er is een geest of een ziel. Die zal men als een ziek mens beschouwen. En men zal het gepaste geneesmiddel vinden – daar kunt u heel zeker van zijn- waardoor men kan ingrijpen. Toentertijd (op het Concilie van Constantinopel in 869 – fdw) heeft men de geest afgeschaft. De ziel zal men afschaffen door een farmaceutisch product. Vanuit een ‘gezonde’ levensbeschouwing zal men een vaccin vinden waardoor in het organisme dusdanig ingegrepen wordt, liefst zo jong mogelijk, als het kan na de geboorte, zodat dit menselijk lichaam niet tot de gedachte kan komen: er is een ziel en een geest.

Zo scherp zullen de twee wereldbeschouwingen tegenover elkaar komen te staan. De ene zal erover nadenken hoe begrippen en voorstellingen moeten gevormd worden om bruikbaar te zijn in de reële werkelijkheid, de geestelijke en de zielewerkelijkheid.

De anderen, de opvolgers van de materialisten van nu, zullen een vaccin zoeken dat het lichaam ‘gezond’ maakt, t.t.z. dat het lichaam zo verandert dat het door zijn constitutie niet meer van zo’n dwaze dingen praat als ‘ziel’ en ‘geest’, maar op een ‘gezonde’ manier praat over de krachten die in machines en in de scheikunde leven, die in het heelal planeten en zonnen doen ontstaan. Dat gaat men door lichamelijke procedures bewerkstelligen. Men zal het aan de materialistische geneeskunde overlaten om de zielen uit de mensheid uit te drijven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 7 oktober 1917 (bladzijde 97-98)

Vertaling overgenomen uit Tijdschrift De Brug – Trefwoord Ahriman – 27

Eerder geplaatst op 3 mei 2014