Over opvoeding, geheugen en gezondheid (1 van 2)

Onder invloed van de materialistische tijdgeest heeft steeds meer en meer de tendens de overhand genomen om wat men met de kinderen in de school moet doen naar het lichaam te richten. Men doet tegenwoordig experimenten over het geheugen, ja zelfs over de wil en over het denken. Ik bestrijd daartegen niets, want voor de wetenschap is het zeer interessant, maar zich daarnaar pedagogisch te willen richten, is iets verschrikkelijks, want het bewijst immers dat we de mens in zijn eigen wezen geheel vreemd zijn geworden, als we uiterlijke experimenten moeten doen, om toegang te krijgen tot het kind, bijvoorbeeld. Als we innerlijk met het kind verbonden zijn, hoeven we toch niet uiterlijke experimenten te doen. Maar nogmaals wil ik benadrukken dat ik mij niet tegen de experimentele psychologie keer, waarvan ik de betekenis geheel erkennen wil als interessant voor de wetenschap. Maar als basis voor de pedagogie bewijst experimentele psychologie daardoor enkel hoe mensenvreemd we geworden zijn, als we uiterlijk aan de mens experimenteren, om innerlijk wat van hem te weten, als we helemaal geen innerlijke toegang meer tot hem hebben.

Wordt vervolgd

Bron: Rudolf Steiner – GA 226 – Menschenwesen, Menschenschicksal und Welt-Entwickelung – Kristiania, 21 mei 1923 (bladzijde 110)

Eerder geplaatst op 4 april 2014