Strijd en debat is niet het terrein van de antroposofie. We moeten geen tijd verspillen met nutteloos geruzie, maar slechts spreken voor wie hart en gevoel voor de antroposofie hebben.
Bron: Rudolf Steiner – GA 95 – Vor dem Tore der Theosophie – Stuttgart, 4 september 1906 (bladzijde 162)
Eerder geplaatst op 8 maart 2012
Ik vind de titel van dit Steinercitaat arrogant klinken, immers wie zich met hart en gevoel wijdt aan de Anthroposofie behoeft geen strijd en debat op aarde meer te voeren. Hij voelt zich al thuis in het hiernamaals, alvorens hij/zij zich ook maar enigssinds met de levende manifestaties van de levensgeest op aarde verbonden heeft.
Zo heb ik het Christendom tijdens mijn jeugd ook ervaren, veel woorden: Maar weinige tips om je als individuele mens op aarde te handhaven. Ik ben vorig jaar naar India geweest en ook daar trof ik hetzelfde stramien aan, niet het kind is Heilig, maar de Koe! Aan het kind mag hier in het Westen en daar in het Oosten gesleuteld worden, maar hier en daar niet in het geloof!
Jezus zei nog:”Voorwaar zeg Ik u: Al wat gij op de aarde binden zult, zal in den hemel gebonden wezen; en al wat gij op de aarde ontbinden zult, zal in den hemel ontbonden wezen. Wederom zeg Ik u: Indien er twee van u samenstemmen op de aarde, over enige zaak, die zij zouden mogen begeren, dat die hun zal geschieden van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. Zowel Jezus als Steiner verbonden zich met allerlei zaken, behalve met de eigen belevenissen van ’n kind op aarde! Het kind moest opgevoed worden in hun zogenoemde Universele Geest.
Elk kind moet ontworteld(dopen of ingewijd) worden en aan de rituelen van een bepaald geloof voldoen, wil het door zijn eigen moeder volledig geaksepteerd worden op aarde.
Zowel de basisschool als mijn kerkelijke rituelen, vond ik rovers van mijn tijd als kind op aarde, ik had wel iets nuttigers te doen vond ik als kind op aarde.
De strijd die ik met mijn moeder over van alles en nog wat voerde, met wie ik me met hart en ziel verbonden wist, maar mijn gevoelsverbinding met het leven op aarde door haar nauwelijks begrepen werd. Het Antroposofisch gedachtegoed kan deze gevoels kloof tussen mij en mijn moeder niet dichten, sterker nog mijn moeder was een sterk gelovige Katholieke vrouw en dulde geen tegenspraak van mij als snotneus, eigenlijk net als Steiner het nu in dit citaat stelt, tijdsverspilling noemt Steiner dat gegeven! Je kunt het gegeven ook gewoon omdraaien, het corrigerend gedrag van mijn moeder vanuit haar geloofsopvatting is tijdsverspiling.
Jezus zei al: Als Gij niet wordt als kinderen, zult Gij het hemelrijk van mijn Vader nooit betreden! Blijkbaar besefte hij op dat moment niet, dat elke mens zich in het hemelrijk op aarde bevindt, later heeft hij die uitspraak gecorrigeerd met de woorden: Het hemelrijk is reeds op aarde, alleen we zien het niet! Onze aandacht gaat niet uit naar elk kind op aarde, het moet door de filters van de citotoets, alvorens het deel mag nemen aan onze westerse samenleving!
De levensgeest op aarde heeft geen behoefte aan screning door de mens, het zal zich toch wel ontwaren, daar het geen tijd kent. De mensheid is nu bezig met duurzame energie, in plaats van duurzaam leven. Wat is het leven van een mens waard in dit geloof? Niet de mens heeft het eeuwige Leven, maar het Leven zelf is het eeuwige Leven. Het Leven op aarde heeft geen mens nodig, alleen hij is er wel toe uitgenodigd omdat eeuwige leven op aarde mee helpen te ontwaren!
En daar de mens is uitgeroepen tot toppunt van het leven op aarde, kan ik me niet indenken, dat hij als rentmeester van het aardse leven, bovenzinnelijke werelden schept, om zijn/haar daden op aarde te verantwoorden. Steiner schrijft vaak met een scherpe geest, maar trekt deze niet door niet door naar zijn direkte zijn op aarde, alsof de Levensgeest op aarde nog trager is als de menselijke geest.
Ik denk dat het andersom is, de mens is zo traag in zijn begrip van zijn bestaan in het leven op aarde, dat hij/zij alle zeilen in zijn/haar bestaan benut om dat gegeven buiten boord te houden.
Het is onze angst niet, wat we niet kunnen, maar wat we wel kunnen, maar niet durven!
Tot zover
Groetjes Walter.