De antroposofie zegt niets wat niet in feite diep in elke mensenziel is ingeschreven

Vaak als er over de moeilijkheid en onbegrijpelijkheid van de antroposofie wordt gesproken, dan komt dat niet doordat het begrijpen op zich zo moeilijk is, maar doordat de tegenwoordige gedachtenwereld zich bevreemd voelt door wat door de antroposofen naar voren gebracht wordt. En dan zeggen de luisteraars of lezers niet dat deze dingen ongewoon voor hen zijn, maar ze beweren eenvoudig: dit begrijpen we niet. Niet vooropleiding, maar onbevangenheid is wat er in dit opzicht vaak ontbreekt. Want de antroposofie zegt niets wat niet in feite diep in elke mensenziel is ingeschreven. En om dat naar voren te halen, is niet geleerdheid maar voor alles goede wil nodig.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 400-401)

Eerder geplaatst op 27 oktober 2011

Advertenties

Een gedachte over “De antroposofie zegt niets wat niet in feite diep in elke mensenziel is ingeschreven

  1. De vraag, die dit citaat van Steiner opwerpt, is volgens mijns inziens: Wat staat er werkelijk in de ziel van elk mens beschreven! Ik ben parallel aan iets van deze site, ook voortdurend bezig iets meer te begrijpen van het Thomas Evangelie en op welk logion kwam ik deze avond terrecht, op Logion 51. Het luidt als volgt: De nieuwe aarde is er al!
    Zijn leerlingen vroegen hem:
    Wanneer zullen de doden rust vinden
    en wanneer zal de nieuwe aarde komen?
    Hij zei hun:
    Wat je nog verwacht is al gekomen,
    maar je herkent het niet.
    In wezen handelt het citaat van Steiner en het Logion van het Thomas Evangelie over hetzelfde onderwerp. Ik laat nu Bram Moerland even aan het woord, want ik ben nog bezig de vorige Steinercitaten te verwerken.Het eerste logion van het Thomas evangelie begon zo:
    Iedereen die deze woorden verstaat,
    zal de dood niet smaken.
    In logion 18 en 19 werd op die belofte al een toelichting gegeven. Logion 18 zegt:
    Gelukkig hij die staat in het begin
    Hij zal het einde kennen
    en de dood niet smaken.
    Logion 19 maakt het overigens misschien nog wel raadselachtiger dan het al was:
    Gelukkig hij die was voor hij er was.
    Er is dus het begin, dat begin was er kennelijk al voor je bestond en als je daarin staat zul je de dood niet smaken.
    Logion 2 voegt daar nog aan toe dat je dan rust zult vinden.
    Mooie beloftes, zeker. Maar wat betekent het? De leerlingen vragen er opnieuw naar. Het is ze kennelijk nog steeds niet duidelijk.
    En ze voegen aan die vraag over de rust van de doden nog iets toe:
    Wanneer zal de nieuwe aarde komen?
    Dus nu gaat het niet meer alleen om de persoonlijke verlossing van de dood, maar ook om een nieuwe aarde. Dat is een grote stap verder.
    Voor je persoonlijke verlossing zou je op zoek moeten naar iets in jezelf dat er al bestond voor je geboren werd.
    Maar datzelfde geldt voor de gehele aarde! De nieuwe aarde die Jesaja voorspelde is er al. Jesaja zei (65:17):
    Zie, ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.
    Jesaja is geheel op de toekomst gericht. Die nieuwe hemel en aarde moeten er nog komen, in de toekomst. Ze zullen ooit door Jahweh geschapen worden. Niet door de mens dus, maar door Jahweh.
    Maar Jezus keert dat – opnieuw – radicaal om. Die zogenaamde nieuwe aarde is er al, is er altijd al geweest. Maar de leerlingen herkennen die niet. Ze begrijpen ook niet wat in het vorige logion werd gezegd, dat de unieke en heilige eigenheid van elke eenling én van het Al verduisterd kan raken achter het geloof in allerlei beelden die daarmee niet overeenkomen.
    Die nieuwe aarde, die dus helemaal niet nieuw is, kan alleen in het hier en nu herkend worden, door al die beelden los te laten.
    De Spaanse schrijver Jorge Semprún vertelde over een ware gebeurtenis die een goede illustratie vormt bij dit logion.
    Hij verbleef tijdens de tweede wereldoorlog in kamp Buchenwald als gevangene. Het was winter. De gevangenen liepen elke dag in een lange rij, begeleid door bewakers, naar de plek waar ze dwangarbeid moesten verrichten. Op een zo’n dag zag Semprün een boom die helemaal berijpt was. Het was winter. Hij werd getroffen door de pure schoonheid daarvan en stapte uit de rij om die boom nader te bekijken. Een Duitse bewaker liep hem na, en heel even, vertelde Semprún, stonden ze samen naar die boom te kijken, volkomen vergetend in welke situatie ze opgenomen waren als gevangene en bewaker. Dat was niet alleen een moment van pure schoonheid, maar ook van een verrassende nabijheid, vertelde Semprún. Tot de Duitse bewaker weer in zijn rol terugviel, en Semprún dwong terug te gaan naar de rij van de gevangenen.
    Heel even was de nieuwe aarde werkelijkheid, in het hier en nu. Die nieuwe aarde is er altijd.
    Ik vind het heel jammer dat Rudolf Steiner nooit kennis heeft kunnen nemen van het Thomas Evangelie, immers dan had hij een heel andere duiding gegeven aan de ziel van de mens en ook de Christus impuls anders gedefinieerd.
    Jezus hamert op de Heilige Geest hier op aarde, terwijl Rudolf hamert op de bovenzinnelijke Geest.
    Al tijdens mijn jeugd vroegen ze vaak waar kom je vandaan? Ik antwoordde dan: Van een plek waar ik niet naar terug kan! Hoezo niet? vroeg men dan, Omdat ik te groot ben geworden! Als toevoeging gebruikte ik dan vaak: Kun jij terug naar de plek waar je vandaan komt? Meestal begreep men dat dan wel en vroegen dan waar ben je geboren? Op een plek waar je met je moeder aan het handje liep, in het buitenland, zei ik dan waar je met je moeder in Nederland aan het handje liep. In wezen probeerde ik het wederzijds kontakt niet door vooroordelen te laten verbreken, maar juist bij de bron te laten beginnen, in dit geval de baarmoeder en ergens al of niet te eindigen
    Echter Jezus pakt het anders aan.
    Een beweging en een rust Logion 50
    Jezus zei:
    Als ze je vragen: Waar kom je vandaan?,
    zeg dan: Wij zijn gekomen uit het licht,
    van waar het licht uit zichzelf ontstond.
    Het is opgestaan en openbaarde zich in hun beeld.
    Als ze zeggen: Wie ben je?,
    zeg dan: Wij zijn zijn kinderen
    en de uitverkorenen van de levende vader.
    Als ze vragen:
    Wat is het teken van de vader die in jou is?,
    zeg dan: Het is een beweging en een rust.
    Bram Moerland, het woord over dit logion gevend, immers het mijne verzandt vaak in details.
    In de oudtestamentische traditie schiep God op één enkel tijdstip, namelijk ‘in den beginne’, de gehele kosmos. Die kosmos bestaat sedertdien geheel op zichzelf.
    Maar er is in de klassieke oudheid, met name in Egypte, ook een andere scheppingsmythe. In dat andere scheppingsverhaal wordt de wereld op elk moment nieuw geschapen. Zoals het licht elke dag weer opnieuw uit de zon straalt, zo vloeit in een nooit eindigend scheppingsproces de werkelijkheid voort uit de Bron van zijn. Men noemt dat permanente wordingsproces van de werkelijkheid: een emanatie.
    Veel teksten uit het Thomas evangelie, en vooral dit logion, kan men alleen goed begrijpen tegen de achtergrond van dit Egyptische scheppingsverhaal.
    In het oudtestamentische scheppingsverhaal boetseert God eerst de mens uit klei en daarna blaast hij zijn adem in dat beeld van klei. Dat beeld past in het Griekse dualisme van lichaam en ziel dat zoveel invloed heeft gehad op het kerkelijk christendom. Het lichaam is de geboetseerde materie, de adem Gods is geest.
    Zo vertelt ook een Griekse mythe hoe de god Prometheus uit klei een mens vormde naar het evenbeeld van de goden. De godin Pallas-Athene, de hemelse vriendin van Prometheus, die zijn werk met bewondering gadesloeg, blies de klomp aarde haar adem in en ook zij schonk daarmee de mens de geest.
    Lichaam en geest behoren zowel in het Oudtestamentische scheppingsverhaal als in de mythe van Prometheus tot twee verschillende en geheel gescheiden zijnsgebieden: materie en geest.

    Maar in de Egyptische scheppingsverhaal komt alles voort uit die ene Bron. Alles is een vorm van de Bron, ook het menselijk lichaam. Lichaam en ziel zijn samen, in hun eenheid, een gelaat van de Bron.
    In het oude Egypte was het emanatieproces de kern van de religiositeit. Vandaar dat men toen in alles de goddelijkheid kon zien. Ook een krokodil komt voort uit de Bron, met alles erop en eraan, dus is een krokodil heilig. En evenzo een kat, een koe, een boom of wat dan ook. Want in elk van deze manifestaties brengt de Bron een aspect van zichzelf tot expressie. Ook de mens is een manifestatie van de Bron en daarom in zijn heelheid heilig, inclusief het lichaam.
    De hele natuur, de hele kosmos is heilig. Alles daarin, elk schepsel is met diens unieke eigenheid een gelaat van de Bron. Let wel, want dat is ook wezenlijk voor de gnostiek, hier staat dus het de unieke eigenheid is van elk schepsel waarmee die een gelaat, of deel is van de Bron. Dat deelgenootschap gaat verloren wanneer die unieke eigenheid wordt ontkend of vervangen door een beeld dat niet met die unieke eigenheid samenvalt. Door de unieke eigenheid te vervangen door een beeld, wordt een schepsel ontheiligd, vervreemd, afgescheiden van de Bron.

    Ook de schepping als geheel kan worden ontheiligd. Maar die ontheiliging kan ook weer worden hersteld. De kosmos kan weer worden genezen. De gnosticus ziet de rol van Jezus ook als de genezer van de kosmos met alles daarin. Jezus reinigt het Al en brengt het terug tot de Vader en Moeder, zoals uitgedrukt in de Hymne aan Jezus uit het Evangelie van de Waarheid:
    Zo gaat het Woord van de Vader uit in het Al.
    als de vrucht van zijn hart en de uitdrukking van zijn wil.
    Het draagt het Al, het verkiest het
    en ook ontvangt het de trekken van het Al.
    Het reinigt het en brengt het terug tot de Vader
    en tot de Moeder:
    Jezus, van oneindige zoetheid!

    Wie weer deel wil worden van deze opnieuw geheiligde kosmos moet ook zichzelf reinigen, ‘heiligen’. Of juister nog: wie zichzelf heiligt, heiligt daarmee ook de hele kosmos. En bedenk dat het woord ‘heilig’ verwant is aan het woord ‘heel’. Dus ‘zichzelf heiligen’ betekent: zichzelf heel maken, één maken, en dus ook: lichaam en ziel met elkaar verenigen, en met die heelheid weer scheppend deelgenoot worden van de Bron.
    Met andere woorden: Dit kan op aarde alleen plaats vinden onder bemiddeling van een open hart en volgens mij niet vanuit een bovenzinnelijke geest??
    Tot zover.
    Groetjes Walter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s