Grenzen van de menselijke kennis (2 – slot) – Hoogmoed, onzin en verzinsels

Een antroposoof zal beslist nooit beweren dat men met de vermogens die veel van zijn tegenstanders bedoelen, in hogere werelden zou kunnen doordringen; maar hij weet dat het voor de mens mogelijk is zulke vaardigheden in zich te wekken, die naar deze werelden leiden. Tijdgenoten houden het vaak voor hoogmoed en zelfoverschatting als iemand spreekt van vaardigheden om in bovenzinnelijke werelden door te dringen. Maar is het hoogmoed als men spreekt over wat onder bepaalde voorwaarden waargenomen kan worden; of kan men het niet veeleer hoogmoed noemen als iemand het voor een uitgemaakte zaak houdt, dat alles waarvan hij niets weet of niets weten wil, onzin en verzinsels moeten zijn? De antroposofie kan enkel en alleen op het standpunt staan, dat men niet zou moeten beslissen over iets waarvan men niets weet.

Bron: Rudolf Steiner – GA 034 –  GRUNDLEGENDE AUFSÄTZE ZUR ANTHROPOSOPHIE UND BERICHTE aus den Zeitschriften «Luzifer» und «Lucifer – Gnosis»  (bladzijde 295-296)

Eerder geplaatst op 26 oktober 2011

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s