Steiner als opvoeder en huisonderwijzer (2 van 3)

Door deze pedagogische taak werd er voor mij een rijke bron van kennis aangeboord. Door wat ik in de praktijk te brengen had, opende zich voor mij een blik in de samenhang tussen het geestelijk-psychische en het lichamelijke deel van de mens. Ik merkte hoe opvoeding en onderwijs een kunst moeten worden, waarvan het fundament een werkelijke kennis omtrent de mens is. Ik moest op een zorgvuldige wijze economisch te werk gaan. Voor een half uur les moest ik dikwijls twee uur voorbereiden, opdat ik de stof zo kon brengen dat in de minste tijd en met de minste geestelijke en lichamelijke inspanning de grootst mogelijke prestatie van de jongen bereikt kon worden. De opeenvolging van de vakken moest zorgvuldig worden overwogen, de hele dagindeling moest doelmatig worden samengesteld. Ik smaakte de voldoening dat de jongen na verloop van twee jaar het lagere-school onderwijs had ingehaald en voor het toelatingsexamen van het gymnasium slaagde. Zijn gezondheidstoestand was ook in sterke mate verbeterd. De bestaande hydrocefalie (waterhoofd r.v.d.) was belangrijk verminderd.

Ik kon de ouders voorstellen om de jongen naar een gewone school te sturen. Het leek mij noodzakelijk dat hij zich temidden van andere jongens ontwikkelde. Vele jaren bleef ik als opvoeder met de familie verbonden en ik wijdde mij speciaal aan deze jongen, die de school uitsluitend kon doorlopen als zijn bezigheden thuis in dezelfde geest geschiedden waarin ik ermee was begonnen. Zoals ik reeds eerder vermeldde, leidden de bijlessen Grieks en Latijn, die ik deze jongen en nog een andere jongen in de familie moest geven, er toe om mijn eigen kennis daarvan verder te ontwikkelen. (Let wel: Steiner had zelf op de Realschule helemaal geen Latijn en Grieks gehad, hij had dit dus op eigen houtje geleerd. r.v.d.)

Ik moet het lot dankbaar zijn voor dit stuk van mijn leven. Want hierdoor verwierf ik mij op een levensechte wijze kennis omtrent het mensenwezen, zoals het volgens mij langs een andere weg niet mogelijk zou zijn geweest. Ook had de familie mij bijzonder liefdevol in haar midden opgenomen en we vormden samen een fijne leefgemeenschap. De vader had een agentschap in Indische en Amerikaanse katoen en gunde mij een blik in het zakenleven, wat voor mij ook zeer leerzaam was. Ik maakte kennis met een buitengewoon interessant importbedrijf met zijn verschillende commerciële en industriële aspecten en met de omgang tussen de zakenvrienden.

Wordt morgen vervolgd.

Bron: Rudolf Steiner – GA 28 – MEIN LEBENSGANG (bladzijde 105-107)

Overgenomen uit MIJN LEVENSWEG (bladzijde 70-71) – Vertaling W.A.C. Labberté

Eerder geplaatst op 5 maart 2011

Advertenties

3 gedachtes over “Steiner als opvoeder en huisonderwijzer (2 van 3)

  1. Désirée Groot

    U geeft aan dat u 4 boeken over heeft. Het is al een oude advertentie . Mijn vraag is heeft u de boeken nog? Met vriendelijke groet
    Désirée

    1. Sorry, Désirée, die boeken waren heel snel weg. Kort geleden heb ik hier nog een ander boekje, Weekspreuken, aangeboden; daar was ook binnen een half uur een liefhebber voor.
      Dat berichtje heb ik overigens al verwijderd, dat kan ik ook maar beter doen met dat bericht van die vier boeken.

      Met vriendelijke groet,
      Ridzerd

  2. Twee jaar voordat mijn kinderen op aarde geboren werden, kreeg ik een baan aangeboden als vormingswerker op een Levensschool. Ik(39) had net de dagopleiding Sociale Academie afgerond als opbouwwerker. Ik had voor de sociale academie gekozen omdat daarvoor ruim twintig jaar in het bedrijfsleven had gewerkt, ik hoopte daar iets meer te weten te komen over A-sociale gedrag in het bedrijfsleven, het was eind jaren zeventig! Ik had nog nooit zo’n a-sociale bende meegemaakt als hetgeeen binnen de sociale academie destijds plaatsvond.
    Als stagaire liep ik stage in Nijmegen, waar het Pierson drama zich voor onze ogen afspeelde, ons opbouwwerk kantoor was namelijk gevestigd boven de de Molenpoortpassage, ik had geen wortels in Nijmegen en had toen amper benul waarover het ging.
    Dit Steiner en het vorige Steinercitaat doet mij denken aan het herintreden in het onderwijs na het eerst op mijn veertiende verlaten te hebben en tot mijn achttiende nog avondstudies aan een lyceum gevolgd te hebben. Deze twee citaten stuiten me tegen mijn borst, mijn hart in de contekst waarin Steiner zijn opvoedkundige en pedagogogische kwaliteiten aan ontleed en zocht naar een logisch weerwoord. Aangezien Steiner zegt uit dit voorval veel geleerd te hebben en ik deze citaten niet kan rijmen met mijn opvoedende taak als vader van vijf kinderen en mijn taak als leraar op ’n ROC. Steiner mist iets in zijn drive, dacht ik, maar ik weet niet wat?
    Ik ben daarom gaan zoeken naar het slotwoord van dit drieledigcitaat en vond daarin de oplossing, namelijk: Steiner had in zijn jeugd geen spelende verbinding met de natuur om zich heen. Hij beweert dat hij dat kon compenseren. Echter niets is minder waar.
    Gibran Kahlil zegt er dit over:
    Je kinderen zijn je kinderen niet.
    Zij zijn de zonen en dochters van ’s levens hunkering naar zichzelf.
    Zij komen door je, maar zijn niet van je,
    en hoewel ze bij je zijn, behoren ze je niet toe.
    Je mag hen je liefde geven, maar niet je gedachten,
    want zij hebben hun eigen gedachten.
    Je mag hun lichamen huisvesten, maar niet hun zielen,
    want hun zielen toeven in het huis van morgen,
    dat je niet bezoeken kunt, zelfs niet in je dromen.
    Je mag proberen gelijk hun te worden, maar tracht niet hen aan jou gelijk te maken.
    Want het leven gaat niet terug,
    noch blijft het dralen bij gisteren.
    Jullie zijn de bogen, waarmee je kinderen als levende pijlen worden weggeschoten.
    De boogschutter ziet het doel op de weg van het oneindige,
    en hij buigt je met zijn kracht opdat zijn pijlen snel en ver zullen gaan.
    Laat het gebogen worden door de hand van de boogschutter
    een vreugde voor je zijn:
    want zoals hij de vliegende pijl liefheeft,
    zo mint hij ook de boog die standvastig is.”
    De tweede regel zou eigenlijk richting aan ons menslijk bestaan behoren te geven, niet onze zonen of dochters van ’s levenshunkering naar zichzelf, maar wijzelf. Pas dan kunnen we samen met onze kinderen optrekken naar een voor de mensheid bewuste poort toegangspoort creëren voor het ontvangen van de Levensgeest op aarde. Die op aarde er al was voordat de mensheid er was.
    En wie zijn wij als Nederlanders, Europeanen in het licht van de Levensgeest op aarde? We doen alles om onze eigen mobiliteit te bevorderen en onze kinderen krijgen een speelveldje in onze woonwijk toegewezen wat ze samen met honden moeten delen! Ik heb bewust mijn kindertijd meegemaakt en voor mijn zesde wist ik al dat nonnen of fraters niet rechtvaardig waren, ofschoon ze wel rechtvaardigheid predikten. Onze minister president van Nederland trok vandaag het boetekleed aan, omtrent het deal met de onderwereld.
    Ik heb mijn hele leven lang met kinderen van allerlei rangen en standen opgetrokken en dat kon ik omdat ik trouw bleef aan mijn eigen woord. Opgedaan in de natuur zonder woorden: Mijn oppenenten in de natuur vond ik in boswachters, politie en moeders van mijn vriendjes en vriendinnetjes. De culturele opponenten waren destijds mijn meesters of fraters op school en de pastoor in de kerk en mijjn moeder.
    Met andere woorden: Al het cultureel bepalende! Mijn moeder liet me los op mijn viertiende levensjaar en heeft nog vele jaren genoten van mijn ondernemingen op allerlei gebied! Ze zei desondanks altijd tegen mij: Als jij het huis uit bent heb ik rust, ik nam op mijn zevenentwintigste afscheid van haar en binnen een paar maanden nam ze afscheid van de aarde!
    Als kind van mijn moeder die me baarde heb ik veel vragen aan de cultuur op aarde, Steiner was blijkbaar al in de wolken voordat hij kind kon worden. Ik vind vanuit deze positie zijn citaten reëel, vanuit mijn positie op aarde zijn ze irriëel. Immers ik vertrouw de aarde onder mijn voeten en heb mijn voeten nooit door een ander laten wassen. Van de lotushouding voor de mens heb ik niets van begrepen, men slaat de individuele mobiliteit van de mensheid over om tot een eenheid van geest te komen. Echter de levensgeest bevat alles wat op, onder en boven de aarde leeft. Daarvoor is geen opvoeding of onderwijs voor nodig, enkel en alleen ervaring.
    Tot zover
    Groetjes Walter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s