Opvoeding in de tweede levensperiode (ongeveer 7 tot 14 jaar)

Als we in de eerste zeven levensjaren van het kind omstandigheden scheppen waarbij het in een omgeving leeft, die op zijn fysieke lichaam gezond werkt, dan doen we onder alle omstandigheden iets goeds voor het kind. Als we in de tweede periode (ongeveer 7 tot 14 jaar) ons zo gedragen dat wij goede, in de edelste zin zo te noemen autoriteiten in de omgeving van het kind zijn, zodat het niet een wijsprater wordt in deze levensjaren, maar dat het kind een wezen wordt, dat op de mensen in zijn omgeving als autoriteiten vertrouwt, voor wie het kind respect heeft, voor wie het genegenheid (Duits: Hingabe) heeft, dan doen we in alle gevallen iets goeds voor hem. We doen iets goeds, als we de kinderen zo opvoeden dat ze niet op hun negende, tiende jaar zelf alles al weten willen, maar die als men hen vraagt: ‘Waarom is dit of dat juist of goed?’, dan zeggen ‘Omdat mijn vader, omdat mijn moeder het gezegd heeft, dat het goed is, of omdat de leraar het gezegd heeft.’

Als we de kinderen zo grootbrengen dat in hun omgeving de volwassenen als vanzelfsprekende autoriteiten gelden, dan doen we de kinderen in alle gevallen iets goeds. En als we in strijd handelen met deze zevenjarige periode, als we een zodanige situatie teweegbrengen, dat in deze tijd de kinderen al beginnen kritiek te leveren op degenen, die vanzelfsprekende autoriteiten zijn, als we dat niet vermijden dat deze kritiek zich voordoet, dan doen we in alle gevallen iets heel verkeerds voor het opgroeiende kind.

Bron: Rudolf Steiner – GA 150 – Die Welt des Geistes und ihr Hereinragen in das physische Dasein – Augsburg, 14 maart 1913 (bladzijde 19-20)

Advertenties

2 gedachtes over “Opvoeding in de tweede levensperiode (ongeveer 7 tot 14 jaar)

  1. walterhebing

    Wat een onzin kraamt Steiner in dit citaat uit, als vierjarige ervoer ik al dat de non die de mond van een mijn vriendjes dichtplakte, omdat hij teveel sprak, als een belediging van mijn geestelijk menszijn. Als tienjarige ervoer ik de belediging van mijn fysiek menselijk zijn, ik sloofde me uit om toch over te kunnen gaan naar de vijfde klas en een ander kind dat geen enkele voldoende scoorde en er ook weinig voor deed, ging gewoon met me mee, naar de vijfde klas.
    Op welke autoriteit kan een kind dan nog vertrouwen?
    Van mijn ouders moest ik naar school, ik geef toe, ik heb er veel geleerd, voornamelijk: Om autoriteiten niet te zien als waarheid! Maar als een product van hun autoriteit te zien en ze als dusdanig te plaatsen in mijn leven! En dan kom je uit op de Authenticiteit van het woord! En daar de mens nog steeds een gespleten woord voert, sinds Adam en Eva op aarde geleefd hebben, kan ik me niet indenken dat ik op aarde leef, waarvan de lucht op aarde, door menselijk toedoen, niet net zoveel vervuild is geraakt als zijn geestelijk wereld!
    In die zin geef ik Steiner gelijk, er is geen Geesteljke Wereld op aarde, maar er zijn Geestelijke Werelden op aarde. Echter ik heb het tegendeel ervaren, er is maar een Geest op aarde en dat is de Levensgeest! En de mens is, of vormt er de norm van!
    De pure mens is Androgyn, noch vrouweijk of mannelijk, maar onzijdig zoals ’n kind jonger dan zes dagen, dat aard is! Fysieke kenmerken bepalen niet de menselijke geest en al helemaal niet de Levensgeest der aarde.
    Met andere woorden: “n kind van jonger dan zes dagen, waar ook ter wereld geboren, zouden we als autoriteit van ons menselijk leven op aarde dienen te beschouwen, in plaats van onze ouders en allen waaraan ze dienstbaar aan moeten of behoren te zijn.
    De dag biedt immers meer dan de mensheid vermag! En dat zei Jezus al, meer dan duizend jaar geleden, mens heb geen zorgen over de dag van morgen, want de dag van morgen heeft aan zijn eigen zorgen al genoeg. Jezus plaatst met deze uitspraak de individuele mens onder het dagelijks levensbewind op aarde. Met andere woorden: Geen enkele menselijke autoriteit kan het bewind over het menselijk leven, op aarde van een kind jonger dan zes dagen overnemen! Immers het is voor even de versmelting(onzijdig) van het vrouwelijke en mannelijk (menslijk) zijn op aarde!
    Wandelend als kind op aarde, alvorens er auto’s en grootgrond beziiters in mijn geboortedorp waren, vond ik mijn fysieke leven nog puur Maar nu ik dit citaat van Steiner lees, twijfel ik aan mijn puurheid. Alles is meer dan mijn aanwezigheid op aarde! Daar ik niet aan mezelf twijfel kan ik ook zeggen, alles waar ik me op aarde met hart en ziel aan verbonden heb, zal zich op aarde openbaren.
    Tot zover
    Groetjes Walter

  2. Je moet uit het woord autoriteit niet de conclusie trekken, Walter, dat Steiner zou bedoelen een streng en bazig optreden. Een kind de mond dichtplakken zou voor Steiner absoluut uit den boze zijn. Als een onderwijzer(es) op een Vrije School dit in zijn of haar hoofd zou halen, zou hij of zij denk ik op staande voet worden ontslagen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s