Individualiteit en soort

Het is onmogelijk een mens geheel en al te begrijpen, wanneer men zijn beoordeling op het soortbegrip baseert. Het hardnekkigst houdt men aan het beoordelen naar de soort vast, wanneer het om het geslacht van de mens gaat. De man ziet in de vrouw, de vrouw in de man meestal teveel het algemene karakter van het andere geslacht en te weinig het individuele. In de praktijk van het leven is dit minder in het nadeel van mannen dan van de vrouwen. Daarom is meestal de sociale positie van de vouw zo minderwaardig, omdat in velerlei opzicht, waarin dit niet zo zou moeten zijn, deze positie niet afhankelijk is gesteld van de individuele eigenschappen van de vrouw als op zichzelf staande persoonlijkheid, doch van de algemene voorstelling die men zich van de natuurlijke taak en behoeften van de vrouw maakt. De bezigheid van de man richt zich in het leven naar zijn individuele bekwaamheden en ambities; de bezigheid van de vrouw moet uitsluitend afhankelijk worden gesteld van het feit dat zij nu eenmaal vrouw is. De vrouw moet de slavin zijn van de soortgebondenheid, het algemeen-vrouwelijke.

Zolang door mannen nog wordt geredetwist over de vraag of de vrouw ‘door haar natuurlijke aanleg’ wel voor het een of andere beroep deugt, kan het zogenaamde vrouwenvraagstuk niet boven het meest elementaire stadium uitkomen. Wat de vrouw in verband met haar eigen vrouwelijke natuur kan willen, moet men aan de vrouw zélf ter beoordeling overlaten. Wanneer het waar is dat vrouwen slechts deugen voor het beroep dat haar thans is toebedeeld, zullen zij het ook moeilijk verder brengen. Zij moeten echter zelf kunnen beslissen, wat met haar natuur in overeenstemming is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 4 – Die Philosophie der Freiheit – 1894 (bladzijde 238-239)

Eerder gedeeltelijk geplaatst op 8 september 2012

Advertenties

40 gedachtes over “Individualiteit en soort

  1. En dat in de tijd dat bijv. De katholieke kerk alleen maar een mannelijke hierarchie voorstond (nu nog) en de vrijmetselaars gescheiden afdelingen hadden voor mannen en vrouwen. Steiner praktizeerde ook wat hij zei, bij. In de Vorstand van toen zaten er zowel mannen als vrouwen.

    1. Ja maar dan is het goed om daar een vraag bij te stellen namelijk waarom er alleen mannelijke priesters rondlopen in de Katholieke kerk. Dat had destijds te maken (middeleeuwen) met de fysieke gesteldheid van het vrouwelijke lichaam, en het laten opstijgen van de wierook, tijdens de Mis. Dat werkte niet, en kon om die reden alleen door een man voltrokken worden. Nu zijn we een paar honderd jaar verder, en is het fysieke lichaam van de vrouw zodanig veranderd dat deze belemmering niet meer bestaat, en ook vrouwen het beroep van Priester kunnen uitoefenen.

      Dus wat de KK deed was terecht, ik denk alleen dat de kennis van toen over de verschillen tussen mannelijk en en vrouwelijk lichaam bij de KK verloren is gegaan, en ze daarom tot op de dag van vandaag volharden dat alleen mannen het beroep kunnen uitoefenen.

  2. Ik zag indertijd Adriaan van Dis altijd en nu ik dit zie met Charlotte Mutsaers, komt dit weer terug in de herinnering. Erg grappig, dat omgekeerd praten van haar.

      1. Ja, klopt, John, toevallig dat je dat zegt, want uitgerekend de laatste dagen denk ik er steeds vaker over om maar geen literatuur meer te lezen, want het begint me hoe langer hoe meer te vervelen. Ik leen de laatste tijd altijd e-boeken van de bibliotheek, maar steeds vaker lees ik de boeken niet uit. Ik heb nu Blauwe maandagen van Arnon Grunberg. Dat boek had ik al eerder gelezen, maar nu ik het voor de tweede keer lees, ben ik ongeveer halverwege gestopt. Nu heb ik Dagboek 1970 van Jan Wolkers. Daar heb ik een bladzijde of tien in gelezen, niet onaardig, maar zijn gore praatjes moet ik niet, dus daar stop ik ook mee.
        Wie ik nog altijd wel graag lees in Herman Brusselmans. Die is weliswaar soms ook grof in de mond, maar hij is waanzinnig humoristisch. En op het eerste gezicht lijken zijn boeken maar wat oppervlakkig geklets, maar hij schrijft soms toch heel rake dingen.

        Neem bijv. deze citaten:

        https://ridzerdvandijk.wordpress.com/2011/03/01/herman-brusselmans-citaat/

        https://ridzerdvandijk.wordpress.com/2011/05/16/herman-brusselmans-rot-toch-op-en-ga-je-haar-wassen-makker/

      2. Ik zou eens een boek van hem kunnen lezen. Hij komt eerlijk op me over. Wel wat tragisch, worstelend met het leven. Maar hoeveel mensen doen dat feitelijk niet? Allemaal toch eigenlijk. Daarbij is er natuurlijk wel een verschil tussen worstelen en piekeren enzovoort. A struggle with live to get in more harmony with your environment and your inner self. Ik zou ook wel eens een boek van Désanne van Brederode willen lezen, die zich op latere leeftijd heeft ontpopt als antroposoof (als mens onder mensen). Zie het artikel Ik wilde Steiner al
        jong doorgronden
        . Zie ook het TV interview Gesprek met Désanne van Brederode.

      3. Desanne die zich op latere leeftijd ontpopt als Antroposoof….

        Eeeuuhhhh… ze is oud leerling van de Haarlemse Vrije School, en verbonden met de Christengemeenschap.

    1. En ze is lid van de Antropsofische Vereniging in Nederland en de Algemeine Anthroposophische Gemeinschaft, Haike. Ik trof haar een paar jaar geleden opgetogen aan bij een AViN jaarvergadering met een omhooggestoken lidmaatschapskaart.

      1. Das die ontpopte Antroposoof… maar ik denk (weet het niet) dat ze nooit van het gedachtengoed, zienswijze, is weggegaan, ze heeft de mazzel gehad om les te krijgen van figuren als Hugo Pronk. Ik had er een moord voor gedaan als ik daar les van gehad kunnen krijgen. Gelukkig heb ik hem heel veel privé mee kunnen maken.

      2. Ik zat op een ‘gewone’ (openbare) basisschool, wat ook gold voor het voortgezet onderwijs. Met vrijeschool onderwijs had ik in mijn jonge jaren niets van doen en ik had ook geen antroposofische bedding. Kom uit een ‘gewoon’ arbeidersgezin. Recht voor zijn raap. Toch ontwikkelde ik me in jonge volwassenheid in zeer rap tempo tot antroposoof, ontpoppen zou je kunnen zeggen, want binnen (paradox) was ik eigenlijk al een ‘geboren en getogen antroposoof’; ook in mijn eerste 21 levensjaren. Zoiets besef je pas achteraf. Daarover schreef ik iets in mijn blogartikel Chemische Bruiloft (Cahier, 25 september 2012).

        De natuurlijke (culturele) omgeving en culturele bedding van Van Brederode in haar jonge jaren was wellicht spiritueler in vergelijking met die van mij, in ieder geval intellectueler.

      3. Dat geldt wel voor meer mensen John, en daar is niks mee. Is ook niet minder of beter, of wat dan ook. Alleen denk ik niet dat van Brederode zich “ontpopt” heeft als Antroposoof, maar altijd in die bedding heeft gezeten. Verder is het niet zo belangrijk.

      4. Een mens heeft ook iets met zijn achtergrond te stellen, dat valt bij het opgroeien en verder ouder worden te doorwerken en mogelijk zelfs om te vormen. is vaak onderdeel van een emancipatieproces en naar mijn idee ontvouwt en ontpopt zich daarbij één en ander van binnenuit; ook bij Van Bredero. Dat ze later is lid is geworden van de vereniging doet hierbij mijns minder ter zake. Het illustreert de zaak slechts.

        Als ik ergens in mijn eerste 21 levensjaren iets te maken had gekregen met antroposofie en antroposofische inhouden had ik daar zeker aanhoudende belangstelling voor ontwikkeld, denk ik. Maar dat was niet het geval, daar was ik de eerste driemaal zeven jaar van mijn leven van verstoken. En in indirecte zin heeft mij dat ook gevormd. Niet misvormd. Het gaat mij hier niet om hoger of lager, maar om anders en vergelijkingsmateriaal en om procesbeschrijving.

        Niet alle vrijeschoolleerlingen worden later antroposofen en dat hoeft natuurlijk ook niet. Het is een methodenschool, niet een school voor antroposofen in spé. Het gaat erom wat van binnenuit naar omhoog woelt en wat daarvoor in de omgeving wel of niet bevordelijk werkt.

        Van Brederode wou zich als puber/adolescent reeds min of meer bewust met antroposofie verstaan in samenspraak met andere mensen, zegt ze zelf. Dat draaide op een confrontatie uit als ik het goed begrijp. Hierover het volgende tekstdeel uit dat genoemde interview:

        Van Brederode:
        “De puberteit herinner ik mij als een periode van eindeloze driftbuien en schreeuwen om gezien te worden. Ik stond voortdurend in een survival-modus. Zeker ook omdat ik erg gepest werd door klasgenoten. Later begreep ik van enkele docenten dat ze best met me te doen hadden. Ook omdat het bij mij thuis allesbehalve stabiel was. Maar dat durfde ik toen nog niet onder ogen te zien. Mijn moeder had veel fobieën en nam mij veel te veel in vertrouwen over volwassen zaken. Het gevolg was dat ik op school een onuitstaanbare, vrij hoogmoedige leerling was.” Het frustrerende hieraan is dat ze opnieuw veel antroposofische thema’s doorziet, maar hierover geen uitleg krijgt. “Ik begreep Steiner op mijn manier, maar verbaasde me over de geheimzinnigheid die eromheen hing. Daar stoorde ik me aan. Wanneer een docent mij af en toe apart had genomen om het een en ander uit te leggen, was ik niet zo lastig te hanteren geweest, denk ik. Ik wilde gewoon de antroposofie al jong doorgronden. Met name docenten, die op latere leeftijd de antroposofie hadden ontdekt als de grote waarheid, waren vreselijk. Zij waren dogmatischer dan Steiner ooit gewild zou hebben en verpestten het voor de rest. Ik riep dan hardop: ‘Steiner zou zich omdraaien in zijn graf als hij jullie zo bezig zou zien’. Dat hielp niet.” Na een ingewikkeld conflict, waarbij het docentenkorps veel macht inzet om Désanne van school te krijgen, vertrekt zij in de elfde klas naar het reguliere atheneum. “Dat was afschuwelijk. Wat had ik graag dat eindwerkstuk gemaakt en de eindpresentaties gezien van mijn klasgenoten. De leerlingen konden mijn bloed wel drinken, toch voelde ik me met hen verbonden. Na dat drama wilde ik jarenlang niets met de antroposofie te maken hebben. Ik ging filosofie studeren in Amsterdam en kwam eindelijk in een wereld terecht waar vragenstellen het uitgangspunt was. Heerlijk vond ik dat.”

        Zelf ben ik blij dat ik de eerste 21-levensjaren niet in aanraking kwam met antroposofie en in een no nonsense omgeving opgroeide. Zo heb ik dat dus bovenbewust gearrangeerd. Wat in mij stak woelde desondanks wel naar boven en pakte ik daarna op een no nonsense manier op. Niet als een uitverkoren antroposoof of zoiets, dat is een vorm van sectarisme en eigendunk waaraan ook ik (nog altijd) een broertje dood heb.

      5. En mag duidelijk zijn dat wat voor de één als voorval of wending in zijn levensloop goed kan zijn, dat voor de ander wellicht juist niet is. Alle mensen zijn gelukkig anders en dat heeft onder ander ook met karma en daaraan verbonden levensperspectief te maken.

      6. Dat weet ik allemaal wel John, ik lees ook wel eens wat, maar ik begrijp en leg het wat anders uit dan jij omdat ik er een patroon in herken wat destijds deels ook op mezelf van toepassing was.

        Namelijk dat van de leerling/adolescent die rondloopt in die school daar moord en brand schreeuwt over hoe er les gegeven wordt, dat ze beter weten dan de leraar/docent hoe Steiner het bedoelt heeft, enz. En dat ze nooit meer een voet gaan zetten in die school na de laatste dag in de twaalfde klas.. Maar vier vijf jaar later lopen die zelfde figuren er dan rond als leraar… of zijn op een andere manier met Antroposofie verbonden.

        Tot die groep behoorde ik ook. Dat patroon kwam ik tegen in Zwitserland, Duitsland, en het zal wel op meer plaatsen zo zijn. Het mooiste verhaal hierover gaat over de jongste zoon van goede vrienden, z’n hele leven op de vrije school gezeten, en daar heibel getrapt en dwars gelegen van hier tot Tokio. Waarna hij pedagogie ging studeren en stage gaat lopen… op z’n oude school. Z’n oud-leraren vinden hem een geweldige aanwinst, dus vragen hem ook of hij wil komen vervangen. Op een dag loopt hij een confrontatie op met een klas die hem uitmaakt voor rotte vis. Weliswaar weet hij zijn gezag te laten gelden, en loopt het voor beide partijen goed af, maar hij realiseert zich ook door de confrontatie wat voor een leerling hij zelf was.

        Het hele akkefietje is ondertussen al bekend bij de oud-leraren en nu collega’s. Bij binnenkomst in de lerarenkamer zegt hij dan: “Jongens, sorry” En iedereen snapt onmiddellijk dat hij doelt, op de tijd waarin hij hun het als leerling, het leven zuur heeft gemaakt. Ze kijken hem grijnzend aan, en laten dan de Humor zijn werk doen: Nee Kees (is niet zijn echte naam) hier moet alsnog voor betaald worden…

        Dus bij mensen die later met Steiner in contact komen zal zich iets ontpoppen, bij andere ook al hebben ze moord en brand geschreeuwd, (waaronder ondergetekende, zelfs een bijdrage geleverd aan het wegwerken van een docent) zit het al zo diep in gegutst dat ze toch verder gaan in de Antroposofie. En voor zover ik dat goed vanaf de zijlijn heb kunnen volgen is dat van toepassing op van Brederode en is van ontpoppen in mijn visie geen sprake. Maar de enige die echt weet hoe het zit is zij zelf natuurlijk. 😊

  3. Ja, Herman Brusselmans slikt volgens eigen zeggen dagelijks pillen tegen angsten. Ze werken blijkbaar goed, want hij verschijnt geregeld op tv en dan voelt hij zich volkomen op zijn gemak en maakt de ene grap na de andere.
    Ik heb dat artikel van Désanne van Brederode gelezen. Interessant. Ik heb ook wel eens een boek van haar geleend, maar ik ben de titel vergeten en ik heb het ook niet uitgelezen. Dat TV interview met haar zal ongetwijfeld ook zeer interessant zijn, maar het duurt een uur, dat is mij veel te lang.

    1. Schrijver Zwagerman worstelde ook met het leven en sloeg tenslotte zelfs de hand aan zichzelf, zoals zoveel anoniemen wiers laatste daad de publiciteit meestal niet haalt. Er wordt wat af geleden. Publiekelijk en/of in het min of meer verborgene.

      Misschien is Brief aan een gelukzoeker (2007) van Van Brederode voor mij wel een aardig boek (essay) van haar om mee te beginnen; prikkelend. In ieder geval ga ik de komende weken een boek van Sandra Brown lezen, De confrontatie, een detective, een genre waarop mijn vriendin dol is. Vroeger als puber en adolescent las ik veel detectives en science-fiction verhalen. Heb trouwens wel eens gelezen dat Krishnamirtu ook van detectives hield, die graag las in zijn ‘vrije tijd’.

      Hoe Van Brederode tegen de huidige instroom van de asielzoekers en daaraan verbonden problemen aankijkt, weet ik niet. Maar ik zelf vind het behoorlijk problematisch, ik denk onder andere aan verdeling van welvaart, banen en woningen, waarin al zoveel scheefgroei zit in een land als Nederland, en ‘k ga niet ‘zomaar’ mijn armen juichend uitsteken en in de handen klappen voor al die nieuwe nieuwkomers, vluchtelingen en gelukszoekers in de trant van Merkel: ‘Plicht! Und wir schaffen das’ (Yes we can).

      Van Brederode’s essay lokte naar mijn indruk scherpe reacties uit en dat kan ik me wel indenken, zeker gezien de slotalinea van het essay. Venijnig was een recensie van Aukje van Roessel: Brief aan een gelukzoeker – Brief aan een filosofe. Er verschenen overigens ook gunstige kritieken (beoordelingen) van het werk.

      1. Hier een correcte snelkoppeling naar de kritische recensie van Van Roessel over het essay: Brief aan een gelukzoeker – Brief aan een filosofe (De Groene Amsterdammer, 6 april 2007).

        Hieronder de prikkelende slotalinea uit Van Brederode’s essay, extra prikkelend in het huidige tijdsgewricht. Met de inhoud van die slottekst kan ik me in ieder geval niet verenigen.

        Uit: ‘Brief aan een gelukszoeker’ van Désanne van Brederode; slotalinea, bladzijde 95
        “Mochten er Nederlanders zijn die deze mening niet delen, die niet nog meer ‘vreemdelingen’ willen, dan lijkt mij maar één antwoord gepast: laten ze weggaan, vluchten, emigreren. Een Nederlander die zijn heil in een ander land zoekt, heeft bovendien minder te duchten van de vreemdelingenpolitie of en streng immigratiebeleid dan dat u dat heeft. Hij of zij komt snel aan een vergunning. Hij of zij is welkom. Overal.”

      2. Nu ja, dat is natuurlijk wel wat bot gesproken: ‘Laat de Nederlanders maar weggaan.’ Maar aan de andere kant is het wel zo, dat iedereen die nog een hart heeft het er wel over eens zal zijn dat die mensen geholpen moeten worden. Die vluchtelingen verkeren in zulke barre omstandigheden (nu weer bij de grenzen van Hongarije en Kroatië) dat men hen absoluut niet aan hun lot kan overlaten. Maar het is wel een groot probleem. Want alleen al de huisvesting. Voor miljoenen mensen zijn er gewoon niet genoeg huizen. Er zullen onder de vluchtelingen ook wel veel vaklieden zijn en men zou hen eventueel zelf die huizen kunnen laten bouwen, maar dan nog duurt dat jaren en jaren, dat is niet in een paar dagen voor elkaar. Dat er geen geld zou zijn om veel huizen te bouwen, daar geloof ik niks van. Er zijn nog genoeg miljonairs en miljardairs, die dat wel kunnen financieren. Maar ja, die besteden het liever aan kastelen van huizen, miljoenen kostende plezierjachten, dure auto’s, schilderijen van tientallen miljoenen euro enzovoort.

      3. Mellie Uyldert heeft midden jaren tachtig van de vorige eeuw het er al over dat Zuid naar Noord moet verhuizen en andersom. En als ik het goed heb meegekregen dan is Michael nu bezig met het verenigen van de Aarde, minder individuele landen, meer verbondenheid onder de individuele mens.. zoiets.. In dat kader kan ik me wel voorstellen dat wat er nu gebeurt daar een onderdeel van is.

      4. Ik denk dat je op mag passen met het punt van wel of geen hart hebben voor medemensen. Mensen die vragen stellen bij massale instroom en een wijze waarop en aandringen op regulering en zekere begrenzing zijn niet per definitie hartelozer. Het is gewoon een hele moeilijk kwestie.

      5. Je moet wel rekening houden met wat ik er bij zeg, John, namelijk dat die mensen geholpen moeten worden. Dat het zeer moeilijk is en misschien helemaal niet eens kan, dat besef ik ook wel, dat blijkt ook wel uit mijn vorige reactie. Maar iedereen die ronduit zegt dat die mensen NIET geholpen hoeven te worden, die is volgens mij harteloos.

  4. Probleem is onder andere dat het geen amorfe groep is, Ridzerd. Onderscheid tussen echte oorlogsvluchtelingen en economische ‘gelukszoekers’, mensen die zich economisch willen verbeteren, terwijl zoveel mensen in Nederland zelf al in een economische verdrukking zitten. En neem de problemen in de verzorgingstehuizen bijvoorbeeld. Echte oorlogsvluchtelingen helpen, maar wel met doordacht beleid en niet ten koste van een deel van de rest van de bevolking die het zelf ook al moeilijk heeft en kansarm is. En die mensen, die categorie van Nederlanders, zouden in het buitenland als emigrant zeker ook niet terecht kunnen. Die generalisatie van Van Brederode gaat zeker niet op en vind ik trouwens ook stuitend arrogant.

    1. Ik heb het nu wel over de mensen die momenteel in de Oostbloklanden zwemmend of in de modder baggerend zonder eten en drinken, vaak met kinderen erbij, proberen de grens over te komen. Of de bootvluchtelingen van wie er duizenden zijn verdronken bij Griekenland. Of daar veel economische vluchtelingen bij zitten, waag ik te betwijfelen, maar zelfs als dat zou is, dan nog moeten ze geholpen worden.
      En dat veel mensen in Nederland in de economische verdrukking zitten, ontken ik niet, maar het zijn wel in 9 van de 10 gevallen mensen, die dingen willen kopen en consumeren, die ze zich niet kunnen veroorloven. Als ik elke dag een pakje sigaretten zou roken en elke week een krat bier zou kopen, zat ik ook in de economische verdrukking.

      1. Ik weet over wie je het hebt en ik ken het probleem, maar doordacht beleid en restricties zijn nodig in mijn optiek, wat niet betekent dat er geen hulp moet worden geboden. Zie bijvoorbeeld Merkel her self die van de week bakzeil haalde bij de president van Turkije Erdoğan met een verzoek om aanhoudende opvang in de regio. Anders kan Duitsland de aantallen ook niet aan.

        En economische verdrukking houdt meer in dan alleen schuldproblematiek. Ook het vergeven en creëren van banen, opleidings- en (om)scholingsmogelijkheden hangen daarmee samen. En voor zekere bevolkingsgroepen is het op dat vlak heel moeilijk in Nederland. Een geldstroom daarvoor ontbreekt inmiddels al aardig wat jaren. En neem bijvoorbeeld ook zoiets al leeftijdsdiscriminatie op de arbeidsmarkt. Dat soort zaken.

        En wat geldproblemen betreft. Dat jij goed en verstandig met weinig geld kunt omgaan is een goede zaak Ridzerd. Maar 9 van de 10 in schuldproblematiek door eigen toedoen? Dat waag ik te betwijfelen. Je kunt ech hebben in je leven op dat vlak en daar dan daar hopelijk met veel pijn en moeite weer uitkomen.

  5. Oh juist. Dat gedragspatroon ken ik niet Haike. Heb niet op een vrije school gezeten en ik ken ook niet veel oud vrije school leerlingen. In hoeverre wat jij schetst op Van Brederode van toepassing zou kunnen zijn, zou haar inderdaad het beste zelf kunnen worden voorgelegd.

  6. Mark Rutte geeft een dag in de week les op een school waar jongeren van over de hele wereld Nederlands leren en voorbereid worden op het verdere leven in Nederland.
    Economische, Boot, Oorlogsvluchtelingen.
    Hij kent daarom voor mijn gevoel de praktijk van binnenuit.
    Ik heb vertrouwen in een menselijke regeling van deze gecompliceerde zaak.
    Wat minder hitsige journalistiek zou ook wel fijn zijn.

  7. Ik weet wel dat het nooit een makkelijke beslissing is en kan zijn om je eigen land,je streek,je huis en misschien familie achter je te laten in de hoop dat het elders in een ander land met een andere taal beter is. Naarmate ik me meer probeer voor te stellen hoe dat zou zijn als het mijzelf zou betreffen, des te minder kan ik dan onderscheid maken tussen zogenaamde echte vluchtelingen en zogenaamde economische vluchtelingen. Onze (groot)ouders waren maar wat blij met de hulp die hun na de oorlog (1945) werd geboden. En het lijkt er toch veel op dat vele vluchtelingen anno 2015 dezelfde problemen ondervinden als onze voorouders toen.

  8. Pittige gedachtenuitwisseling over één en ander onder het kopje, de paraplu, ‘Individu en soort’. Zonder omhaal, goede zaak. Voor de goede orde bij al de kanttekeningen die ik heb geplaatst bij het vluchtelingenbeleid is het natuurlijk wel zo dat ik in algemene zin een voorstander ben van acute humanitaire hulpverlening, noodhulp, voor welke categorie van nooddruftige mensen dan ook. Wat dus niet betekent om iedereen maar binnen te laten en binnen te houden voor een permanente verblijfsstatus.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s