Na de dood

Een ziel met wie de overledene bekend wordt, leert de overledene net zo kennen, alsof hij zelf binnen in deze ziel zou zijn. Na de dood wordt men met een ziel zo vertrouwd, zoals hier met de eigen vinger of met het hoofd of met het oor: men voelt zich er binnen. Het is een veel intiemere verhouding dan het hier op aarde zijn kan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 182 – Der Tod als Lebenswandlung – Neurenberg, 10 februari 1918 (bladzijde 41)