Consumptiemaatschappij

Altijd maar meer en meer produceert men, men bouwt fabrieken, men vraagt niet: Hoeveel is er nodig? – zoals het ooit was, toen er kleermakers in het dorp waren, die alleen dan een kostuum maakten, als het besteld werd. Toen was het de consument die aangaf hoeveel geproduceerd moest worden, tegenwoordig wordt voor de markt geproduceerd, de waren worden opgestapeld, zoveel als maar mogelijk is. […] Dat zal vooreerst meer en meer de overhand krijgen. […] Er wordt dus tegenwoordig voor de markt geproduceerd, ongeacht de consument, […] men stapelt in de magazijnen en via de geldmarkten alles wat geproduceerd is samen en men wacht dan, hoeveel er verkocht wordt. Deze tendens zal steeds groter en groter worden […], tot ze zichzelf vernietigen zal…

Bron: Rudolf Steiner – GA 153 – Inneres Wesen des Menschen und Leben zwischen Tod und neuer Geburt – Wenen, 14 april 1914 (bladzijde 174)