Menigeen zou, als hij zijn lagere natuur volgde, wellicht kwaadaardige, slechte eigenschappen openbaren

Menigeen die onder ons leeft, zou, als hij zijn lagere natuur volgde, wellicht kwaadaardige, slechte eigenschappen openbaren (Duits: zutage fördern), maar in hem leeft, gemengd met deze lagere natuur, de hogere die deze in toom houdt. Die vermenging is in vergelijking zoals wanneer we in een glas een gele en een blauwe vloeistof mengen, wat een groene vloeistof geeft waarin we geel en blauw niet meer kunnen onderscheiden. Zo is ook in de mensen de lagere natuur met de hogere natuur vermengd en beide zijn niet meer van elkaar te onderscheiden. Zoals u dan uit de groene vloeistof door chemische middelen de vloeistof zou kunnen scheiden, zodat de enkele groene vloeistof in een volledige tweevoudigheid, in blauw en geel gescheiden wordt, zo scheiden zich bij de occulte ontwikkeling de lagere van de hogere natuur. Ze trekken de lagere natuur uit het lichaam zoals het zwaard uit de schede, die dan op zichzelf blijft (Duits: für sich allein bleibt). Deze lagere natuur komt dan zo naar buiten, dat het bijna griezelig lijkt. Toen deze nog gemengd was met de hogere natuur, was daarvan niets te merken. Nu echter, nu deze gescheiden is, komen alle boosaardige, slechte eigenschappen naar voren.

Mensen die voorheen als welwillend verschenen, worden vaak ruziezoekend  en jaloers. Deze eigenschappen zaten vroeger al in hun lagere natuur, maar werden door de hogere beheerst. Dat kunt u bij veel mensen waarnemen, die op afwijkende wegen geleid worden. Bijzonder gemakkelijk wordt de mens tot een leugenaar, als hij in de bovenzinnelijke wereld gevoerd wordt. Hij verliest het vermogen om het ware van het valse te onderscheiden. Het is noodzakelijk bij de occulte scholing, dat parallel met deze de strengste scholing van het karakter samengaat. Wat de geschiedenis van de heiligen over hun verleidingen vertelt, is geen legende, maar letterlijke waarheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 54 – Die Welträtsel und die Anthroposophie – Berlijn, 7 december 1905 (bladzijde 209-210)

Advertenties

12 gedachtes over “Menigeen zou, als hij zijn lagere natuur volgde, wellicht kwaadaardige, slechte eigenschappen openbaren

  1. cisca

    Bij een diepe, overweldigende existentiele crisis, maw een bestaanscrisis, ontmoet men de “wachter op de drempel”, vaak door Rudolf Steiner beschreven, zo ook in bovenstaand fragment, weer op een andere manier in woorden gevat.
    Hij noemt in dit citaat het woord “griezelig”, ’t kan nog worden aangevuld met angst, een angst voor dat wat noodzakelijkerwijs onder ogen moet worden gezien, in de ogen moet worden gezien.
    Eenmaal dit te hebben doorgemaakt staat het onderscheidingsvermogen – iedereen zal het op zijn manier benoemen – in het volle licht en maakt dat het leven ahw in een andere dimensie wordt getild.
    Dit wilde ik even kwijt op deze zondagmorgen!
    isca

  2. henri

    Dit is dan ook wel te zien geweest bij die zogenaamde ‘grootheden’ die les gaven in de Steinrescholen .
    Dat zij heel goed les gaven , en begaafd waren was een must maar aan het eigen ego en karakter hadden ze niet genoeg gewerkt .
    Ik vindt het vaak heel triest dat als je bij spirituele mensen terecht komt om iets te leren , iets wat zij hebben en eig dienen uit liefde aan anderen zouden moeten mee te geven, dat je dan zo op het eigen ego stuit , die karakterfoutjes en dat soms zo erg aanvoelt dat je zegt , liever niet dan laat maar . kan ook om geld gaan, natuurlijk .

  3. Bij de tekst van vandaag – en ook soms wel bij andere teksten van Steiner – moest ik even denken aan het oude, welbekende gezegde: ‘Hoe meer geest, hoe meer beest.’

  4. Voor 1933-1945 waren er heel wat brave duitse huisvaders die nooit iets kwaads deden. Daarna toen de omstandigheden veranderden kwam hetbeest dat niet meer in toom gehouden werd naar buiten.

    1. henri

      Inderdaad ,het citaat staat hier wat misleidend, want het de tweede deel is bepalend waarom het eigenlijk gaat Het heeft te maken met al wie aan de initiatie deelneemt of occulte scholing wil gaan ,en dan op een zekere manier in de bovenzinnelijke wereld binnenkomt en niet of niet genoeg het pad der deugden , of achtvoudige pad in acht neemt
      Hierbij , bij deze initiatie krijgen in het astrale lichaam de drie wezensdelen elk een apart leven, zij worden niet meer samengehouden door het IK dat deze overkoepelend aaneenbindt wat voor gevolg heeft dat men kan gaan liegen en zich aan allerlei andere zieleroerselen die in onze lagere natuur zitten zou kunnen overgeven met als gevolg een uitbarsten hiervan

      1. henri

        in het astrale lichaam “de drie wezensdelen ” elk een apart leven :

        Denken, voelen, en willen

      2. henri

        het ten prooi vallen aan overmatig ” ego”” is daarin net de grootste valkuil , merkt Steiner heet attent op daarom wees ik hierboven nogmaals naar die grootheden die zulk een ego hadden .

  5. walterhebing

    Dit citaat van Steiner is ook anders te belichten, immers de mens zelf vormt de koppeling tussen het boven- en het ondermaanse op aarde. Daar het bovenmaanse al sinds de oudheid het ondermaanse op aarde dicteert in plaats assisteert in het bewustwording van de Levensgeest die uit het binnenste der aarde voortkomt en niet uit het bovenzinnelijke zoals Steiner en velen met hem zich dat voorstellen.
    In Genesis staat: “Wat Gij voor de minste van mijn Scheppingen gedaan hebt, hebt Gij voor Mij gedaan”. In het nieuwe testament is deze regel veranderd in: “Wat Gij voor de minste van mijn broeders gedaan hebt, hebt Gij voor mijn gedaan”.
    In wezen raken we door alle gebeurtenissen, natuurrampen, oorlogen, enz. op aarde meer bewust van ons kwetsbaar bestaan op aarde. Met andere woorden: Van de regel uit het Nieuwe Testament gaan we hopenlijk weer terug naar de regel uit het Oude Testament. We praten nu over duurzaamheid van hetgeen we doen en denken. Waardoor we dichter bij het Boedistische perspectief komen, bijvoorbeeld schoenen uit, opdat we niet ongemerkt een worm of insekt doodtrappen
    Als je dit citaat van Steiner verweeft met het vorige citaat van Steiner, kun je ook stellen dat het denken aan het bovenzinnelijke, weliswaar je aardse pijn doet verminderen, maar niets oplost in de verhouding van jou en de aardse pijn. Ondergronds woekert het gegeven gewoon door tot je erbij neervalt, omgekeert als je de materiële weg kiest en ritalin, parasetanol slikt kan de pijn ook verminderen.
    De psychische- en fysieke pijn die Jezus geleden heeft, is volgens mij de pijn van de mens en de pijn van het dier, samenkomend in het nu op aarde! Jezus laatste woorden waren: “Vader waarom hebt Gij me verlaten”? Eigenlijk had hij beter kunnen roepen: “Moeder waarom heb ik jou niet herkent als voorgeborgte van mijn Geest?”
    Als teksten zolang populair blijven op aarde, kan het geen dictaat in zijn geheel meer zijn, er zitten levende woorden in, zoals er levende bacteriën en virussen in mijn lichaam zitten, die mijn gezondheid mee helpen bewaken.
    Zij vormen de lagere natuur in mij en gaan met me aan de haal, zowel als ik teveel opga in het geestelijke alswel teveel opga in het materiéle. In wezen zeggen ze mij: “Schoenmaker blijf bij je leest”!
    Men zegt dat ik een mens ben en me als dusdanig behoor te gedragen. Maar er zijn heel veel mensen op aarde en ik ben opgegroeid in een straat met heel veel kinderen en had al gauw door dat de gedragingen van mijn vriendjes of mijn vriendinnetjes geheel verschillend waren en ten opzichte van alles wat is nog steeds zijn. In feite een verdeel en heersspel, wat elke dictator in zijn land hanteert om aan de macht te blijven.
    Mijn vader was Heiden en mijn moeder Katholiek, als kind besefte ik het verschil niet eens, wel verbood mijn moeder met het zoontje van de enige protestanten familie in ons dorp te spelen.
    Het kind verslond met zijn vragende ogen mijn ziel, mijn hart had ik ik langer aan kinderen verpand. Ik nam hem op in onze vrienden en vrienden clup en ervoer zijn geluk en tevens zijn sexuele frustraties die toen tot uiting kwamen. Het liefst wat hij deed was dokterje spelen en piemels met stokjes omwinden. Het tartte bij mij elk gevoel van menselijkheid, echter veel van mijn vrienden vonden het geweldig.
    Er is inderdaad nog een lange weg voor de mensheid te gaan, alvorens de mensheid besft waar de plek van Het Leven op aarde is? En Jezus zei: Eens zal de oude grijsaard aan ’n kind van jonger dan zes dagen waar de Plek van Het Leven is en ik zeg u, alvorens dit gebeuren zal heeft het stofje uit Silicon Valey en Bangalore al zoveel menselijk bewustzijn van de bovenzinnelijke geest geinjecteerd gekregen, dat de mensheid door het stof zal kruipen, alvorens de oude Grijsaard zich dit afvraagd. Immers de oude grijsaard is de weg kwijt en zal dat nooit toegeven. Tenzij zijn imperium tot stof wordt herleid, pas dan komt de vraag naar de essentie van lHet Leven los.
    Echter deze vraag kunnen we elke dag stellen, zal ik de planten water geven? Zal ik op de fiets naar mijn werk gaan? Zijn dat relevante vragen in oog van de oude grijsaard? Mijns inziens niet! Het zijn bovenzinnelijke vragen die men aan zichzelf stelt binnen een cultureel kader.Bij deze nogmaals de toespraak van een Indianenopperhoofd, die blijkbaar meer van de Levensgeest in zich opgenomen heeft dan wij!
    Toespraak van Indiaans Opperhoofd Seattle.
    Het grote opperhoofd in Washington heeft gesproken: hij wenst ons land te kopen.
    Het grote opperhoofd heeft ook woorden gesproken van vriendschap en vrede.
    Dat is zeer goed van hem omdat hij onze vriendschap niet nodig heeft.
    Maar we zullen over uw aanbod beraadslagen, want we weten dat als wij ons land niet verkopen de blanke man met zijn geweren komt en het in bezit neemt.

    Hoe kun je de lucht, de warmte van het land kopen of verkopen?
    Dat is voor ons moeilijk te bedenken.
    Als wij de prikkeling van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het van ons kopen?
    Wij zullen hierover op onze tijd een beslissing nemen.
    Zoals het opperhoofd Seattle zegt:
    Het grote opperhoofd in Washington kan vast op ons rekenen, zoals onze blanke broeders kunnen rekenen op de terugkeer van de seizoenen.
    Mijn woorden zijn als sterren.
    Zij verdwijnen niet.

    Elk stuk van dit land is heilig voor mijn volk.
    Iedere spar, die glanst in de zon, elk zandstand, elke nevel in de donkere bossen, elke open plaats, elke zoemende bij is heilig in de gedachten en herinnering van mijn volk.

    Het sap, dat in de boom opstijgt, draagt de herinnering van de rode man.
    Een dode blanke man vergeet het land van zijn geboorte als hij zijn tocht naar de sterren begint.
    Onze daden vergeten dit prachtige land nooit: het is de moeder van de rode man.

    Wij zijn een deel van de aarde en de aarde is een deel van ons.
    De geurende bloemen zijn onze zusters, het rendier, het paard, de grote adelaars, onze broeders.
    De schuimkoppen in de rivier, het sap van de weidebloemen, het zweet van de pony en van de man – het is allemaal van hetzelfde geslacht, ons geslacht.
    Als dus het grote opperhoofd in Washington laat zeggen dat hij ons land wil kopen, vraagt hij wel veel van ons.

    Het grote opperhoofd laat zeggen dat hij voor ons een plaats zal reserveren waar wij rustig zullen kunnen leven.
    Hij zal onze vader zijn en wij zullen zijn kinderen zijn.

    Maar kan dat wel?
    God heeft uw volk lief.
    Maar zijn rode kinderen heeft hij verlaten.
    Hij zendt machines om de blanke man te helpen bij zijn werk en hij bouwt grote wigwams voor hem.
    Hij maakt uw volk dag na dag sterker.
    Weldra zult u het land overspoelen, zoals de rivier na een plotselinge regen zich door de kloof stort.
    Maar mijn volk en ik zijn het aflopend getij.
    Nee, wij zijn van een ander ras.
    Onze kinderen spelen niet samen met die van u en onze mannen vertellen andere verhalen.
    God begunstigt u en wij, wij zijn tot wezen geworden.

    Wij zullen uw aanbod ons land te kopen, dus overwegen.
    Maar het zal niet gemakkelijk zijn.
    Want dit is ons heilig.
    Wij beleven vreugde aan deze bossen.
    Ik weet het niet, maar onze wegen zijn anders dan de uwe.

    Dit glinsterend water dat stroomt in beken en rivieren is niet zomaar water.
    Het is het bloed van onze voorouders.
    Als wij het land verkopen moet u bedenken dat het gewijde grond is en u moet uw kinderen leren dat het heilig is.

    En dat elke vage weerspiegeling in het heldere water van het meer spreekt van gebeurtenissen uit het verleden van mijn volk.
    Het murmelend water is de stem van mijn vaders vader.

    De rivieren zijn onze broeders, zij lessen onze dorst.
    De rivieren dragen onze kano’s en voeden onze kinderen.
    Als wij ons land verkopen moet u bedenken en aan uw kinderen leren dat de rivieren onze broeders zijn. En ook úw broeders en dat u voortaan net zo vriendelijk moet zijn voor de rivieren als u voor uw broeders zou zijn.

    De rode man heeft zich altijd teruggetrokken voor de oprukkende blanke, zoals de nevels in heuvels vlucht voor de zon in de morgen.
    Maar de as van onze vaderen is heilig.
    Hun graven zijn gewijde grond.
    Wij weten dat de blanke man onze manier niet begrijpt.
    Voor hem is het ene stuk grond gelijk aan het andere.
    Hij is een vreemde, die in de nacht komt en van het land neemt wat hij nodig heeft.

    Hij behandelt zijn moeder, de aarde en zijn broeder, de lucht als koopwaar,
    die hij kan uitbuiten en weer verkopen als goedkope kralen.

    Zijn honger zal de aarde kaal vreten en slechts een woestijn achterlaten.
    Ik begrijp het niet.
    Onze wegen zijn anders dan de uwe.
    Het zien van uw steden doet pijn aan de ogen van de rode man.
    Maar misschien komt het omdat de rode man maar een wilde is die niets kan begrijpen.

    Er is geen plaats om uit te rusten in de steden van de blanke man.
    Geen plaats waar je het openspringen van de knoppen in het voorjaar kunt horen of het geruis van de vliegende vogels.
    Maar misschien komt het omdat ik een wilde ben en dom.
    Het lawaai schijnt alleen maar bestemd om de oren pijn te doen.
    En wat heeft het leven voor zin als een man niet meer de eenzame kreet van de nachtuil kan horen of het praten van de kikkers rond het meer in de avond?

    Ik ben maar een oude man en dom.
    De indiaan houdt van het zachte ruisen van de wind over het water, en de geur van de wind, gezuiverd door de middagregen of meedragend de geur van pijnbomen.

    De lucht is kostbaar voor de rode man, want alles deelt dezelfde lucht.
    De dieren, de bomen, de mensen, alles heeft deel aan dezelfde lucht.

    De blanke heeft geen aandacht voor de lucht die hij inademt. Als een man die al vele dagen stervende is, zo is hij gevoelloos voor kwade dampen.

    Maar als wij u ons land verkopen, dan moet u bedenken dat de lucht voor ons waardevol is, dat de lucht zijn adem meedeelt aan al het leven dat hen in stand houdt. De wind, die mijn grootvader zijn eerste ademtocht gaf, neemt ook zijn laatste zucht in ontvangst. En de wind moet ook onze kinderen de levensgeest geven.
    En als wij u ons land verkopen, moet u het wel afgezonderd houden, gewijde grond waar ook de blanke man kan komen om de wind te proeven met de geur van weidebloemen.

    Wij zullen dus uw aanbod ons land te kopen in overweging nemen. Als wij besluiten het aanbod aan te nemen wil ik éen voorwaarde stellen: de blanke man moet de dieren van dit land beschouwen als zijn broeders.

    Ik ben maar een wilde en ik begrijp het niet. Ik zag duizenden rottende buffels op de prairie, achtergelaten door de blanke man die ze neerschoot vanuit een rijdende trein.

    Ik ben maar een wilde, en ik kan niet begrijpen hoe het rokende ijzeren paard belangrijker kan zijn dan de buffel, die wij alleen maar doden om in leven te blijven.

    Wat is de mens zonder dieren? Als alle dieren weg zijn, zal de mens sterven aan een gevoel van grote eenzaamheid. Want wat er gebeurt met de dieren gebeurt spoedig met de mens. Alle dingen hangen samen.

    Wat er met de aarde gebeurt, gebeurt met de kinderen van de aarde.

    U moet uw kinderen leren dat de grond onder hun voeten de aarde van onze grootvaders is. Leer ze eerbied voor de aarde, vertel uw kinderen dat de aarde vervuld is van de levens van onze ouders: dat de aarde onze moeder is.

    Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde. Als een man op de grond spuwt, spuwt hij op zichzelf.
    Dit weten wij: Alles hangt samen als het bloed dat een familie verbindt. Alles hangt met alles samen.

    Wat er gebeurt met de aarde, gebeurt met de kinderen van de aarde.

    De mens heeft het web van het leven niet gewoven. Hij is slechts éen draad ervan. Wat hij met het web doet doet hij met zichzelf. Nee, dag en nacht kunnen niet samengaan.

    Onze doden leven voort in de stille wateren van de aarde. Zij keren terug als de naderende voetstappen van de komende lengte. Het is hun geest, die als een rimpeling van de wind over het water van de meren loopt.

    Wij zullen overwegen waarom de blanke man het land wil kopen.
    Wat wil de blanke man dan kopen, zal mijn volk vragen. Het is zo moeilijk te begrijpen voor ons.
    Hoe kun je de lucht kopen of verkopen, de warmte van de aarde, de snelheid van de antiloop?
    Hoe kunnen wij die dingen aan u verkopen en hoe kunt u dat kopen?
    Is de aarde van u om ermee te doen naar goeddunken, alleen omdat de rode man een stuk papier tekent en het geeft aan de blanke man?

    Als wij zelf de prikkeling van de lucht en het kabbelen van het water niet kunnen bezitten, hoe kunt u het dan van kopen? Kunt u een buffel terugkopen, als de laatste al gedood is ?
    Maar wij zullen uw aanbod overwegen, want we weten dat als we niet verkopen, de blanke man met zijn geweren komt en ons het land met geweld ontneemt.
    Maar wij zijn slechts primitieven en de blanke man, no nog menend dat hij sterk is, denkt dat hij een god is, die de gehele aarde bezit.
    Hoe kan de mens zijn moeder bezitten?

    Maar uw aanbod ons land te kopen, zullen wij overwegen. Dag en nacht kunnen niet samen leven.
    Wij zullen uw aanbod overwegen om ons terug te trekken in het reservaat dat u voor mijn volk hebt bestemd.
    Wij zullen dan in afzondering leven, en in vrede.
    Het maakt niet veel uit waar wij de rest van onze dagen doorbrengen.
    Onze kinderen hebben hun vaders gezien, verslagen in de nederlaag.
    Onze krijgers hebben de schande gekend en na de nederlaag zijn hun dagen leeg geworden;
    Zij vergiftigen hun lichaam met zoet voedsel en sterke drank.
    Het maakt niet veel uit waar wij de rest van onze dagen doorbrengen.

    Nog een paar uur, nog een paar winters en geen enkel kind van de grote stammen die eens op de aarde hebben geleefd of die nu in kleine troepen door de bossen zwerven, zal meer over zijn om te treuren aan de graven van een volk, eens even machtig als uw volk.

    Maar waarom zou ik treuren over de ondergang van mijn volk? Stammen bestaan uit mensen. Meer niet.
    Mensen komen, mensen gaan, als de golven van de zee.

    En zelfs de blanke man, wiens god hem als een vriend behandelt, kan niet ontkomen aan ons aller lot.
    Maar misschien zullen we uiteindelijk allemaal broeders zijn. We zullen zien.
    Een ding weten we en de blanke man zal het eens ontdekken – onze god en uw god is dezelfde.
    U kunt nu wel denken dat u hem bezit, zoals u ons land wil bezitten, maar dat kunt u niet.
    Hij is de god van alle mensen en zijn hart klopt evenzeer voor de rode als voor de blanke man.
    Deze aarde is hem lief en beschadigen van de aarde, betekent zijn schepper beledigen.

    Ook de blanke man zal ten ondergaan, misschien nog eerder dan al de andere stammen.
    Bevuil uw legerstee en u zult bezwijken aan uw eigen vuil.

    Maar in uw ondergang zult u vurig branden, aangestoken door de macht van de god, die u naar dit land heeft gebracht en u de heerschappij heeft gegeven over dit land en over de rode man.
    Dat noodlottig einde is voor ons een mysterie, want wij begrijpen niet waarom de buffels zijn afgeslacht, de wilde paarden zijn getemd, waarom de verste hoeken van het woud stinken naar de lucht van vele mannen en het rijpe koren op de heuvels overdekt is met praatdraden.

    Waar is het struikgewas? Verdwenen! Waar is de adelaar ? Verdwenen!
    Wat betekent het, afscheid te nemen van de snelle pony en de jacht?
    Het einde van het leven en het begin van de ondergang.

    God gaf u heerschappij over de dieren, de bossen en met een bijzondere bedoeling ook over de rode man.
    Maar dat lot is een mysterie voor de rode man.
    Wij zouden misschien kunnen begrijpen als we wisten waar de blanke man van droomt.
    Van welke hoop en verwachting hij zijn kinderen vertelt in de lange winteravonden.
    Welke visioenen hij graveert in hun harten, zodat zij verlangend uitzien naar de dag van morgen.

    Maar wij zijn wilden. De dromen van de blanke man zijn ons verborgen.
    En omdat ze verborgen zijn, zullen wij onze eigen weg gaan.

    Want boven alles eerbiedigen wij het recht van elke man, te leven zoals hij wil, hoe ook verschillend van het leven van zijn broeder. Wij hebben weinig gemeen.

    Wij overwegen uw aanbod ons land te kopen. Als wij instemmen, zal dat zijn om het reservaat veilig te stellen dat u ons hebt beloofd. Daar zullen wij misschien onze weinige dagen nog doorbrengen, zoals wij dat willen.

    Als de laatste rode man zal zijn verdwenen van deze aarde, en als de herinnering aan hem nog slechts een schaduw is van een volk boven de prairie, dan zullen nog deze stranden en deze bossen bewoond worden door de geesten van mijn volk.

    Want zij hebben dit land lief, zoals de nieuwgeborene zijn moeders hartklop lief heeft.

    Een dingen weten wij: onze god is dezelfde als de uwe. Deze aarde is hem dierbaar.
    En ook de blanke man kan niet ontkomen aan ons aller lot.

    Misschien zullen wij tenslotte toch broeders zijn. Eens zullen we het zien.

    Historische gegevens

    Bij het ‘grote opperhoofd in Washington’ gaat het om Franklin Pierce die van 1853 tot 1857 president van de V.S. van Amerika was.
    De Dwamish waren een kleine stam in de buurt van de stad Seattle (staat Washington) die naar het opperhoofd van de Dwamish en Suquamish genoemd is. Hun eigenlijke verblijfplaats was oorspronkelijk bij het Washington-meer. Ze kregen in 1856 een reservaat aan de oostkant van Bainbridge-Island toegewezen. Later werden ze ‘verplaatst’ omdat hier geen visgronden aanwezig waren.
    De naam van de Dwamish was indertijd heel bekend. Hun bevolking zou rond 1789 samen met de Suquamish 1200 mensen geteld hebben. In 1856 waren er nog tussen de 64 en 312.
    Tegenwoordig herinnert alleen een riviertje en een kleine stad met die naam nog aan de Dwamish.
    Het enige wat ik voor deze minste van mijn verleden broeders kan doen is ze in herinering brengen en wat ik nu voor de minste van mijn broeders/zusters kan doen, is hun geboorte waar dan ook op aarde, boven mijn aardsbewustzijn te plaatsen, immers zijn Goddelijke Wijsheid gedurende zes dagen, omtrent de plek van Het Leven op aarde, is van recentere datum dan de mijne, Meer gelovigen brengen meer verschuivingen van bewustzijn op aarde, dat weet elke Paus, elke Politicus, elke idealist en elke antroposoof, maar elke realist kan ervaren en zien dat deze lading geen enkele dag oversitijgen kan en we telkens teruggeworpen worden op het doordenken van het dagelijks gebeuren. En die is logisch gedacht te doorblikken met de redevoering van het indiaans opperhoofd. Immers de bron van ons leven is baarmoeder aarde, die zich aangeroerd weet door het Licht, waardoor er leven op aarde ontstaat en via mineralen, planten en dieren uiteindelijk de mens als onbewust zijn van dit alles. Hij mag dit alles gaan ontwaren, maar hij neemt de weg van betekenisgever, zelfs van zijn eigen kind en door de eeuwen heen groeit de kloof tussen kind en ouders en is nu op drift geraakt door het stofje uit silicon valey. Het toont alles wat men wenst, maar niet wat men is, als mens. Zowel het bovenmaanse als het ondermaanse wordt nu via het stofje uit Siliconvaley doorlicht en vele bovengeestelijke personen vallen door de mand! Geen wonder dat het beest in de mens wakker wordt, immers de gewone mens is altijd ondergewaardeerd, terwijl de bovenzinellijke mens zich te buiten ging aan heimelijke avonturen.Die de mensheid nu in verlegenheid brachten en nog brengen.
    Tot zover
    Vriendelijke groet
    Walter hebing

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s