Grote schade

Het is een grote, een immense schade als de kinderen de overtuiging kunnen krijgen, dat anderen de lieveling van de leraar zijn. Dat moet onder alle omstandigheden absoluut vermeden worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 310 – Der pädagogische Wert der Menschenerkenntnis und der Kulturwert der Pädagogik – Arnhem, 22 juli 1924 (bladzijde 110)

Geplaatst bij WordPress op 3 maart 2014

Over nervositeit, concentratie en wilskracht

Omdat in onze tijd zo weinig het geloof in de concentratie van de geest aanwezig is en daarom ook zo weinig gezocht wordt, komen ook zo veel kwalen, die als tekortkoming van de zelfopvoeding optreden, vooral die welke men tegenwoordig gewoonlijk nervositeit noemt. Terwijl men het willen schoolt doordat men zijn spieren in samenspel met het uiterlijke leven laat treden, moet men zijn zenuwgestel door geestelijke concentratie scholen. […] Nerveus kan de mens niet zijn door de opvoeding van zijn wil, maar door verkeerde opvoeding van zijn wil. De wilscultivering kan tot nervositeit leiden, doordat de mens ze langs verkeerde wegen zoekt, als hij in plaats van met de buitenwereld in verbinding te komen en aan hun hindernissen en barrières zijn wil staalt, door allerlei innerlijke middelen, die alleen in het voorstellingsleven werken, daartoe komen wil. Daardoor kan hij gemakkelijk tot nervositeit van het willen komen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 61 – Menschengeschichte im Lichte der Geistesforschung – Berlijn, 14 maart 1912 (bladzijde 439)

Eerder geplaatst op 2 maart 2014

Over kinderen met slechte eigenschappen

Men heeft natuurlijk niet alleen voorbeeldige kinderen, maar ook kinderen, die onder bepaalde omstandigheden, zoals men het beoordeelt, slechte eigenschappen in zich hebben, daarover zou ik het volgende willen opmerken. […] U moet wel bedenken, dat een zogenaamd slechte eigenschap van een kind, dat zich gevormd heeft, laten we zeggen tot het zevende jaar, niet altijd in absolute zin een slechte eigenschap is. Menig misschien zelfs tot aan genialiteit reikend vermogen op latere leeftijd voert geheel organisch terug naar een zogenaamd slechte eigenschap, die men had op twee-, drie-, vierjarige leeftijd. Een eigenschap, ik noem meteen een der slechtste eigenschappen, de wreedheid die bij een kind kan voorkomen, deze wreedheid kan men inderdaad tussen het zevende en veertiende jaar in de ene of de andere richting overwinnen, als men daarvoor pedagogisch bekwaam genoeg is. De impulsen van de mens die in de wreedheid liggen, kunnen onder bepaalde omstandigheden zo omgebogen worden, dat ze de aandrift tot iets van het allerbeste worden.

Bron: Rudolf Steiner – GA 307 – Gegenwärtiges Geistesleben und Erziehung – Ilkley (Yorkshire), 7 augustus 1923 (bladzijde 260)

Eerder geplaatst op 1 maart 2014

Over te vroeg lezen, verkalking en kaalhoofdigheid

Leert het kind te vroeg lezen, dan leidt men het te vroeg in de abstractheid. En u zou talloze latere sclerotici (zie Wikipedia Sclerose)  een plezier doen voor hun leven, als u hen niet te vroeg het lezen zou bijbrengen als kinderen. Want deze verharding van het hele organisme, die later in de meest verschillende vormen van sclerose optreedt, die kan men terugvoeren op een verkeerde manier van het onderwijzen van het lezen. Natuurlijk komen deze dingen ook nog van veel andere zaken, maar het gaat erom dat deze dingen er zeer zeker zijn, dat een meer natuurlijk onderricht vanuit ziel en geest gezondmakend op het lichaam werkt. Als u begrijpt, hoe u het onderwijs en de opvoeding moet vormgeven, dan begrijpt u tegelijk hoe u het kind de beste gezondheid voor zijn leven kunt geven. En u kunt er zeer zeker van zijn: zouden er in het huidige schoolsysteem gezondere methoden heersen, dan zou menigeen van het mannelijk geslacht niet zo vroeg met een kale kop rondlopen, zoals dat zeer vaak het geval is!

Bron: Rudolf Steiner – GA 306 – Die pädagogische Praxis – Dornach, 18 april 1923 (bladzijde 82)

Eerder geplaatst op 27 februari 2014

Geboden in intellectualistische vorm bederven veel bij kinderen

Dat is het ontzaglijk belangrijke bij de morele opvoeding: Als we de kinderen kant en klare geboden bijbrengen, die al begrippen zijn, dan vergen we van hen de moraal in ideeënvorm op te nemen, en dan komt de antipathie; tegen morele geboden, die abstract zijn geformuleerd, verzet het innerlijk organisme van de mens zich, komt het in opstand.

Als ik het kind beweeg om zelf eerst uit het leven, uit het gemoed, uit het voorbeeld, uit alle dingen het morele gevoel te formuleren, en het dan tot onderscheiding laat komen, zodat het kind zelf de geboden vormt, zichzelf autonoom, in vrijheid de zedelijke geboden vormt, dan breng ik het in een activiteit die zijn hele persoon vereist. Met morele geboden maak ik echter de kinderen de moraal tegen, en dat speelt een rol van enorme betekenis in ons tegenwoordige sociale leven. Men heeft er geen flauw idee van hoezeer de mensheid een grondige afkeer heeft gekregen van de prachtigste, edelste morele impulsen, omdat die via het intellect zijn gegeven in de vorm van geboden en intellectualistische ideeën.

Bron: Rudolf Steiner – GA 305 –Die geistig-seelischen Grundkräfte der Erziehungskunst – Oxford, 25 augustus 1922 (bladzijde 173-174)

Eerder geplaatst op 25 februari 2014