Theorie/Ervaring/Kennis

Alleen de echte ervaring geeft kennis. Theorie geeft geen kennis. Elke theorie gaat van een bepaald speciaal gebied uit en veralgemeniseert dit gebied. Werkelijke inzichten verkrijgt men alleen als men van het leven en van ervaringen uitgaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 219 – Das Verhältnis der Sternenwelt zum Menschen und des Menschen zur Sternenwelt – Dornach, 29 december 1922 (bladzijde 156)

Eerder geplaatst op 3 november 2013

Nut en voordeel

Als we de ontwikkeling echt willen bevorderen, dan zouden we niet naar de nuttigheid moeten vragen, maar veel meer of iets mooi en edel is. […] Vreselijk is het om tegenwoordig te moeten zien hoe vele duizenden mensen al vanaf de vroegste jeugd erop gericht worden geen andere activiteit te kennen als om der wille van materieel nut en voordeel, afgesneden in hun leven van al het schone en kunstzinnige. In de armste basisscholen zouden de prachtigste kunstwerken moeten hangen, dat zou oneindige zegeningen brengen in de menselijke ontwikkeling.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – München, 16 januari 1908 (bladzijde 299)

Eerder geplaatst op 2 november 2013

Niet helderziendheid, maar inzicht en begrip is waar het om gaat

De mensen zijn wederom in het stadium gekomen, waarin ze een oog nodig hebben voor de geestelijke wereld, waar ze in binnengaan na de dood. En dit oog zullen ze niet hebben, als ze het niet hier op aarde verwerven. Zoals het fysieke oog in het vooraardse bestaan moet worden verkregen, zo moet het oog voor het waarnemen van het bovenzinnelijke na de dood hier door geesteswetenschap, door geestelijke kennis verworven worden. […] Het is gewoon niet waar, als er gezegd wordt, men moet zelf in de geestelijke wereld zien, als men de dingen, die de helderzienden vertellen, wil geloven. O nee, zo is het niet. […] Gevonden worden kunnen zulke feiten alleen door het helderziende onderzoek, maar als ze gevonden zijn, kunnen ze ingezien worden. Men moet er alleen op gericht zijn, de zaak te overdenken en te doorvoelen. En dit erkennen door het gezonde mensenverstand van wat uit de geestelijke wereld is gegeven, niet de helderziendheid, maar deze kennis, dat geeft het geestelijke oog voor na de dood. […] Want wat de taak van de mensen op aarde is, is niet direct de helderziendheid. Het helderzien moet er alleen zijn, opdat men de bovenzinnelijke waarheden kan vinden. Maar wat de opgave van de mensen op aarde is, dat is het begrijpen van de bovenzinnelijke waarheden met het gewone gezonde mensenverstand.

Bron: Rudolf Steiner – GA 218 –  Geistige Zusammenhänge in der Gestaltung des menschlichen Organismus – Stuttgart, 9 december 1922 (bladzijde 326-327)

Eerder geplaatst op 31 oktober 2013

Iedereen heeft schoenen nodig, maar niet iedereen hoeft schoenmaker te worden

Het is uiterst belangrijk dat de mensheid in de huidige tijd een sterke esoterische impuls ontvangt. Besmettelijke ziekten, waanzinsepidemieën, vreselijke oorlogen zouden met het overhandnemen van het materialisme op verschrikkelijke wijze onder de mensen woeden, als de mensheid op spiritueel gebied niet een verdieping zou krijgen. Hoewel nu echter de verspreiding van het spirituele leven beslist noodzakelijk is, hoewel er zeer zeker tegenwoordig in veel groter aantal esoterici als tot dusver (er zijn altijd esoterici geweest) moeten zijn, zou het toch helemaal verkeerd zijn om voor de geesteswetenschap propaganda te willen maken. Er moeten esoterici zijn, maar niet alle mensen moeten esotericus zijn. Een heel eenvoudig voorbeeld kan dat ons duidelijk maken. Nietwaar, iedereen heeft schoenen nodig, en het is daarom nodig dat er schoenmakers zijn. Het zou echter heel verkeerd zijn als iemand daaruit de conclusie zou trekken, dat alle mensen schoenmaker zouden moeten worden. Netzomin moeten alle mensen esotericus worden. Allen echter die het willen worden, krijgen daarmee de taak in deze of in een van de toekomstige incarnaties geesteswetenschap te verspreiden en het spirituele leven van de mensen te bevorderen.

Bron: Rudolf Steiner – GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden – Stuttgart, 15 september 1907 (bladzijde 243)

Eerder geplaatst op 30 oktober 2013

Enkele opmerkingen over de zes basisoefeningen

De zogenaamde basisoefeningen (ook wel genoemd nevenoefeningen of vooroefeningen) komt men in de boeken en voordrachten van Steiner meermaals tegen. Deze zes oefeningen zullen de meeste lezers van deze website wel bekend zijn. Voor alle duidelijkheid geef ik nog even de links naar de zes blogs, waarin de oefeningen staan, zoals Steiner ze heeft beschreven in zijn Magnum Opus Die Geheimwissenschaft im Umriss. (Vertaling F. Wilmar)

  1. Gedachtenbeheersing 
  2. Wilskracht 
  3. Gelatenheid 
  4. Positiviteit
  5. Onbevangenheid 
  6. Harmonie

In GA 266a – Aus den Inhalten der esoterischen Stunden, Band I – komen de basisoefeningen ook verscheidene keren ter sprake. Hierbij maakt Steiner nog een paar opmerkingen die mij vrij onbekend waren en die mij wel van belang lijken.

Het komt vóór alles erop aan dat men de oefeningen precies in deze volgorde doet. Wie de tweede oefening voor de eerste doet, heeft er geen profijt van. Want juist op deze volgorde komt het aan. (bladzijde 234)

Is men klaar met de zes maanden, dan begint men weer van voren af aan. (bladzijde 239)

Terwijl deze zes oefeningen niet aan een bepaald uur van de dag zijn gebonden, alleen dagelijks, zoals beschreven, moeten worden gedaan, moet de meditatie altijd op dezelfde tijd gedaan worden. (bladzijde 240)

Ik heb altijd gedacht dat die oefeningen elke dag op ongeveer dezelfde tijd zouden moeten worden gedaan, maar dat geldt dus blijkbaar alleen voor de meditatie-oefeningen, maar niet voor de basisoefeningen.

Eerder geplaatst op 29 oktober 2013