Waarneming en Kennis

Met betrekking tot de uiterlijke natuur gaat de natuur vooraf en de kennis volgt erna; met betrekking tot de geestelijke natuur gaat het weten als voorbereiding vooraf; de waarneming volgt erna. […] Natuurlijk – men zou het eigenlijk helemaal niet hoeven te vermelden – “maken” wij niet dat geestelijk beleven, doordat wij het geesteswetenschappelijk opnemen; maar we nemen datgene in ons waar, wat altijd in ons is. Maar zoals in de natuurkennis de ervaring en de kennis zich vanuit de aanschouwing ontwikkelt, zo moet in de geesteswetenschap vanuit de kennis van de geestelijke gebeurtenissen zich de aanschouwing van de geestelijke wereld ontwikkelen, als de mensheid vooruit zal willen gaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 64 – Aus schicksaltragender Zeit – Berlijn, 26 november 1914 (bladzijde 100)

Advertisements

19 gedachtes over “Waarneming en Kennis

  1. Oeff… Hier kraakt en barst en knerpt het van in mijn bovenkamer. Is er iemand die wat olie tussen de raderen kan gooien? Hij legt het ook wel heel abstract uit..

  2. Haike, ik begrijp het als volgt, zeer beknopt gezegd: Het begrijpen van de zintuiglijke wereld begint met de waarneming en de ervaring, en pas door het overdenken daarvan krijgt de mens kennis.
    Bij de bovenzintuiglijke wereld is het net andersom: Het begint met het in het denken opnemen van de kennis en pas later volgt de waarneming en de ervaring ervan.

      1. Graag gedaan, Haike. Het komt ook vaak genoeg voor dat jij met sommige uitspraken licht in mijn duisternis schept.

      2. Prima verwoord Ridzerd. Slotzin van de alinea waaraan je het Steinercitaat hebt ontleend, kan er ook bij worden vermeld:

        “[…] Und was man erkennt, ist dasjenige, was unabhängig ist von dem äußeren physischen Leib, was diesen gleichsam anzieht, indem es aus der geistigen Welt in die physische herabsteigt. […]”

        Dat is dus wat Steiner bedoelt met ‘we nemen datgene in ons waar, wat altijd in ons is‘, op een zielsmatig belevingsniveau, namelijk onze eigen geestelijke realiteit en daaraan verbonden bedding, het eigen ether, astraal- en ik-lichaam (geestelijke wezenskern) en daaraan gerelateerde inhouden van de ziele- en geestwereld. Met dank aan (1) die (eigen) wezensdelen, je zou in dit verband overkoepelend ook kunnen zeggen ons hogere zelf, en (2) de stimulans, het startsein, geboden door de geesteswetenschappelijke mededelingen van met name Rudolf Steiner. En (3) ook dankzij het feit, ook bij dezen nog eens vermeldt, dat in een geestelijke waarneming bovendien altijd bovenzinnelijk gedachten huizen, waarmee het geestelijke aanschouwde wordt begrepen. En het mag duidelijk zijn dat ook mensen die het nog niet een staat van helderziendheid hebben gebracht, hiermee, met dit laatstgenoemde, bovenzinnelijke gedachten, hun voordeel kunnen doen. Citaat (let met name op het vetgedrukte):

        Uit: Bij het aanbreken van het tijdperk van Michaël – Kerngedachten 78-84 van Rudolf Steiner, inclusief Steiners inleiding

        “[…] Wie geestelijk kan schouwen, begrijpt dit beleven. Want als een geestelijke werkelijkheid zich aan de ziel meedeelt, heb je nooit het gevoel: daar is de geestelijke waarneming, en zelf vorm je de gedachte om die waarneming te begrijpen; je schouwt de gedachte, die in de waarneming vervat en daarmee gegeven is, even objectief als de waarneming zelf. […]”

      3. Met andere woorden: ingewijden en niet ingewijden kunnen bovengenoemde bovenzinnelijke gedachten betreffende een geestelijke waarneming direct met elkaar delen, en die schouwingen daarmee ook samen begrijpen. Belangrijke taak voor de ingewijde is het dus om zijn schouwingen in heldere en communiceerbare gedachten te kleden ten bate van de gehele mensheid. Dat brengt evenwel voor de ingewijde (en de niet ingewijde) worstelingen met landstalen met zich mee, want gedachten (denken en denkleven) en woorden (taal) zijn niet identiek.

    1. henri

      ik versta het toch wel anders, Ridzerd .

      “…maken” wij NIET dat geestelijk beleven, doordat wij het geesteswetenschappelijk OPNEMEN ; maar we nemen datgene in ons waar, wat altijd in ons is…”

      U zei : het begint bij het in het denken OPNEMEN , ..

      Het zit reeds in ons diepste innerlije, zo begrijp ik het : -, volgens DSteienr s citaat :

      “maar we nemen datgene in ons waar, wat altijd in ons is..”

      1. Het ene hoeft volgens mij het andere niet uit te sluiten, Henri. De bovenzinnelijke kennis is wel in ons, maar het wordt als het ware in eerste instantie naar boven gehaald door in het denken opnemen van spirituele inzichten, die door ingewijden (in dit geval dus Steiner) zijn gevonden.

      2. henri

        Lijkt me alzo heel aannemelijk , Ridzerd.
        Ik dacht eventueel aan wat Steiner beweert in het boek ‘antroposofische menskunde’ alwaar hij vertelt [ik citeer:]..” dat het voorstellen een beeld is van alle belevenissen ,die wij voor de geboorte respectievelijk de conceptie hebben gehad .U komt nimmer tot werkelijk inzicht in het voorstellen ,wanneer u zich er niet duidelijk van bewust bent dat u ook voor de geboorte voor de conceptie geleefd heeft .En zoals de gewone spiegelbeelden ruimtelijk als spiegelbeelden ontstaan,zo wordt uw leven tussen dood en nieuwe geboorte weerspiegeld in uw huidige leven – en deze weerspiegeling is het voorstellen ….’

  3. Dit hangt inderdaad samen met de omgekeerde volgorde zoals Ridzerd die schetst. In de voordrachtenreeks ‘Metamorfosen van de ziel’ roert Steiner dit punt eveneens aan, tamelijk uitgebreid, en wel aan de hand van een verschijnsel dat we allemaal kennen, de activiteit en kwaliteit van het nadenken en voordenken. Zie het onderstaande, let met name op het vetgedrukte:

    Uit: Metamorfosen van de ziel; voordracht: De missie van de waarheid (Berlijn, 22 oktober 2009), bladzijde 55 en 56

    […] Zo staan deze twee waarheden, de voor- en de na-gedachte, in de wereld tegenover elkaar. De na-gedachte waarheid, die alleen berust op het bestuderen van wat is, op het onderzoeken van de ervaringswereld, zal altijd tot abstractie leiden. De ziel zal daarbij steeds schraler worden en geen voeding kunnen vinden. De andere waarheid daarentegen, die niet aan de uiterlijke ervaring wordt ontleend, is scheppend. En vanuit haar kracht wijst zij de mens een plaats in het heelal, vanwaar hij meebouwt aan de toekomst.
    Het verleden kan in de ware zin van het woord alleen iets na-gedachts zijn. Het voor-gedachte is een beginpunt waaruit toekomst kan groeien. Zo wordt de mens een deelnemer, een bouwer aan de toekomst. Vanaf zijn plaats in het heden strekt hij de kracht van zijn ik uit naar de toekomst, doordat hij niet alleen de na-gedachte, maar ook de voor-gedachte waarheid tot zijn eigendom maakt. Dat is het bevrijdende van voor-gedachte waarheden.

    Wie zogezegd zelf medeschepper wordt op het gebied van het streven naar waarheid, zal al gauw ervaren hoezeer het na-denken als zodanig hem verarmt. En hij gaat begrijpen dat iemand die enkel op die manier denkt steeds dorder en abstracter wordt en zijn geest met dorre begripsconstructies en bloedeloze abstracties vult. Dat kan zo ver gaan dat zijn geest eraan gaat twijfelen of hij wel iets bij te dragen heeft aan de vormgeving van de wereld. Als een uitgestotene, die eenzaam met zijn waarheid leeft, zo kan de mens zich voelen als hij alleen maar een na-denker van de waarheid is. De voor-gedachte waarheid daarentegen, die ons als zodanig in het leven tegemoettreedt, vult de ziel en maakt haar warm, vervult haar in ieder stadium van het leven met nieuwe kracht. Het stemt een mens gelukkig wanneer hij in staat is zulke voor-gedachte waarheden te vinden en dan, oog in oog met de verschijnselen van het leven, te voelen: nu begrijp ik niet alleen wat in de wereld is; wat ik daar aantref wordt nu verklaarbaar voor mij omdat ik er tevoren al iets van wist.?

    Nu kunnen wij met de waarheden uit de geesteswetenschap ook de mens benaderen. De mensen blijven onbegrijpelijk voor ons wanneer wij alleen na-gedachte waarheden kennen. Met behulp van de geesteswetenschappelijke waarheden leren we de mensen juist steeds beter begrijpen. We zullen ook steeds meer interesse krijgen voor de wereld en ons steeds meer met de wereld kunnen verbinden. En we zullen vreugde en bevrediging ervaren wanneer we de voor-gedachte waarheden door de werkelijkheid bevestigd zien.

    Dat is het bezielende en bevredigende van de geesteswetenschappelijke waarheden, dat ze eerst gevonden moeten worden voordat ze in het leven verwerkelijkt kunnen worden, en dat de mens daardoor steeds rijker wordt. Het werken met na-gedachte waarheden en het opbouwen van een abstracte ideeënwereld maakt dat wij ons van de wereld verwijderen. Treden we de wereld met voor-gedachte waarheden tegemoet, dan worden wij verrijkt en bevredigd. Wij ervaren dan dat wij ons steeds inniger verweven met de verschijnselen, dat we er één mee worden. We komen steeds meer los van onszelf, terwijl wij door de na-gedachte waarheden tot verfijnde egoïsten worden.

    Om het bestaan en de bevestiging van voor-gedachte waarheden te kunnen vinden, moeten we ze eerst hebben, en daarvoor is nodig dat we buiten onszelf treden en de wereld ingaan, om de toepassing ervan op ieder gebied van het leven te zoeken. Zo zijn het met name de voor-gedachte waarheden die ons helpen los te komen van onszelf en die ons in hoge mate vervullen met wat de waarheidszin nodig heeft.
    Zulke dingen heeft ieder gevoeld die een werkelijke zoeker naar waarheid was. En van deze opvatting van de waarheid was Goethe diep doordrongen, toen hij de grandioze, in de ware zin des woords lichtende uitspraak deed: ‘Alleen wat vruchtbaar is, is waar.’ […]

    Hier dat gedicht in audiovisuele vorm van Goethe waaraan Steiner refereert, Vermächtnis:

    1. Taalcorrectie, in het bovenstaande tekstcitaat is achter de zin

      Nu begrijp ik niet alleen wat in de wereld is; wat ik daar aantref wordt nu verklaarbaar voor mij omdat ik er tevoren al iets van wist.

      per ongeluk een vraagteken gesloten. Die hoort daar niet, moet dus worden weggedacht.

      1. Tjonge, ga weer eens iets te vlug te werk en reactie berichten kun je niet editten of verwijderen bij WordPress.

        Het woord ‘gesloten’ in mijn bovenstaande taalcorrectie moet natuurlijk geslopen zijn.

    2. Wat je hier aanhaalt over na-gedachte en voor-gedachte waarheden, daar heb ik altijd veel moeite mee gehad. Wat Steiner hier onder meer zegt: ‘De na-gedachte waarheid, die alleen berust op het bestuderen van wat is, op het onderzoeken van de ervaringswereld, zal altijd tot abstractie leiden. De ziel zal daarbij steeds schraler worden en geen voeding kunnen vinden.’, dat zie ik helemaal niet in. Waarom zou iemand door het onderzoeken en bestuderen van wat is, van de ervaringswereld dus, steeds schraler worden ? En zich van de wereld verwijderen, zegt hij ook nog. Op zo’n manier zou men nog gaan denken dat het verkeerd is om ergens over na te denken. Ik begrijp wel ,dat hij niet bedoelt dat men niet moet nadenken, maar dat men daarnaast ook moet voor-denken. Maar volgens mij zijn er genoeg mensen die alleen maar na-denken en daardoor totaal niet verschraald en doods zijn geworden.

      1. Je punt is duidelijk Ridzerd. Het is ook een goed punt. Doch er zijn vrij veel wat mensen, waarvan het lijkt dat ze alleen na-denken als je alleen op hun vakgebied zou afgaan, terwijl ze als je goed kijkt ze daarbij toch ook voor-denken, flink voordenken zelfs. Veel hangt dus uiteraard van een persoon zelf af. Of hij/zij ten aanzien van voor- en nadenken een zogenaamde negatief of positieve persoonlijkheid is, en wel of niet uit zichzelf denkt, origineel is, in een zin zoals Steiner dat beschrijft in zijn voordracht De positieve en de negatieve mens, een voordracht die ook jou goed bekend is.

      2. Om het bovenstaande citaat over voor- en nadenken uit de voordracht De Missie van de waarheid tot in de finesses goed te begrijpen is overigens bestudering van de gehele voordracht raadzaam. Dit naar ik denk in combinatie met bestudering van de genoemde voordracht De positieve en de negatieve mens, want inhoudelijk zijn beide voordrachten aan elkaar gerelateerd.

      3. Daar kon je wel gelijk in hebben, John.
        Ik moet het nog maar eens beter bestuderen, want het verschil tussen voor en nadenken is mij geloof ik nog niet zo goed duidelijk. Maar ik ga nu lekker naar Boer zoekt vrouw kijken.

      4. Gelijk heb je Ridzerd. Mooie en amusant programma. Er zit geloof ik ook weer een ‘boerin zoekt man’ bij of is het ‘boerin zoekt vrouw’ deze keer?

  4. En de notie van waarheden, waarbij een nagedachte en voorgedachte waarheid elkaars tegenpool vormen, kunst is om ze goed met elkaar te combineren, kan door de ene mens bij de andere mens worden gewekt. Zo was (en is) het bij socratische gesprek in het alledaagse leven en leraar en leerling verhoudingen als het om inwijdingswetenschap gaat. In die zin heeft menig mens onder andere veel te danken aan Rudolf Steiner en de geesteswetenschap die hij inaugureerde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s