Zien wij na de dood onze geliefden weer?  

Ziet men in het geestelijk leven na de dood (Duits: im Devachan) zijn geliefden weer? – Ja, we zien ze weer en wel bevrijd van alle hindernissen van ruimte en tijd, die zich als een sluier hier op onze aarde over al deze zielsverhoudingen leggen. […] De verhouding van ziel tot ziel is veel innerlijker en veel intenser dan in de fysieke wereld. Er kan in het devachan nooit enige twijfel zijn of de ene de andere herkent, wanneer de een vroeger, de ander veel later na een lange tussentijd het devachan binnenkomt. Het herkennen van zijn geliefden is daar helemaal niet bijzonder moeilijk, want daar draagt ieder om zo te zeggen zijn innerlijk, geestelijk wezen op zijn geestelijk gelaat geschreven.

Bron: Rudolf Steiner – GA 109 – Das Prinzip der spirituellen Ökonomie im Zusammenhang mit Wiederverkörperungsfragen – Boedapest, 7 juni 1909 (bladzijde 198)

Eerder geplaatst op 10 september 2012

18 gedachtes over “Zien wij na de dood onze geliefden weer?  

  1. Hoewel ik niet uitsluit dat dit waar is, werkt het toch op mijn lachspieren. Waarom? De stelligheid waarmee Rudolf dit beweert. Het wordt opgeschreven alsof hij dit zeker weet. Niemand maar dan ook niemand kan met zekerheid weten wat er na het overlijden gebeurt. Je kunt erover filosoferen, je kunt er een gevoel bij ontwikkelen, een geloof, da’s allemaal prima en zelfs geestelijk gezond, maar dit soort dingen met 100% stelligheid beweren gaat mij te ver.

    Wat ik hierover zelf denk? Ik denk dat we in de volgende fase helemaal niet meer lijken op mensen – zoals wij in het hedendaagse zijn, met onze fysieke beperkingen, onze emoties, onze ditjes en datjes – dus dat we in het hiernamaals Jantje en Pietertje zullen herkennen lijkt mij onwaarschijnlijk. Dat innerlijke, geestelijke wezen is nu juist iets dat wij hier in het hedendaagse leven niet werkelijk op ons gelaat dragen en dus ook niet later bij de ander zullen herkennen. Sterker nog, in het hiernamaals – en dit is mijn filosofie, geen bewering – zijn we allen licht, energie, verbonden met elkaar, zonder enige persoonskenmerken. Voila. Jammer dat we het Rudolf niet meer kunnen vragen.

    1. Als ik Steiner mag geloven, ik vind hem erg geloofwaardig, kon hij heel ver in de geestelijke wereld schouwen. Vandaar zijn stelligheid.
      Maar misschien geloof ik het wel omdat ikzelf zo graag wil dat het waar is.

      1. Ik denk dat je vooral dat moet geloven wat je zelf geloven kan en durft. Geloven wat een ander gelooft leidt nergens toe. Gebruik ze hooguit als leermeester, helper, maar ga dan vooral zelf op zoek in je eigen hoofd en hart en daar vind je dan gegarandeerd jouw waarheid en jouw licht. Zo ga ik er althans mee om.

      2. Apiedapie, je hebt natuurlijk gelijk. Steiner wilde zelf ook leermeester, helper zijn bij het vinden van je eigen weg. Absoluut geen goeroe. Dat is een van de dingen die ik zo in hem waardeer. Misschien ben ik nog meer zoekende dan dat ik zelf besef.

      3. Een (pure) Boeddhist zou nu zeggen: wat voor nut heeft het om je af te vragen of je na de dood je geliefde weer ziet?

        (a) Geen mens zal het antwoord bij leven ooit zeker weten, en
        (b) wat voor verschil maakt het als je het wel weet?

        Stel, je weet dat je na de dood je geliefden niet meer ontmoet, ga je dan anders met die geliefden om in het huidige leven? Of als je weet dat je ze wel gaat ontmoeten?

        Wat belangrijk is is om in het hier en nu met je geliefden (en met elk ander mens, dier en ander levend wezen) zodanig om te gaan dat jij hen niet pijn doet en zij jou niet, of positiever: hen alle goeds brengen en zij jou.

        Dit zonder je zo sterk aan elkaar te gaan hechten dat het afscheid zometeen ondraaglijk wordt. Een beetje zoals je van een mooie zonnige dag geniet. Als het avond wordt niet helemaal kapot zijn dat de zon weg is, maar gewoon weten: het is goed zo, en die zon komt wel terug, misschien morgen al.

        Leef bij de dag, doe elke dag het goede, probeer het slechte te laten, denk niet teveel na over wat er gisteren allemaal gebeurde (want dat kun je toch niet veranderen) en wat er morgen misschien wel gaat gebeuren. Althans, zo kijk ik er tegen aan.

    2. Apiedapie, zie ook dit citaat.

      https://ridzerdvandijk.wordpress.com/?s=wetenschappelijke+hoogmoed

      Overigens zou je uit dit citaat kunnen concluderen, dat ik jou ook van wetenschappelijke hoogmoed beticht, maar dat is absoluut niet zo. Maar alleen met de bewering, dat niemand iets kan weten over na de dood, zit je helemaal fout. Dat men niets kan weten hierover, dat is de mensen altijd wijsgemaakt in onderwijs en opvoeding. Wat mij altijd in het werk van Steiner enthousiast heeft gemaakt, is dat men er wél iets over kan weten.

    3. Leonie

      Steiner kon dat zeker met 100%zeker weten als ingewijde.Het is misschien een idee om zijn boeken ook daarover te lezen. Je kunt een gedachte of mening hebben maar daar kun je nog geen weten over hebben zoals een groot ingewijde in deze als Steiner was!

      1. Met alle respect, dit is grote onzin. Steiner was een groot denker, een groot filosoof, spirituele leider, etc, Maar Steiner was geen heilige met bovennatuurlijke krachten.

      2. henri

        @ Apiedapie

        Een heilige is iets door de Kerk uitgevonden en bovennatuurlijke krachten zijn er wel degelijk, en het is nu juist Steiner die de mensen via zijn geesteswetenschap erop wil attent maken dat het aan ELKEEN is gegeven dezen te ontwikkelen (lees daarover ” De weg tot inzicht in hogere werelden”

      3. Ik zie dat we in Apidapie hier weer een echte Steinerkenner in huis hebben.:) er stond hier pas nog een ander citaat over mensen die bepaalde kennis zelf niet hebben enhet daarom ook andere mensen ontzeggen. De eigenkennis in feite op een ander projecteren.

    4. Jack

      Tamelijk onzinnig, om te beweren, dat niemand, maar dan ook niemand kan weten hoe het is na de dood. Steiner was al op zijn achtste jaar helderziend, heeft deze vermogens systematisch geschoold, zoals beschreven in zijn boeken en talloze voordrachten.Hij was in staat wetenschappelijk onderzoek te doen in de wereld van de geest, zoals hij dat beschrijft in Die Geheimwissenschaft im Umriss. Dus het gaat erom, zelf meditatieoefeningen te doen, zoals hij ze beschrijft, oa in Theosophie en De Weg tot Inzicht in de Hogere Werelden om op die manier zelf helderziende vermogens te gaan ontwikkelen, iets wat hij broodnodig acht in deze tijd. En je kunt je tot Steiner wenden in de meditatie, als je met oprechte vragen zit.

      1. Dat ik daar zelf niet aan gedacht heb, Jack. Om me tot Steiner zelf te wenden met vragen. Weet je zelfs met onze huidige zintuigen kunnen we niet 100% zeker zijn over wat we zelfs in dit leven waarnemen. Ons brein kan gigantisch in de maling worden genomen.

  2. Bernard

    Een prachtige uitspraak. Ik probeer me innerlijk in te leven hoe dat zou zijn.
    Maar ik denk dat dit niet alleen voor geliefden geldt, dat ‘hun innerlijk op hun geestelijk gelaat geschreven staat’.

  3. Ik vind het tijdens dit leven al bijzonder, dat je iemand eerder herkent aan zijn stemgeluid dan aan zijn uiterlijk, als het al lang geleden is dat je iemand ontmoet hebt. Laten we zeggen het uiterlijk is imaginatief, het geluid is inspiratief en als we na de dood anderen ontmoeten,maar dan niet meer op het lichamelijke vlak dan is het intuitief geworden. Dat is dan nog zekerder dan een stemgeluid, het “ik” van de ander puur, zoals het tijdens het leven door het fysieke heenschijnt.

      1. Soms is het ons vergunt de goddelijke kern in een medemens nu al te aanschouwen. Dat geeft een vreugdevol perspectief, dat dat eens mogelijk zal worden bij elk ander mensenkind.

  4. henri

    Het is zo dat de mens na de dood wel zijn geestesverwanten kan waarnemen, echter niet met de huidige zintuigen maar op geestelijk vlak.

    Er ontstaat iets wat Steiner de ‘geestelijke fysionomie’ heet .En deze fysiognomie ziet eruit al naargelang de moreel-geestelijke waarden van het innerlijk van de overledene, ttz bij een slecht mens ziet die er anders uit dan bij een moreel hoogstaand mens.
    Het hoofd/gezicht vervaagt wel enigszins en wordt onduidelijker .
    De borst krijgt evenwel duidelijke fysiognomie, daaraan kan men zien of iemand moed heeft betoond , of juist een laf persoon is geweest .
    Bijzonder expressief zijn ‘armen en handen’ ,daaraan kan men zo goed als de biografie van iemand aflezen , vooral aan beweging van handen en vingers (een beetje zoals dat in het gewone leven al te zien is ) .

    kortom: “Alles wat een mens in de zintuiglijke wereld kan verbergen ,waar men met het onschuldigste gezicht gezicht een schurk kan zijn, is ONMOGELIJK te verbergen ,wanneer men door de poort van de dood is gegaan .” en ” men moet zich ermee verteouwd maken dat datgene ,wat op aarde het hoogst wordt aangesagen, het denken , met name het ABSTRAKTE DENKEN in de geestelijke wereld helemaal NIET wordt gewaardeerd .” [zie GA 231]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s