In de lucht zwevende nonsens

De dwingende macht van vele meningen, welke men op grond van “vaststaande wetenschappelijke ervaringen” heeft opgebouwd, is voor menigeen zo groot dat hij totaal niet anders kan dan het in een boek als dit weergegevene voor in de lucht zwevende nonsens te houden. De schrijver hoeft zich hierover geen enkele illusie te maken. Het is immers begrijpelijk dat men er gemakkelijk toe zal komen om van iemand die spreekt over bovenzintuiglijke kennis, onweerlegbare bewijzen te verlangen voor wat hij aanvoert. Men vergeet echter daarbij te bedenken, dat men zich daarmee overlevert aan misleiding. Want men verlangt dan – weliswaar zonder er zich bewust van te zijn – niet de op de zaak zelf betrekking hebbende bewijzen, maar bewijzen welke men zelf als juist erkennen wil of tot het erkennen waarvan men in staat is.

Bron: Rudolf Steiner – GA 9 – Theosophie (bladzijde 4)

Nederlandse uitgave: Theosofie (bladzijde 15) – Vertaling H.G.J. de Leeuw

Eerder geplaatst op 19 mei 2012

Illusies en Waanvoorstellingen

Dat is de karakteristieke eigenschap van waanvoorstellingen, van illusies, dat de erdoor getroffenen (Duits: Befallenen) er een overweldigend geloof aan ontwikkelen. Er is niets moeilijker dan iemand, die illusies heeft – het hoeven niet eens hallucinaties, maar enkel gewone waanvoorstellingen, paradoxale ideeën te zijn -, zulke voorstellingen uit het hoofd te praten. Als bijvoorbeeld een mens op ziekelijke wijze het idee in zich ontwikkelt dat hij door andere mensen achtervolgd wordt, dan is het geweldig moeilijk door louter overreding hem van dit idee af te helpen en het komt voor, dat zo iemand de meest wonderlijke, logische gedachtenconstructies opbouwt om te bewijzen hoe juist het is wat hij aan dergelijke waanideeën heeft. De mens kan bezeten raken van wat zo over hem komt, en rotsvast gelooft hij aan de objectieve werkelijkheid van zulke ideeën.

Bron: Rudolf Steiner – GA 62 – Ergebnisse der Geistesforschung – Berlijn, 21 november 1912 (bladzijde 127-128)

Eerder geplaatst op 18 mei 2012

Feiten kan men niet bewijzen  

Feiten kan men niet bewijzen, men kan ze slechts beleven. Daarmee is iets buitengewoon belangrijks gezegd over de logica, maar men moet zich eerst van dit belangrijke overtuigen. Als het nooit ter wereld zou zijn gebeurd, dat iemand een walvis gezien zou hebben, dan zou niemand kunnen bewijzen dat een walvis bestaat. Uit alle kennis die hij heeft zou hij nooit het bestaan van een walvis kunnen bewijzen, want een walvis is een feit en feiten kan men niet bewijzen, maar kan men alleen ervaren.

Bron: Rudolf Steiner – GA 62 – Ergebnisse der Geistesforschung – Berlijn, 7 november 1912 (bladzijde 64)

Eerder geplaatst op 17 mei 2012

Akashakroniek

Alles wat in de fysiekzintuiglijke wereld gebeurt, heeft zijn tegenbeeld in de geestelijke wereld. Als een hand beweegt, dan is niet alleen aanwezig wat uw oog van de handbeweging ziet, maar achter de bewegende hand, achter het zichtbare beeld van de hand ligt bijvoorbeeld mijn gedachte en mijn wil: de hand moet zich bewegen. Er staat een geestelijke tegenhanger achter. Terwijl het met de ogen zichtbare beeld, de zintuiglijke indruk van de handbeweging voorbijgaat, blijft het spirituele tegenbeeld in de geestelijke wereld ingeschreven en laat voor altijd een spoor na, zodat we, als we de geestesogen geopend hebben, van alle dingen die gebeurd zijn in de wereld de sporen nagaan kunnen, die er achtergebleven zijn van hun geestelijke tegenbeelden. Niets kan gebeuren in de wereld zonder zulke sporen achter te laten.

Stel, de geestesonderzoeker laat zijn blik terugzweven tot de tijd van Karel de Grote of tot in de Romeinse tijd of in de Griekse oudheid. Alles wat toen gebeurd is, daarvan zijn van de geestelijke oerbeelden de sporen behouden gebleven in de geestelijke wereld en kunnen daar waargenomen worden. Dit waarnemen van de sporen welke alle gebeurtenissen in de geestelijke wereld achterlaten, noemt men het “lezen in de akashakroniek”.

Bron: Rudolf Steiner – GA 112 – DAS JOHANNES-EVANGELIUM – Kassel, 25 juni 1909 (bladzijde 28)

Eerder geplaatst op 16 mei 2012

Lichtbeelden

Veel verschijnselen van het hedendaagse culturele leven werken destructief op het fysieke lichaam, bijvoorbeeld in het bijzonder ook de lichtbeelden, die het etherlichaam beslist beschadigen. Lichtbeelden prikkelen ook de zinnelijkheid.

Bron: Rudolf Steiner – GA 130 – Das esoterische Christentum und die geistige Führung der Menschheit – Keulen, 29 januari 1911 (bladzijde 326)

P.S. Ik neem aan dat Steiner met Lichtbilder bedoelt films en projectie van foto’s (zoiets als wat men vroeger wel toverlantaarn noemde). Of zou hij ook nog gewone papieren foto’s bedoelen, want Lichtbild betekent ook foto. Omgezet naar deze tijd zal met Lichtbilder ook wel worden bedoeld televisie, computer, tablet en smartphone. Dit zou dan dus allemaal ongunstig voor de gezondheid zijn. Een zorgwekkende zaak, want zeer veel mensen maken een groot deel van de dag gebruik van computer, televisie enz. Ik zelf lees ook vrijwel geen papieren boeken meer, ik lees ze bijna altijd op de smartphone. Kranten en tijdschriften las ik toch al niet veel, maar dat gaat nu ook bijna altijd op smartphone of computer.