Het is niet bijzonder moeilijk om veel op dit gebied te bespotten

Men heeft het werkelijk niet nodig zijn verstand bijzonder in te spannen om schijnbare weerleggingen te vinden voor beweringen die de onderzoeker doet over bijzondere samenhangen tussen de afzonderlijke aardelevens van de mensen. Ja, het is ook niet bijzonder moeilijk om veel op dit gebied te bespotten, aangezien het toch tot de “verborgen diepten van het bestaan” behoort en het er ten opzichte van het gangbare denken gemakkelijk zonderling uit kan zien. Als bijvoorbeeld de geesteskenner zegt: het komt voor dat een mens in een aardeleven zwakzinnig of krankzinnig (Duits: idiotisch) was, zich echter juist door zijn ervaringen als krankzinnige, waarop hij na de dood terugblikt, zich voor een volgend aardeleven de krachten eigenmaakt voor een filantropisch genie, dan zullen mensen met een bepaalde gezindheid om zo’n bewering natuurlijk lachen en er de spot mee drijven; wie echter door een blik op het ware geesteswetenschappelijke onderzoek en de daarmee noodzakelijk samenhangende gevoelsstemming van de onderzoeker, een begrip krijgt voor de diepe ernst, waarop een dergelijke uitspraak gebaseerd is, van de geestelijke arbeid, waarmee men zo’n uitspraak aan de ziel ontworstelt (Duits: abringt), die zal het lachen en de spot vergaan.

Bron: Rudolf Steiner – GA 35 – Philosophie und Anthroposophie, Gesammelte Aufsätze 1904 – 1923  (bladzijde 165)

Eerder geplaatst op 9 april 2012.

Begrip is nodig in plaats van kritiek

Voor de ontwikkeling der ziel is het noodzakelijk dat men zich een zeer bepaalde wijze van beoordeling van zijn medemensen eigenmaakt. Dat is moeilijk te bereiken: onthouding van kritiek. Begrip is nodig in plaats van kritiek. Als u de mensen meteen met uw eigen mening komt (Duits: Wenn Sie dem Mitmenschen gleich Ihre eigene Meinung gegenüberstellen), dan onderdrukt dat de zielsontwikkeling. Wij moeten eerst luisteren naar de anderen, en dit luisteren is een uiterst werkzaam middel voor de ontwikkeling van de ogen der ziel, en wie een hogere trap op deze weg bereikt, heeft dit te danken aan het afwennen van de gewoonte om alles te kritiseren, alles te beoordelen. Hoe kunnen wij in de ziel waarnemen? Wij moeten niet de staf breken over een misdadiger, maar ook hem begrijpen, de misdadiger evenzeer begrijpen als de heilige. Begrip voor een ieder, dat is nodig.

Bron: Rudolf Steiner  – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 15 december 1904 (bladzijde 200)

Eerder geplaatst op 4 april 2012.

F.W. Zeylmans van Emmichoven – De neiging tot kritiek is een van de meest kenmerkende trekken van ons tijdperk  

De neiging tot kritiek is een van de meest kenmerkende trekken van ons tijdperk. Zij is zo sterk ontwikkeld, dat het als iets vanzelfsprekends wordt beschouwd, dat de mens die kritische neigingen in zich heeft. Ja, men is er trots op en meent, dat er een grote zelfstandigheid en innerlijke vrijheid uit blijkt. In de ziel echter werkt een dergelijke neiging tot kritiek als een sterke negatieve kracht, een kracht nl., die de ziel haar verbondenheid met die wereld, waarmede zij in werkelijkheid samenhangt, ontneemt.

Eerst door het betreden van de geestelijke oefenweg, die hier wordt bedoeld, kan het de mens duidelijk worden, hoe hoog noodzakelijk het is, die neiging tot kritiek te bestrijden en plaats open te laten voor het meer en meer ontkiemende gevoel van eerbied en bewondering voor alles wat waar, schoon en goed is. 

Men zou nu misschien uit het bovenstaande menen te moeten begrijpen, dat een stemming moet worden aangekweekt, waarin alle onderscheidingsvermogen verloren gaat. Het tegendeel is het geval. Wie doorlopend een negatieve stemming in zijn ziel draagt en van daar uit alle verschijnselen en gebeurtenissen beoordeelt, zal op de duur geheel blind worden ten opzichte van een groot deel van de werkelijkheid. Wie zich daarentegen oefent overal aan te knopen bij datgene, waarvoor hij bewondering en eerbied kan hebben, loopt geen gevaar om door zijn negatieve stemming dit grote deel van de werkelijkheid te verliezen. Hij zal alles, wat waar, schoon en goed is, in de juiste verhouding gaan zien tegenover al het onware, lelijke en slechte. Hij zal een dergelijke onderscheiding echter niet uit stemming of affect maken, maar zijn kritiek zal voortvloeien uit zijn geheel positief gerichte zielehouding.

Bron: F.W. Zeylmans van Emmichoven – Biografie Rudolf Steiner – bladzijde 129-130 (uitgeverij W. de Haan – 1960/eerste druk was van uitgeverij Kruseman – 1932)

Eerder geplaatst op 27 maart 2012.

Hoe lang is het verblijf in het devachan?

De tijd die mensen in het devachan (Geisterland, woonplaats der goden)  verblijven is niet voor iedereen gelijk. De onontwikkelde inboorling die nog weinig van deze wereld heeft ervaren, die slechts weinig zijn geest en zijn gevoel heeft gebruikt, zal een kort verblijf in het devachan hebben. Het devachan is immers in wezen ervoor om wat een mens in de aardse wereld geleerd heeft, uit te werken, vrij te ontplooien, het geschikt te maken voor een nieuw leven. De mens die op een hogere trap van het bestaan staat, die rijke ervaringen heeft verzameld, die zal veel te verwerken hebben en daarom een langer verblijf in het devachan hebben. Pas later, als hij in deze toestand kan zien (hineinschauen), zullen de verblijftijden weer korter zijn tot het punt, waar het wezen meteen na de dood weer naar een nieuwe belichaming kan overgaan, omdat de mens datgene wat hij in het devachan heeft te beleven, al uitgeleefd heeft.

Bron: Rudolf Steiner – GA 53 – Ursprung und Ziel des Menschen – Grundbegriffe der Geisteswissenschaft – Berlijn, 17 november 1904 (bladzijde 160-161)

Eerder geplaatst op 25 maart 2012.

Het meest verkeerde inzicht is het resultaat, als men van begrippen, van abstracties uitgaat  

Men kan, ik zou willen zeggen, een studie erover maken, hoe erg de mens zich vergist, als hij in zijn kijk op de wereld alleen van begrippen uitgaat, van definities, niet van de onmiddellijke beschouwing van de werkelijkheid. Men heeft tegenwoordig zo veel het gevoel dat men van definities van begrippen moet uitgaan: Wat is Ahriman, wat is Lucifer, wat zijn deze of gene geesten van deze of die hiërarchieën? – zo vraagt men, en als men definities verkregen heeft, dan gelooft men, dat men daarmee al iets over de werking begrepen heeft. Ik heb vaak het ontoereikende van definities met een kras voorbeeld, dat men al in het oude Griekenland kende, aangetoond. Het is natuurlijk niet het modelvoorbeeld van een definitie, deze definitie, maar het is een definitie die klopt: ‘Een mens is een wezen dat op twee benen loopt en geen veren heeft.’ Toen dan de leerling de volgende keer weer kwam, had hij een haan meegebracht, die hij geplukt had: dat was een wezen dat op twee benen loopt en geen veren heeft. Dat is een mens, zo zei hij, volgens deze definitie.

Er zijn werkelijk veel definities, die men laat gelden, volgens dit patroon opgebouwd en veel van onze zogenaamd wetenschappelijke definities treffen ongeveer zo de werkelijkheid. Het meest verkeerde inzicht is het resultaat, als men van begrippen, van abstracties uitgaat.

Bron: Rudolf Steiner – GA 177 – Die spirituellen Hintergründe der äußeren Welt – Dornach, 26 oktober 1917 (bladzijde 213)